Erfrecht. Bewind. Wilsonbekwaamheid? Vernietiging van de verkoop van onroerend goed door de bewindvoerder vernietigbaar? Benadeling? Onrechtmatige daad? Toetsing.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 augustus 2021 uitspraak gedaan over de vraag of de verkoop van een pand door een bewindvoerder vernietigbaar was wegens benadeling.
Appellante legt aan haar vordering kort gezegd ten grondslag dat het winkelpand voor een te lage koopprijs is verkocht en dat de vader en rechthebbende ten tijde van deze transactie niet meer in staat waren de gevolgen van hun handelen te overzien en hun wil daarbij te bepalen.
De eis houdt in dat het hof de bewindvoerder opdracht zal geven al het nodige te doen om de verkoop van het winkelpand terug te draaien.
Appellante voert daarvoor aan dat het pand voor een te lage verkoopprijs (€ 105.000,-) is verkocht aan de zwager, de partner van haar zus.
Zij wijst er daarbij op dat de WOZ-waarde destijds € 199.999,- bedroeg en dat er een taxatierapport is waaruit een waarde blijkt van € 175.000,-.
Zij is van mening dat rechthebbende en de vader niet meer in staat waren om de gevolgen van de verkoop te overzien ten tijde van de verkoop.
Zij waren volgens appellante niet meer wilsbekwaam en op grond daarvan moet de verkoop vernietigd worden.
Volgens appellante moet de bewindvoerder, als gevolg van de onderbewindstelling van rechthebbende, al het mogelijke doen om de mogelijke benadeling van het vermogen van rechthebbende terug te draaien.
Naar zij stelt, heeft de bewindvoerder die verplichting ook tegenover haar, omdat zij als erfgenaam (onder opschortende voorwaarde) rechtstreeks wordt benadeeld door de benadeling van het vermogen van rechthebbende, en levert het verzaken van die verplichting een onrechtmatige daad op jegens haar.
Zoals hiervoor is vermeld, legt appellante aan haar vordering kort gezegd ten grondslag dat het winkelpand voor een te lage koopprijs is verkocht en dat de vader en rechthebbende ten tijde van deze transactie niet meer in staat waren de gevolgen van hun handelen te overzien en hun wil daarbij te bepalen.
Appellante stelt zich op het standpunt dat de rechtshandeling op die grond vernietigbaar is.
Het hof zal eerst beoordelen of er voldoende aanwijzingen zijn om dat aan te nemen.
Erfrecht. Bewind. Wilsonbekwaamheid? Vernietiging van de verkoop van onroerend goed door de bewindvoerder vernietigbaar? Benadeling? Onrechtmatige daad? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Artikel 3:34 BW bepaalt dat, als iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets heeft verklaard, een met de verklaring overeenstemmende wil wordt geacht te ontbreken indien de stoornis een redelijke waardering van de bij de handeling betrokken belangen belette of indien de verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan.
Een verklaring wordt daarbij vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan, indien de rechtshandeling voor de geestelijk gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijze niet was te voorzien.
Volgens artikel 3:34 lid 2 BW maakt een zodanig ontbreken van wil een rechtshandeling vernietigbaar.
De feiten zijn in dit geval als volgt.
In november 2016 is het winkelpand door de vader (als bestuurder van de BV, de eigenares van het pand) verkocht aan de zwager.
In februari 2017 is het winkelpand aan hem geleverd.
Pas in juli 2017 heeft appellante de onderbewindstelling van het vermogen van de vader aangevraagd.
Gedurende de procedure is het verzoek aangevuld met een verzoek om onderbewindstelling van het vermogen van rechthebbende.
In november 2017, dus negen maanden na de verkoop, zijn CIZ-indicatiebesluiten afgegeven voor 24-uurszorg (beschermd wonen met intensieve dementiezorg) aan de vader en rechthebbende.
Er is dus geruime tijd verstreken tussen de verkoop van het winkelpand en de bedoelde indicaties.
De vader is in januari 2018 overleden.
Over de verzochte onderbewindstelling was toen nog niet beslist.
Op grond van het kort gedingarrest van 13 augustus 2019 heeft appellante de beschikking gekregen over de medische gegevens van de huisarts van de vader.
Op basis van die gegevens heeft de huisarts op haar verzoek een medisch adviesrapport opgesteld.
De huisarts schrijft daarin, na een bespreking van het dossier, dat hij zich in alle redelijkheid afvraagt of de vader tijdens het sluiten van de koopovereenkomst in november 2016 en de levering op 23 februari 2017 wel in staat kan worden geacht om de gevolgen van zijn handelen te overzien.
Hij vermeldt daarbij dat er vanaf 3 mei 2016 een progressief verloop was van de geheugenstoornissen, zoals de dochter (appellante) nader heeft toegelicht.
Hij adviseert het volledige thuiszorgdossier vanaf 3 mei 2016 op te vragen, alsmede de verslagleggingen behorend bij de CIZ-indicaties en het volledige dossier van het verpleeghuis om een en ander nader te kunnen documenteren.
