Erfrecht. Uitleg van de inbrengverplichting van giften in testament. Bedoeling van de erflater. Gelijke behandeling van de erfgenamen. Bevoordelingsbedoeling. Rente.
De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 2 februari 2022 uitspraak gedaan over de uitleg van een testament betreffende de inbrengverplichting van giften.
A en B zijn zussen.
Hun moeder, X, hierna: erflaatster, is op 1 december 2013 overleden.
Erflaatster heeft op 15 mei 2007 bij testament over haar nalatenschap beschikt.
De vader van partijen, Y, hierna: erflater, is overleden.
Erflater heeft laatstelijk op 29 juni 2016 bij testament over zijn nalatenschap beschikt.
Hij heeft A en B tot zijn enige erfgenamen benoemd, onder de last van het voldoen van een legaat aan de hulp van erflater en aan de kinderen van A.
Artikel V van het testament van erflater bepaalt het volgende:
Verplichting tot inbreng
Ik bepaal dat mijn afstammelingen verplicht zijn tot inbreng van door mij gedane giften in mijn nalatenschap, zulks in verband met een (mogelijk) verschil tussen gedane giften aan mijn kinderen. Het is derhalve mijn bedoeling dat een ieder van mijn kinderen per saldo hetzelfde verkrijgt uit mijn vermogen casu quo mijn nalatenschap.
Thans bedraagt het verschil tussen de gedane giften aan mijn kinderen een bedrag ter grootte van een honderd vieren negentig duizend euro (€ 194.000,=) in het voordeel van mijn voornoemde dochter A.
Erfrecht. Uitleg van de inbrengverplichting van giften in testament. Bedoeling van de erflater. Gelijke behandeling van de erfgenamen. Bevoordelingsbedoeling. Rente. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
B stelt dat zij een vordering van € 85.991,-, had op erflater.
Door A wordt de vordering en de hoogte van het bedrag betwist.
De rechtbank overweegt dat op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv. B moet stellen en, bij voldoende onderbouwing van haar stellingen, bewijzen dat zij een vordering had op de nalatenschap en hoe hoog deze was.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft B haar stellingen onvoldoende onderbouwd.
Zij overweegt daartoe het volgende.
B stelt dat het bedrag overeenkomt met ƒ 189.500,00.
Dat is, naar B zich herinnert, door de ouders van partijen aan hen toegeschoven uit de verkoopopbrengst van de panden die tot de nalatenschap van hun grootvader behoorden.
Voor zover B bekend, heeft A dat bedrag destijds ontvangen.
Aan B werd dit bedrag schuldig verklaard en daarover werd, vanwege de fiscale gehoudenheid daartoe, 5,285% rente vergoed op jaarbasis.
De rente werd per kwartaal uitbetaald.
Ter onderbouwing wijst zij naar de aangiftes inkomstenbelasting van haar ouders en van zichzelf en naar de aangifte erfbelasting van erflaatster.
A heeft het bestaan van de vordering gemotiveerd betwist.
Zij heeft ook betwist dat aan haar een bedrag van ƒ 189.500,00 uit de verkoopopbrengsten van de panden uit de nalatenschap van hun grootvader heeft plaatsgevonden.
Volgens A hebben hun ouders B na haar scheiding in 1997 financieel ondersteund door aan haar vier keer per jaar een bedrag over te maken.
Ter zitting heeft A nog toegelicht dat het kapitaal van hun grootvader in een familie B.V. is geplaatst waarvan A en B samen vruchtgebruiker waren.
Bij opheffing van de rekening is volgens haar aan ieder de helft uitgekeerd.
Ter zitting heeft B daarop aangegeven dat zij beiden aandelen van hun grootvader hadden gekregen en dat die aandelen door erflater werden beheerd en erflater op enig moment rente aan haar betaalde omdat hij vond dat hij rente aan haar verschuldigd was.
De rechtbank vindt de onderbouwing van de vordering door B vaag en merkt op dat het verhaal ter zitting afwijkt van haar eerdere stelling dat aan A een bedrag van ƒ 189.500,00 is uitgekeerd.
B maakt niet duidelijk wanneer de schuldigerkenning heeft plaatsgevonden en heeft geen stukken overgelegd ter onderbouwing daarvan.
Niet in geschil is dat aan haar in 1998 ƒ 15.000,00 en de jaren daarna steeds ƒ 10.000,00 respectievelijk € 4.646,60 per jaar werd uitgekeerd.
Volgens haar zijn dit rentebetalingen.
Niet duidelijk is echter geworden waarom eerst vanaf 1998 deze bedragen werden betaald en waarom in 1998 een groter bedrag is uitgekeerd.
Dit klemt te meer nu uit rekeningafschriften die door A in geding zijn gebracht, blijkt dat in 1997 en 1998 bedragen van ƒ 223.610,00 en ƒ 86.539,00 aan B zijn uitgekeerd onder vermelding van “aflossing tegen koerswaarde”.
B heeft niet betwist dat deze “aflossingen” zijn gedaan, maar heeft daar verder geen verklaring voor kunnen geven.
