Wilsonbekwaamheid testateur? Nietige uiterste wilsbeschikkingen? Waardering bewijs. Tegenbewijs.
Van onze advocaat nietig testament. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 16 oktober 2018 uitspraak gedaan over de wilsonbekwaamheid van een testateur en over de nietigheid van een testament.
In het tussenarrest van 12 april 2016 heeft het hof geoordeeld dat appellanten voorshands zijn geslaagd in het bewijs van hun stelling dat hetgeen is opgenomen in het testament van 9 december 2009 niet op de wil van erflater berust en dat het testament, dat wil zeggen de in dat testament opgenomen uiterste wilsbeschikkingen nietig zijn.
Het hof heeft de broers toegelaten tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling van appellanten dat uit de omstandigheden waaronder het testament van erflater is opgemaakt volgt dat dit niet diens wil bevat en dat het testament (dat wil zeggen de daarin opgenomen uiterste wilsbeschikkingen) daarom nietig is.
De broers hebben in het getuigenverhoor op 1 september 2016 en 16 januari 2017 elf getuigen doen horen. Het getuigenverhoor is daarna niet voortgezet. Er heeft geen tegengetuigenverhoor plaatsgehad.
Het hof heeft zijn oordeel dat appellanten voorshands erin zijn geslaagd te bewijzen dat het testament van 9 december 2009 niet de uiterste wil van erflater bevat gebaseerd op de wijze waarop dat testament tot stand is gekomen en de geestelijke toestand van erflater ten tijde van het verlijden van het testament en de periode daarvoor en daarna.
De verklaringen van de getuigen vormen naar het oordeel van het hof eerder een bevestiging van de juistheid van de stelling van appellanten dan dat zij deze ontzenuwen.
Echtgenote van geïntimeerde heeft in het getuigenverhoor onder meer het volgende verklaard.
Erflater heeft haar op 28 november 2009 gezegd dat hij zijn testament wilde wijzigen omdat hij zijn broers een deel wilde geven en dat hij geïntimeerde hetzelfde wilde geven als zijn broers.
Erflater heeft haar niet heeft gezegd welk deel hij dan wilde geven aan zijn broers en aan geïntimeerde. Erflater heeft haar ook gezegd dat geïntimeerde executeur moest worden.
Echtgenote van geïntimeerde weet niet meer of erflater heeft gezegd dat appellanten de helft zouden krijgen en de broers de andere helft. Echtgenote heeft aan geïntimeerde en aan niemand anders verteld wat erflater haar op 28 november 2009 heeft gezegd. Zij heeft de aantekeningen die zij van het gesprek met erflater heeft gemaakt aan geïntimeerde gegeven. Het hof merkt nog op dat zij in dat verslag vermeldt dat erflater graag wil weten hoe het zit met broers en een vriend in de nalatenschap en de belasting.
Geïntimeerde heeft in het getuigenverhoor onder meer verklaard:
“Erflater heeft diverse malen tegen mij gezegd dat hij geïntimeerde wat na wilde laten. Dat kan wel vanaf een jaar tot anderhalf vóór zijn dood zijn geweest. Ook half november 2009 heeft hij gezegd dat hij geïntimeerde iets wilde nalaten maar dat hij daar te laat mee was omdat hij dacht dat hij binnenkort zou overlijden. Erflater wilde geïntimeerde geld geven. Hij heeft niet gezegd hoe hij dat wilde doen. Op de ochtend van 28 november 2009 is er niet gesproken over een wijziging van het testament. Wij waren toen allemaal aanwezig bij erflater. ’s Avonds heeft erflater tegen mijn vrouw [echtgenote van geïntimeerde] gezegd dat hij zijn testament wilde wijzigen. Echtgenote van geïntimeerde heeft die avond verslag gedaan van haar gesprek met erflater. Zij had daarvan een heel epistel gemaakt, aan de hand daarvan hebben wij erover gesproken. Zij vertelde dat erflater zijn testament wilde veranderen en dat wij dat moesten regelen. Echtgenote van geïntimeerde zei dat de broers de helft moesten krijgen en appellanten de andere helft. Geïntimeerde moest het regelen, hij werd executeur en moest een notaris benaderen. Ik heb op dat moment geen verdere informatie gekregen over de wensen van erflater met betrekking tot zijn testament. Volgens mij heb ik de volgende dag geïntimeerde gebeld en verteld wat erflater en echtgenote van geïntimeerde hadden besproken en of hij een notaris wilde benaderen. Ik heb geïntimeerde verteld dat het de bedoeling was dat de broers en de helft zouden krijgen van de erfenis en appellanten de andere helft en dat hij executeur werd. Ik heb hem toen niet de aantekeningen van echtgenote van geïntimeerde gegeven. (…) Ik heb, voor zover ik mij kan herinneren, niet zelf met erflater gesproken over zijn wensen.”