De bewindvoerder c.s. hebben een schriftelijke reactie op het adviesrapport overgelegd, opgesteld door klinisch geriater.
Diens conclusie is dat op grond van het verslag van de huisarts niet mag worden geconcludeerd dat de vader ten tijde van de verkoop wilsonbekwaam was en niet in staat was zijn zakelijke belangen te vertegenwoordigen.
Hij merkt daarbij op dat het enige objectieve punt is dat de vader in november 2017 is opgenomen en dat toen is geconcludeerd dat er sprake was van pre-existente cognitieve stoornissen bij een dementieel syndroom.
Over de ernst daarvan, of sprake was van een beginnende of gevorderde dementie en welke vorm van dementie er speelde, worden geen uitspraken gedaan, terwijl er een groot verschil is tussen cognitieve vermogens van personen met een vasculair bepaalde dementie en personen met dementie van het Alzheimertype, aldus de geriater.
De medische stukken waarop het rapport van de huisarts is gebaseerd, heeft appellante niet overgelegd.
De nadere informatie die volgens de huisarts meer licht op de zaak zou kunnen werpen, is er ook niet.
Bij deze stand van zaken is er onvoldoende grond om aan te nemen dat ten tijde van de verkoop al sprake was van een zodanige stoornis van de geestvermogens bij de vader dat hij daardoor zijn belangen bij deze transactie niet meer naar behoren kon behartigen.
Rechthebbende heeft deze rechtshandeling niet (mede) verricht, zodat haar wilsbekwaamheid op dat moment niet van betekenis is.
Overigens ontbreekt verdere informatie over haar situatie, afgezien van de CIZ-indicatie, zodat er ook geen grond is om aan te nemen dat zij door een geestelijke stoornis niet in staat was tot een redelijke waardering van haar belangen bij deze transactie.
Hetgeen appellante heeft gesteld over de verschillende taxatierapporten en de WOZ-waarde leidt ook niet zonder meer tot de conclusie dat de verkoop voor de overeengekomen prijs nadelig was voor de vader.
Zoals in de akte van levering is vermeld, is de koopprijs mede bepaald aan de hand van het in juli 2016 door Van der Weij Makelaardij opgemaakte taxatierapport (waarin de marktwaarde werd bepaald op € 105.000,-) en het in januari 2017 door Brok Makelaars opgemaakte taxatierapport (waarin de marktwaarde is bepaald op € 115.000,-, waarmee de belastingdienst heeft ingestemd).
Dat de WOZ-waarde per 1 januari 2015 aanzienlijk hoger was, legt te weinig gewicht in de schaal omdat deze niet is gebaseerd op een concrete waardebepaling van het pand (met name ook met inachtneming van de gebrekkige onderhoudstoestand).
De in opdracht van appellante opgemaakte taxatie die uitkomt op het bedrag van € 175.000,- kan in het licht van de andere twee taxaties ook als te optimistisch zijn beschouwd.
Voor het vermoeden dat de vader onder invloed van dementie met verkoop voor het genoemde bedrag heeft ingestemd, ziet het hof daarom in deze gegevens onvoldoende grond.
Het samenwerken met een andere accountant en notaris dan waar de vader normaal zaken mee deed, wat appellante verder nog noemt, leidt ook niet tot de conclusie dat er sprake was van feitelijke onbekwaamheid die tot vernietigbaarheid van de koopovereenkomst zou moeten leiden.
De zwager heeft als koper de notaris aangedragen. Dit is niet ongebruikelijk.
Ook de stelling dat de vader de kinderen in zijn testament gelijk wenste te behandelen, is naar het oordeel van hof onvoldoende om vast te stellen dat er (vermoedelijk) sprake was van wilsonbekwaamheid aan de zijde van de vader ten tijde van de verkoop.
Ook al zijn de kinderen in het testament voor gelijke delen als verwachters benoemd, dat neemt niet weg dat de vader heeft kunnen besluiten het winkelpand voor de genoemde prijs aan de partner van zijn dochter (de zus) te verkopen, ook al was dat dan conform de laagste getaxeerde waarde.
Tijdens de comparitie heeft appellante verder nog genoemd dat bij deze transactie sprake is geweest van bedrog of misbruik van omstandigheden.
Dit betreft echter een nieuwe stelling die het hof vanwege de tweeconclusie-regel buiten beschouwing moet laten.
Bovendien ontbreekt een verdere toelichting bij deze stelling, zodat het hof er ook daarom aan voorbij gaat.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat er onvoldoende gronden zijn om aan te nemen dat de koopovereenkomst met betrekking tot het winkelpand vernietigbaar is.
De vordering is reeds daarom niet toewijsbaar.
Appellante heeft geen (voldoende concrete) feiten gesteld die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden.
Aan haar bewijsaanbod gaat het hof daarom voorbij.
Nu het hof de vordering van appellante zal afwijzen, komt het hof niet meer toe aan de voorwaardelijke incidentele vordering ex artikel 843a Rv en het voorwaardelijke verzoek tot benoeming van een deskundige ex artikel 194 Rv van de bewindvoerder c.s.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.