Rechtsgeldigheid en uitleg van een testament. Onterving. Is het testament onduidelijk?

Van onze advocaat nietig testament. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de rechtsgeldigheid en de uitleg van een testament.

Eiser vordert een verklaring voor recht dat hij in hoedanigheid van enig erfgenaam van erflater A dient te gelden als mede-erfgenaam in de nalatenschap van erflater B en dat dient te gelden dat krachtens de wettelijke verdeling ex artikel 4:13 BW de nalatenschap van erflater A alle goederen van de nalatenschap van erflater B heeft verworven.

Eiser legt aan zijn vordering primair ten grondslag dat het testament van erflaatster van 28 oktober 2016 niet rechtsgeldig is, omdat het niet door een daartoe bevoegde persoon is opgemaakt en verleden. Daartoe voert eiser ter comparitie aan, dat niet terstond aan de KNB is gemeld dat het notarisambt van de notaris wordt waargenomen door gedaagde. Dit brengt met zich dat het testament van erflaatster van 2 september 2010 nog steeds van kracht is, waaruit een wettelijke verdeling volgt.

Rechtsgeldigheid en uitleg van een testament. Onterving. Is het testament onduidelijk?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank overweegt dat de notaris de waarneming van zijn functie door een waarnemer ingevolge artikel 29 lid 8 van de Wet op het notarisambt terstond aan de KNB dient te melden.

Tussen partijen is niet in geschil dat eerst op 10 juni 2017 aan de KNB is gemeld dat gedaagde het notarisambt van de notaris waarneemt, zodat van het terstond melden van de waarneming geen sprake is geweest.

De Wet op het notarisambt verbindt daaraan niet het rechtsgevolg van nietigheid van de verleden akte.

Ook anderszins heeft eiser geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan aangenomen zou kunnen worden dat het testament van erflaatster van 28 oktober 2016, waarvan gedaagde bij e-mailbericht van 17 maart 2017 de minuutakte aan eiser heeft toegezonden, niet rechtsgeldig is.

Aangenomen wordt daarom dat dat testament, inclusief het daarop geplaatste renvooi, rechtskracht heeft.

Partijen verschillen van mening over de vraag of erflaatster de heer erflater A bij testament van 28 oktober 2016 heeft onterfd.

Eiser heeft zich ter comparitie met een beroep op uitleg van het testament op het standpunt gesteld, dat uit het testament van erflaatster niet blijkt dat zij de bedoeling had de heer erflater A te onterven. Eiser acht de bepaling onder D (ERFSTELLING) onduidelijk, mede gelet op hetgeen dienaangaande was opgenomen in de akte die door gedaagde voorafgaand aan de bespreking tussen partijen op 17 maart 2017 was toegezonden.

De onduidelijkheid van het testament brengt volgens eiser met zich, dat de akte niet kan worden gebruikt.

De rechtbank volgt eiser daarin niet.

Indien de bewoordingen van een testament niet duidelijk zijn, dan moet door uitleg aan de hand van de maatstaf van artikel 4:46 BW de bedoeling van de erflater worden achterhaald.

Naar het oordeel van de rechtbank wordt aan de uitleg van het testament van erflaatster niet toegekomen.

In het testament is immers, gelijk gedaagde heeft betoogd, op een duidelijke en niet voor misverstand vatbare wijze tot uitdrukking gebracht dat uitsluitend de kinderen van erflaatster haar erfgenamen zijn.

De woorden “benoem ik tot mijn enige en algehele erfgenamen, (…), mijn kinderen” drukken dat duidelijk uit.

Anders dan eiser betoogt, leidt het enkele feit dat in het testament niet expliciet is opgenomen dat de heer erflater A is uitgesloten als erfgenaam niet tot een ander oordeel.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de rechtsgeldigheid of over de uitleg van een testament, over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament of over de wilsonbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van een testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.