De verklaringen van geïntimeerde lijkt strijdig met de verklaring van echtgenote van geïntimeerde. Echtgenote van geïntimeerde is de enige die (buiten de notaris) met erflater zelf heeft gesproken over zijn wensen. Zij verklaart dat erflater niet heeft verklaard welke delen hij voor zijn broers en geïntimeerde wenste, terwijl geïntimeerde nu juist verklaart dat zij hem heeft gezegd dat zijn broers en de helft krijgen en appellanten de andere helft. Het hof merkt hier nogmaals op dat echtgenote van geïntimeerde in haar gespreksverslag de delen die de broers zouden moeten krijgen niet anders aanduidt dan met het woord ‘broersdeel’. Wat daarmee is bedoeld blijft duister.
Geïntimeerde heeft in het getuigenverhoor onder meer verklaard:
“Ik heb zelf niet met erflater gesproken over zijn wensen met betrekking tot zijn nalatenschap. Die wensen heb ik doorgekregen van geïntimeerde. Dat zal geweest zijn in het weekend van 28 en 29 november 2009. Geïntimeerde vertelde mij toen telefonisch dat de broers 50% van de erfenis moesten krijgen en de kinderen ook 50%. Ik denk dat hij ook gezegd heeft dat ik executeur zou worden. Geïntimeerde heeft mij gevraagd een notaris te zoeken in de buurt van N: die zou waarschijnlijk bereid zijn naar het ziekenhuis te komen. Ik ben uiteindelijk terechtgekomen bij het notariskantoor van mr. notaris A en mr. notaris B. Ik heb telefonisch contact gehad met kandidaat-notaris C. Ik heb haar gezegd dat erflater in het ziekenhuis lag, dat hij zijn testament wilde wijzigen, dat er zes erfgenamen zijn waarvan twee kinderen die 50% moesten krijgen en vier andere erfgenamen die ook 50% moesten krijgen, en dat ik executeur zou worden. Ik heb niet bij erflater geverifieerd of hij ook daadwerkelijk wilde wat ik van geïntimeerde gehoord had. Ik heb dat ook niet bij echtgenote van geïntimeerde geverifieerd. Erflater maakte altijd resolute afspraken. Ik was niet verbaasd over de wijziging van het testament. Ik begreep wel dat erflater zijn broers in zijn testament wilde opnemen, nu wij zoveel contact met hem hadden. Erflater en ik hadden het vaak over financiële zaken, de laatste maand deed ik ook zijn betalingen. Ik was dus ook niet verbaasd dat ik executeur zou worden. Op 1 december 2009 ben ik met notaris A bij erflater geweest. Ik had toen geen concept-akte ontvangen. Erflater was niet in staat een gesprek te voeren. Hij kon niet uit zijn woorden komen en viel steeds weg. De notaris zei dat hij zo het testament niet kon passeren en is weer naar kantoor gegaan. Ik heb tegen hem gezegd dat wij het dan maar zo moesten laten. Vlak voordat ik met notaris A bij hem was heb ik erflater wel gezegd wat ik in gang had gezet, maar ik weet niet of dat toen ook tot hem is doorgedrongen. Erflater heeft na 1 december 2009 een aantal keren gevraagd, ook aan mij, wanneer de notaris zou komen. Ik kan mij niet herinneren dat erflater toen tegen mij gezegd heeft wat hij precies geregeld wilde hebben. Op 8 december 2009 heeft hij er ook weer naar gevraagd. Ik heb vervolgens contact gelegd met de notaris. Mr. notaris B was bereid om naar het ziekenhuis te komen. Ik heb in die tijd meerdere malen aan erflater gevraagd of wij appellante niet hierbij moesten betrekken, maar dat wilde hij niet. Wij moesten het regelen. Ik heb na het passeren van het testament niet meer met erflater daarover gesproken. Ik weet niet of hij het wel met de anderen besproken heeft. Ik heb wel van geïntimeerde gehoord dat erflater tegen hem gezegd heeft dat hij nu in het testament stond. Ik weet niet meer wanneer ik dat gehoord heb maar het was kort na het passeren van het testament. Ik heb op enig moment wel een concept-testament ontvangen, maar ik weet niet meer wanneer. Ik zag dat de gegevens klopten. Ik heb dit concept niet met erflater of iemand anders besproken.”