Ook de omstandigheid dat in de aangiftes inkomstenbelasting en erfbelasting een vordering van B is opgenomen, is onvoldoende om van de juistheid van het bestaan van deze vordering uit te gaan.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft B het bestaan van de door haar gestelde vordering onvoldoende onderbouwd, waardoor de rechtbank niet toekomt aan bewijslevering.
De vordering zal worden afgewezen.
Overigens merkt de rechtbank op dat als inderdaad blijkt dat aan A op enig moment een gift is gedaan die niet aan B is gedaan, A deze gift op grond van artikel V van het testament van erflater in de nalatenschap zal moeten inbrengen.
Hieronder zal de rechtbank nader ingaan op deze inbrengverplichting.
Partijen verschillen van mening over de uitleg van artikel V van het testament van erflater.
De rechtbank overweegt als volgt.
Bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking bepaalt artikel 4:46 lid 1 BW dat gelet dient te worden op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft erflater in zijn testament duidelijk opgenomen welke verhoudingen hij wenste te regelen.
De eerste alinea van artikel V van het testament luidt immers als volgt:
“Ik bepaal dat mijn afstammelingen verplicht zijn tot inbreng van door mij gedane giften in mijn nalatenschap, zulks in verband met een (mogelijk) verschil tussen de gedane giften aan mijn kinderen. Het is derhalve mijn bedoeling dat een ieder van mijn kinderen per saldo hetzelfde verkrijgt uit mijn vermogen casu quo mijn nalatenschap”.
Uit het voorgaande volgt dat het de bedoeling is geweest van erflater om zijn beide kinderen gelijk te behandelen.
Erflater wijst zelf op de mogelijkheid dat er een verschil kan bestaan tussen de gedane giften aan zijn kinderen en heeft daarom bepaald dat beide kinderen hun eerder ontvangen giften dienen in te brengen, met het uiteindelijke doel dat verschillen worden rechtgetrokken en beide kinderen uiteindelijk per saldo hetzelfde bedrag uit zijn vermogen krijgen.
Aan de zinsnede in het testament dat het verschil tussen de gedane giften op dat moment € 194.000,= in het voordeel van A was, kent de rechtbank geen doorslaggevende betekenis toe.
Volgens de letterlijke tekst staat er dat A op dat moment voor een bedrag van € 194.000,00 meer aan giften had ontvangen dan B.
A heeft echter uitgebreid gemotiveerd dat dit bedrag niet juist is.
Weliswaar is aan haar en haar echtgenoot op 1 oktober 2013 ieder een bedrag van € 100.000,00 kwijtgescholden, maar daar staat tegenover dat er – na de scheiding van B in 1997 – ook betalingen aan B zijn gedaan, die niet aan A zijn gedaan.
B heeft gesteld dat dit aflossingen en rentebetalingen waren, maar heeft niet kunnen uitleggen en onderbouwen op welke vordering deze aflossingen en rentebetalingen waren gebaseerd.
Bovendien verklaart een kwijtschelding van tweemaal € 100.000,00, nog niet het in het testament genoemde bedrag van € 194.000,00.
De rechtbank merkt verder op dat een erfgenaam niet gebonden kan zijn aan een bedrag dat eenzijdig door erflater in zijn testament is vermeld.
Als het bedrag onjuist is, moet de erfgenaam dat kunnen betwisten.
Gelet op de verhoudingen die erflater in het testament kennelijk wenste te regelen, namelijk dat beide dochters uiteindelijk gelijk worden behandeld, komt aan de zinsnede in het testament dat het verschil tussen de gedane giften op dat moment € 194.000,00 in het voordeel van A was, geen doorslaggevende betekenis toe, maar zal het verschil in giften tussen A en B moeten worden uitgezocht en zal dit verschil in de nalatenschap moeten worden ingebracht door degene die het meest heeft ontvangen.
De rechtbank voegt hier voor de duidelijkheid aan toe dat uitsluitend giften moeten worden ingebracht.
Een gift is iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt (artikel 7:186 lid 2 BW).
Hierin zit een bevoordelingsoogmerk.
Van een gift is geen sprake bij (rente)betalingen of aflossingen als daarvoor een juridische grondslag (titel) is anders dan een schenkingsovereenkomst.
Aangezien partijen thans verdeeld zijn over de hoogte van de door iedere partij ontvangen giften en geen van beiden een sluitende verklaring geeft voor de hoogte van het in het testament opgenomen bedrag van € 194.000,- zal de rechtbank een onafhankelijke deskundige benoemen.
Deze persoon zal onderzoeken, vaststellen en rapporteren welke giften elke partij heeft ontvangen gedurende het leven van erflater.
Nadat vast komt te staan welk bedrag aan giften beide partijen hebben ontvangen en dus in dienen te brengen in de nalatenschap, zal vastgesteld kunnen worden welk bedrag partijen uit de nalatenschap van erflater zullen ontvangen en kan de rechtbank overgaan tot verdeling.
Op deze wijze zal recht worden gedaan aan de bedoeling van erflater om zijn beide dochters gelijk te behandelen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.