Erfrecht. Klacht tegen notaris. Geheimhoudingsplicht. Inzage in aantekeningen van de notaris met betrekking tot het verlijden van het testament? Toetsing.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 21 september 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er een recht bestond op de inzage van aantekeningen van de notaris die hij met betrekking tot het verlijden van het testament had opgesteld.
Klaagster heeft een relatie gehad met de heer X (hierna te noemen: erflater).
Zij woonden samen en hadden een samenlevingsovereenkomst.
Uit een eerdere relatie had erflater twee zonen.
Op 5 april 2006 heeft notaris het laatste testament van erflater gepasseerd.
In 2017 is erflater overleden.
Hij heeft de zonen als zijn enige erfgenamen achtergelaten
Klaagster verwijt de notarissen dat zij met een beroep op hun geheimhoudingsplicht weigeren om inzage te verlenen in de aantekeningen die zijn gemaakt bij het opmaken/passeren van erflaters testament van 5 april 2006.
Klaagster verzoekt dat die aantekeningen aan de voorzitter van de kamer ter hand worden gesteld door de notarissen, zodat de voorzitter hierover mededelingen kan doen aan klaagster als belanghebbende, althans een zodanige maatregel te treffen die de kamer geraden acht.
Klaagster is van oordeel dat de bij het opstellen van het testament gemaakte aantekeningen meer duidelijkheid zouden kunnen verschaffen over de reikwijdte van het aan haar gelegateerde recht van gebruik en bewoning van de woning.
Zij acht het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notarissen zich verweren tegen een aansprakelijkstelling door zich op hun geheimhoudingsplicht te beroepen en de gevraagde informatie te weigeren.
Op deze wijze kunnen eventuele fouten worden gemaskeerd en daarvoor is de geheimhoudingsplicht niet bedoeld.
In lijn met eerdere uitspraken kan worden volstaan met de afgifte van de aantekeningen aan de voorzitter.
In hoger beroep voert klaagster aan dat de kamer de geheimhoudingsplicht ten onrechte als absoluut heeft geoordeeld.
Zonder nadere motivering heeft de kamer de door klaagster aangedragen oplossing afgewezen.
De notarissen zijn van oordeel dat ingevolge artikel 22 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zij verplicht zijn tot geheimhouding van alle informatie waarvan zij uit hoofde van hun werkzaamheden als zodanig kennis nemen.
Slechts in uitzonderlijke gevallen kan deze geheimhoudingsplicht worden doorbroken, maar die doen zich hier niet voor.
Erfrecht. Klacht tegen notaris. Geheimhoudingsplicht. Inzage in aantekeningen van de notaris met betrekking tot het verlijden van het testament? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
De kamer heeft in de bestreden beslissing ten aanzien van de klacht, samengevat, het volgende overwogen.
De vraag hoe ver de geheimhoudingsplicht zich uitstrekt, wordt in beginsel door de betrokken notaris zelf beantwoord.
Alleen de notaris kan immers beoordelen of bepaalde gegevens onder zijn verschoningsrecht vallen.
Ten aanzien van de notaris heeft de kamer geen aanleiding om te veronderstellen dat hij zich ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen.
Het ambtsgeheim is niet beperkt tot hetgeen in de akte is neergelegd; ook de gespreksaantekeningen vallen onder de geheimhoudingsplicht.
Met betrekking tot de klacht tegen de andere notaris overweegt de kamer dat de gevraagde aantekeningen niet tot haar protocol behoren.
Alleen al daarom is deze notaris niet bevoegd om klaagster inzage te verlenen in de betreffende aantekeningen.
Het verzoek van klaagster om de gespreksaantekeningen aan de voorzitter te overleggen wordt daarom eveneens afgewezen.
Het hof verenigt zich met voormeld oordeel van de kamer, de gronden waarop dit oordeel berust en neemt dit oordeel over.
Het is vaste rechtspraak dat een notaris in beginsel verplicht is tot geheimhouding van al hetgeen hem in zijn hoedanigheid van notaris wordt toevertrouwd.
De ratio van de geheimhoudingsplicht is de vertrouwensrelatie tussen de notaris en de cliënt, in dit geval erflater, waarbij de cliënt zich vrij voelt om tegenover de notaris opening van zaken te geven over zijn laatste wil en er op mag vertrouwen dat de notaris daarover geen mededelingen doet aan anderen.
Ook het hof heeft geen aanleiding te veronderstellen dat notaris zich ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht beroept over wat erflater hem over zijn laatste wil heeft gezegd.
Ook in hoger beroep zijn geen uitzonderlijke omstandigheden aangevoerd die ertoe noodzaken dat de aantekeningen van het gesprek tussen de notaris en erflater tegenover klaagster dan wel tegenover de tuchtrechter moeten worden prijsgegeven.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.