Het hof merkt op dat geïntimeerde geheel uitgaat van wat geïntimeerde 3 hem heeft verteld zonder dat op enig moment bij echtgenote van geïntimeerde sub 3 of erflater te verifiëren. Ook over de inhoud van het concepttestament dat geïntimeerde heeft gehad heeft hij niet meer met echtgenote van geïntimeerde sub 3 (die daarvan de eerste bron was) en geïntimeerde 3 gesproken. Hiervoor is al geconstateerd dat de verklaringen van echtgenote van geïntimeerde en geïntimeerde 3 met elkaar in strijd zijn wat de delen betreft die de broers en geïntimeerde 4 zouden moeten krijgen.
Mr. notaris B (de notaris) heeft in het getuigenverhoor onder meer verklaard:
“Er kwam een verzoek van geïntimeerde om een testament op te stellen voor zijn broer [erflater], die in het ziekenhuis lag. Dit verzoek, dat gestaafd werd met een tekst, kwam binnen bij onze kandidaat-notaris, kandidaat-notaris C. Zij heeft overleg gepleegd met mijn collega notaris A en mij. Notaris A heeft de zaak verder afgewikkeld op dat moment en is naar het ziekenhuis gegaan. Bij terugkomst heeft hij zijn bevindingen gedeeld: hij had geen contact gekregen met erflater en had geen akte verleden. Hij vertelde dat hij, naar ik aanneem tegen geïntimeerde, heeft gezegd dat als de situatie veranderde en er notariële bijstand nodig was, hij weer contact zou kunnen opnemen.
Toen ik op 9 december 2009 op kantoor kwam hoorde ik dat geïntimeerde had gebeld. De familie van erflater was de dag ervoor bij hem op bezoek geweest en zei dat erflater had gezegd dat hij zijn testament wilde wijzigen. Geïntimeerde vertelde mij dat hij met echtgenote van geïntimeerde 3 had afgesproken dat zij in het ziekenhuis de situatie van erflater zou bekijken en als het nodig was contact zou opnemen. Later belde echtgenote van geïntimeerde mij met de mededeling dat erflater het testament wilde tekenen en dat ik moest komen. Volgens echtgenote van geïntimeerde was erflater goed genoeg. Ik heb echtgenote van geïntimeerde verteld dat ik wel medische informatie wilde voordat er getekend kon worden. Daar zou echtgenote van geïntimeerde voor zorgen. Tegen half drie heb ik gebeld dat ik er aan kwam. Ik heb erflater kort aan de telefoon gehad, hij wilde dat ik kwam. Toen ik in de parkeergarage stond werd ik gebeld door echtgenote van geïntimeerde, die zei dat erflater moe was na de dialyse en dat hij ongeduldig werd. Ik kreeg erflater aan de telefoon en die bevestigde dat. Hij vroeg mij of hij het niet telefonisch kon regelen. Korte tijd later kwam ik op de afdeling. Ik werd opgevangen door echtgenote van geïntimeerde en heb kennis gemaakt met erflater. Hij wist waarvoor ik kwam en wilde het testament meteen tekenen. Ik heb eerst met de verpleegkundige gesproken. Haar naam weet ik niet meer. Ik vroeg naar de situatie van erflater met betrekking tot het tekenen van de akte, zijn wilsbekwaamheid en de ervaringen van mijn collega. De verpleegkundige zei dat hij toen bepaalde medicijnen gebruikte waar hij erg van in de war raakte. De medicatie was veranderd, zodat hij nu volgens de verpleegkundige weer net zo helder was als daarvoor. Ik neem aan dat daarmee bedoeld werd vóór het gebruik van die medicijnen en voordat hij verward werd. Ik heb geen verdere bijzonderheden van de verpleegkundige gekregen.
