Erfrecht. Passeren van een testament door een notaris. Zorgplicht. Onderzoekplicht. Fiscaal nadelige gevolgen voor testament na inwerkingtreding van nieuwe wet.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 18 oktober 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een notaris zijn zorgplicht en onderzoekplicht geschonden had bij het passeren van een testament.
De notaris heeft in december 2017 een testament gepasseerd van de overleden zwager van klagers (hierna: erflater).
Erflater was enig aandeelhouder van een besloten vennootschap.
Deze vennootschap had een pensioenregeling in eigen beheer.
Een half jaar voor het passeren is de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen (hierna: de Wup) in werking getreden.
De notaris heeft volgens klagers in strijd met zijn zorgplicht gehandeld doordat hij niet met de fiscaal nadelige gevolgen van deze wet rekening heeft gehouden.
Klagers verwijten de notaris – kort samengevat – dat hij bij het verlijden en passeren van het testament heeft gehandeld in strijd met zijn zorgplicht.
De notaris had erflater moeten wijzen op de inwerkingtreding van de Wup per 1 juli 2017 en de fiscale gevolgen daarvan voor de Stichting als erfgenaam van de nalatenschap in verband met de pensioenreserve in de B.V.
De notaris had zeker moeten stellen dat erflater een fiscaal deskundige had geraadpleegd en hem, indien dit niet het geval was, moeten adviseren dat alsnog te doen
Erfrecht. Passeren van een testament door een notaris. Zorgplicht. Onderzoekplicht. Fiscaal nadelige gevolgen voor testament na inwerkingtreding van nieuwe wet.
De rechter oordeelt als volgt.
De notaris heeft aangevoerd dat hij op 20 juli 2017 een gesprek met erflater heeft gehad over een gewenste wijziging in zijn op dat moment reeds bestaande testament dat door een andere notaris was verleden en gepasseerd.
Tijdens dat gesprek gaf erflater aan dat hij een legataris uit zijn testament wenste te schrappen en gaf hij aan de notaris de opdracht zijn testament dienovereenkomstig te wijzigen.
Voor het overige wenste erflater geen materiële wijzigingen in zijn testament en die zijn zodoende ook niet aangebracht.
Dit blijkt uit de gespreksnotitie die de notaris in eerste aanleg heeft overgelegd.
Omdat erflater het voor het doel van de specifieke en beperkte wijziging van het testament niet relevant vond om de omvang en de samenstelling van zijn vermogen en de nalatenschap te bespreken, heeft hij de notaris daar niet over ingelicht.
De notaris was wel op de hoogte van het bestaan van een besloten vennootschap waarbij een stichting administratiekantoor – Stichting Administratiekantoor (hierna: de STAK) – optrad als aandeelhouder en erflater zelf als certificaathouder (en tevens als bestuurder van de STAK), maar dat had uitsluitend te maken met het feit dat erflater de STAK in zijn testament had aangewezen als executeur.
Meer informatie heeft erflater daarover niet aan de notaris verstrekt en heeft hij ook niet willen verstrekken.
Enkele maanden na de wijziging van het testament heeft erflater de notaris opnieuw ingeschakeld in verband met de STAK.
Op 14 november 2017 heeft daarover een bespreking tussen erflater en de notaris plaatsgevonden.
Tijdens die bespreking werd duidelijk dat erflater de STAK wilde opheffen omdat die geen functie meer had.
Omdat deze stichting nog als executeur in het testament was opgenomen, heeft erflater de notaris gevraagd om zijn testament nogmaals te wijzigen en in plaats van de STAK, de zwagers van erflater (klagers) in zijn testament als executeurs te benoemen.
De wijziging was enkel door de ontbinding van de STAK ingegeven en verdere wijzigingen wenste erflater ook toen niet.
De omvang en samenstelling van het vermogen en de nalatenschap heeft erflater wederom niet aan de orde willen stellen.
Het gewijzigde testament is op 21 december 2017 gepasseerd.
Dit is het laatst bekende testament van erflater, aldus de notaris.
De kamer heeft – kort gezegd – het volgende overwogen.
De notaris heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet op de hoogte was van het feit dat de B.V. een pensioenregeling in eigen beheer had die omgezet was naar een oudedagsverplichting.
Verder is niet gebleken van omstandigheden die zouden leiden tot de conclusie dat de notaris het bestaan van de pensioenregeling ergens uit heeft kunnen en moeten afleiden; de eerdere testamenten gaven hiertoe ook geen aanleiding.
Om dezelfde redenen was er voor de notaris dus ook geen aanleiding om bij erflater aan te dringen op voorafgaand advies van een fiscaal adviseur.
Het hof sluit zich bij deze overwegingen aan en maakt die tot de zijne.
In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die tot een ander oordeel kunnen leiden.
De notaris heeft aan zijn onderzoeksplicht voldaan.
De notaris heeft gevraagd naar de omvang en samenstelling van het vermogen van erflater, maar erflater heeft duidelijk te kennen gegeven dat hij daarin geen inzicht wilde verschaffen.
De notaris heeft dat zorgvuldig gedocumenteerd in de door hem overgelegde notitie van het gesprek met erflater op 20 juli 2017.
Bij de tweede bespreking op 14 november 2017 tussen de notaris en erflater heeft erflater de omvang en de samenstelling van zijn vermogen weer niet aan de orde willen stellen blijkens de stellingen van de notaris.
Het hof gaat hiervan uit, mede in aanmerking genomen dat deze opstelling van erflater aansluit bij die tijdens het gesprek op 20 juni 2017.
Bijzondere omstandigheden die de notaris desondanks aanleiding hadden moeten geven voor verdergaand onderzoek zijn niet gesteld of gebleken.
Enkel de inwerkingtreding van de Wup is niet zo’n omstandigheid, omdat de notaris, zoals uit het voorgaande volgt, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet wist of redelijkerwijs kon weten dat de B.V. een pensioenregeling in eigen beheer had.
Het hof is daarom, evenals de kamer, van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.