Ik heb echtgenote van geïntimeerde de kamer uitgestuurd. Ik heb met erflater gesproken over de inhoud van het testament. Hij vond het goed dat één en ander via zijn broer gegaan was. Hij zei: ‘Logisch, zie mij hier liggen, ik kan dit ook niet.’ Ik heb erflater gevraagd wat hij voor testament wilde, dit voordat ik hem de tekst die ik van geïntimeerde had gekregen heb voorgehouden. Hij zei dat zijn broers en zijn vriend ook in het testament moesten worden opgenomen. Dat had hij ook met geïntimeerde besproken. Zij moesten in het testament worden opgenomen omdat zij veel voor erflater hadden betekend en gedaan. Ik heb de belangrijkste items van het testament met erflater besproken. Ik heb gezegd dat de broers dan de helft zouden krijgen en zijn kinderen de andere helft. Hij realiseerde zich de consequenties van één en ander en was het ermee eens. (…)
Wij ontvingen per mail of per fax van geïntimeerde de voorgestelde tekst. Dezelfde tekst is uiteindelijk in het testament terechtgekomen. In de telefonische contacten met erflater op 9 december 2009 hebben wij niet gesproken over de inhoud van het testament. Erflater wist dat ik kwam om het testament te laten tekenen. Ik heb het met erflater niet gehad over de inhoud van het testament voordat ik de verpleegkundige had gesproken. Ik kan mij niet herinneren welke functie de verpleegkundige had. Er was sprake van tijdsdruk en een beladen geheel. Ik had gevraagd om een arts, maar dat was kennelijk niet mogelijk. Ik heb de verpleegkundige gevraagd of zij bevoegd was informatie te geven. Dat mocht. Ik kan mij niet herinneren welke medicijnen erflater volgens de verpleegkundige eerder had en per wanneer hij die had. Toen ik het testament inhoudelijk met erflater besprak is aan de orde gekomen hoe de broers in het testament zijn opgenomen. Ik heb erflater gezegd dat hij zich moest realiseren dat er dus meer erfgenamen kwamen. Dat vond hij goed. De belangrijkste items die aan de orde zijn geweest zijn dat geïntimeerde 1 executeur werd en dat er erfgenamen bijkwamen, waardoor zijn kinderen dus minder kregen dan daarvoor.
Ik ben vrijwel meteen begonnen met het inhoudelijk doornemen van het testament. Ik had nog wel eerst gevraagd wat erflater wilde. Ik heb hem open vragen gesteld. Echtgenote van geïntimeerde was niet direct aanwezig bij mijn gesprek met de verpleegkundige. Het zou kunnen dat zij dit gesprek wel heeft opgevangen. Ik heb er niet aan getwijfeld of erflater dit testament wel wilde. (…)
Ik wist niet dat geïntimeerde de inhoud van het testament niet met erflater besproken had. Ik weet niet meer hoe laat precies echtgenote van geïntimeerde mij op 9 december 2009 heeft gebeld. Ik weet wel dat ik na dat gesprek een planning heb gemaakt en rond half drie heb gebeld dat ik wat later kwam. Ik wist wat er op 1 december 2009 gebeurd was. Ik wilde mij er, ook los van mijn eigen waarneming, van vergewissen dat erflater wilsbekwaam was. Ik heb daarbij ook betrokken dat geïntimeerde en echtgenote van geïntimeerde mij vertelden dat erflater goed was. Ik heb daarbij ook betrokken mijn eigen telefoongesprekken met erflater. Ik kan de vragen die ik erflater heb gesteld niet woordelijk reproduceren. De kinderen kregen minder dan voor de wijziging van het testament omdat zij daarvoor alles kregen en nu de helft. Erflater gaf te kennen dat hij zich dat realiseerde. Hoe hij dat precies deed weet ik niet meer. Ik heb op 9 december 2009 niet aan erflater gevraagd of het concept met hem besproken was. Tijdsdruk speelde die dag een grote rol, het testament moest snel gepasseerd worden. Dat gaf erflater ook heel nadrukkelijk aan. Hij was bang dat hij het later niet meer kon. Een afwikkelingsbeding (hof: bedoeld is kennelijk: afwikkelingsbewind) is niet standaard, maar komt wel veel voor. Ik heb niet aan erflater gevraagd waarom geïntimeerde executeur moest worden en niet één van zijn kinderen. Tijdens het gesprek met erflater is niet aan de orde geweest of hij en zijn kinderen gebrouilleerd waren.
Op 9 december 2009 was erflater zijn eerste reactie dat zijn broers in het testament moesten worden opgenomen. Ik heb toen gezegd: ‘En nog meer?’. Hij zei toen dat ook geïntimeerde 4 in het testament moest worden opgenomen.”
De verklaring van de notaris vormt eerder een bevestiging dan een ontzenuwing van het voorshandse oordeel van het hof.
Wilsonbekwaamheid testateur? Nietige uiterste wilsbeschikkingen? Waardering bewijs. Tegenbewijs.
Het hof overweegt daartoe als volgt.
De notaris bevestigt dat de inhoud van het testament geheel berust op wat geïntimeerde aan het kantoor van de notaris heeft opgegeven. Er is geen gesprek met erflater geweest om zijn wensen te bespreken. Er is geen concept van het testament aan erflater toegezonden of hem op andere wijze ter beschikking gesteld. Het enige contact dat de notaris heeft gehad met erflater is tot stand gekomen door tussenkomst van geïntimeerde die voorheen niet tot de erfgenamen van erflater behoorde. Dat contact is zeer kort geweest en bestaat enkel uit het verlijden van het testament op 9 december 2009. Uit het patiëntendossier en het testament is af te leiden dat de notaris het testament in ongeveer 8 minuten heeft verleden (van ongeveer 15:00 uur tot 15:08 uur). Het testament bestaat uit zes pagina’s en bevat (1) een rechtskeuze, (2) een erfstelling die afwijkt van de vererving in het erfrecht bij versterf en van wat erflater in zijn eerdere testament in 2002 had geregeld, (3) de benoeming van een executeur en (4) het instellen van een afwikkelingsbewind, beide zeer uitgebreid uitgewerkt in 13 respectievelijk 11 nadere bepalingen en (5) overige bepalingen (beroep legitieme portie/vrijstelling van inbreng/uitsluitingsclausule).
Dit testament bevat aldus veel meer dan hetgeen geïntimeerde die zijn informatie van geïntimeerde 4 heeft gekregen die zijn informatie wederom van echtgenote van geïntimeerde heeft gehad (met uitzondering dan van de delen die de broers zouden krijgen) aan de notaris heeft opgegeven. Dat was alleen de erfstelling en de executele.
Uit de verklaring van de notaris komt naar voren dat hij erflater heeft verteld wat er in het testament stond, waarmee hij hem in feite heeft voorgehouden wat door geïntimeerde was geciteerd, aangevuld met de kennelijk door de notaris uit eigen beweging toegevoegde regeling over het afwikkelingsbewind en de overige bepalingen.
Het blijft onduidelijk of de notaris open vragen heeft gesteld en bijvoorbeeld is begonnen erflater te vragen of hij iets wil regelen over zijn nalatenschap en wat precies en daarbij ook aandacht heeft gegeven aan de mogelijkheid legaten te maken.
De notaris kan niet concretiseren welke open vragen hij heeft gesteld. De notaris legt veel nadruk op de tijdsdruk die hij ervoer en die kennelijk ook erflater ervoer. Dat is kennelijk een verklaring voor de grote snelheid waarmee dit testament is verleden.
Het hof is van oordeel dat voor een deugdelijke wilscontrole in dit bijzondere geval acht minuten niet toereikend kunnen zijn. De notaris zag erflater pas voor het eerst bij het verlijden van het testament. Het testament wijkt als gezegd af van wat erflater eerder had bepaald en heeft verstrekkende gevolgen voor erflater en vooral ook voor zijn kinderen die daarin voor de helft worden onterfd. Het was de notaris bekend dat erflater korte tijd daarvoor niet in staat was geweest zijn wil te bepalen.
Gelet op dit alles is er geen enkele aanleiding terug te komen van wat het hof voorshands bewezen heeft geoordeeld.
In hetgeen de overige getuigen hebben verklaard ziet het hof geen aanleiding te oordelen dat de broers zijn geslaagd in het tegenbewijs. De getuigen, het medisch personeel hebben geen herinnering aan erflater als patiënt. Hetgeen zij over de toediening van Haldol in de namiddag van 9 december 2009 wijst eerder op wilsonbekwaamheid dan op het tegendeel.
De verklaring van geïntimeerde als getuige behelst onder meer dat erflater hem op 10 december 2009 heeft gezegd dat hij hem in zijn testament heeft opgenomen.
Dat is op zich onvoldoende om te ontzenuwen dat erflater de veel verder gaande verklaringen die in zijn testament staan heeft gewild.
De broers zijn niet geslaagd in het tegenbewijs.
Dat betekent dat de grieven van appellanten slagen en dat de overige grieven geen beoordeling meer behoeven.
Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen en de primaire vordering van appellanten alsnog deels toewijzen en voor recht verklaren dat het testament van erflater, althans de daarin opgenomen uiterste wilsbeschikkingen, niet berust op een wil van erflater.
Toewijzing van het tweede deel van de verklaring voor recht, luidende ‘zodat het testament nimmer tot stand is gekomen’ is niet mogelijk. Het testament, dat is de notariële akte, is wel degelijk tot stand gekomen en bestaat als (fysiek) document. Het gaat erom of de uiterste wilsbeschikkingen die in die akte zijn opgenomen geldig zijn.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de wilsbekwaamheid van de erflater, over een nietig testament of over de bewijsvoering van de wilsonbekwaamheid van de erflater, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.