Erfrecht. Testament. Afgifte van een legaat. Waarde van een legaat. Uitleg van een testament. Overwaarde van een woning. Hypothecaire geldlening. Bedoeling van erflater.

De Rechtbank Overijssel heeft op 12 oktober 2022 uitspraak gedaan over de waardebepaling van een legaat.

Partijen zijn het erover eens dat erflater in zijn testament de verhoudingen tussen zijn dochters en zijn partner heeft willen regelen en dat hij daarbij de overwaarde van zijn appartement aan zijn dochters wilde nalaten.

Volgens A en B moet voor de vaststelling van de waarde van het legaat sub c de letterlijke tekst van het testament worden gevolgd.

X bepleit echter dat er uitleg nodig is om tot vaststelling van de waarde te komen.

Volgens X heeft erflater bedoeld een lager bedrag te legateren met legaat c dan het in het testament genoemde bedrag van € 125.000,00.

De rechtbank zal hierna eerst ingaan op het standpunt van X en zal daarna een beslissing nemen over de waarde van legaat sub c.

Volgens X heeft erflater bij het opstellen van zijn testament in 2010 geen rekening gehouden met het feit dat zijn dochters nog een vordering hadden uit de nalatenschap van hun moeder C.

In dat erfdeel zou al een deel van de overwaarde zijn begrepen die op het moment van overlijden van C bestond met betrekking tot de toenmalige woning van C en erflater.

Volgens X heeft erflater dat bij de opmaak van het latere testament niet meer goed voor ogen gehad.

Volgens X had erflater nooit gewild dat zij na zijn overlijden meteen een hypothecaire geldlening zou moeten aangaan om de bedragen van het moederlijk erfdeel aan zijn dochters te kunnen betalen.

Het geldbedrag daarvan was namelijk niet meteen beschikbaar, maar moest (voor een deel) worden opgenomen uit de overwaarde van het appartement.

Vanuit de verzorgingsgedachte had erflater dat anders gewild, aldus X.

X meent dat dit aspect in de vorm van uitleg op het testament moet worden toegepast.

Dit zou moeten inhouden dat het testament zo wordt uitgelegd dat het bij testament genoemde bedrag van € 200.000,= niet moet worden verminderd met alleen de hypothecaire geldlening van € 75.000 maar ook met het bedrag van de moederlijke erfdelen, € 64.863,=.

Dat betekent dat het legaat sub c een waarde vertegenwoordigt van € 60.137, = aldus [X] .

De rechtbank volgt deze redenering van X niet en zal dat hierna toelichten.

Erfrecht. Testament. Afgifte van een legaat. Waarde van een legaat. Uitleg van een testament. Overwaarde van een woning. Hypothecaire geldlening. Bedoeling van erflater.

De rechter oordeelt als volgt.

X doet een beroep op uitleg als bedoeld in artikel 4:46 BW.

Uit lid 1 volgt dat bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking mede moet worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Beoordeeld moet worden wat erflater voor ogen stond op het moment waarop hij het testament liet opstellen.

Als dat niet duidelijk is, mag rekening worden gehouden met gedragingen of mededelingen van erflater na dat moment (artikel 4:46 lid 2 BW).

De rechtbank leidt uit het testament en de omstandigheden waaronder erflater het testament in 2010 heeft opgesteld, af dat erflater de bedoeling had te zorgen voor de belangen van zijn dochters en van X.

Met de bestaande tekst van legaat sub c heeft erflater in duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen – door benoeming van concrete getallen – omschreven wat de waarde van het legaat sub c ten behoeve van de dochters inhoudt.

Met deze tekst heeft erflater uiting gegeven aan de zorg voor zowel zijn dochters als zijn partner en beschikt hij over de overwaarde van het appartement waarin hij op dat moment met X samenwoonde.

Erflater heeft in zijn testament de overwaarde van het appartement, zoals dat bestond op het moment dat het testament werd opgemaakt, bij legaat sub c toebedeeld aan zijn dochters.

X heeft bovendien zelf verklaard dat het voor haar duidelijk was dat het de wens van erflater was om de overwaarde aan de dochters te laten toekomen.

Op het moment van opmaken van het testament was erflater de enige eigenaar van dat appartement.

Als gevolg van het feit dat X tot enig erfgenaam is benoemd, volgt dat X na overlijden van erflater eigenaar is geworden van het appartement.

Zodoende kan zij daarin blijven wonen en daarmee is zij niet onverzorgd achtergelaten.

Weliswaar heeft X, om de moederlijke erfdelen aan de zussen uit te keren, een hypothecaire geldlening (van € 50.000) moeten opnemen, maar de overwaarde van het appartement was (en is) daarvoor toereikend.

Die situatie maakt niet dat het testament daardoor onduidelijk is geworden of niet strookte met de verhoudingen die erflater kennelijk wenste te regelen.

Dat erflater het moederlijk erfdeel niet heeft benoemd in legaat c is op zichzelf onvoldoende om te oordelen dat het testament onduidelijk is.

Dat geldt ook voor de berichten van notarissen D en E.

E schrijft dat erflater zich ‘mogelijk’ niet gerealiseerd heeft dat de helft van de overwaarde via de aanspraak op het moederlijk erfdeel al aan A en B toebehoort en dat het ‘niet ondenkbeeldig’ is dat erflater een andere bedoeling heeft gehad.

De enkele mogelijkheid dat erflater legaat sub c anders heeft bedoeld, is echter niet voldoende om te oordelen dat het legaat onduidelijk is.

Daarbij weegt mee dat de betreffende notarissen zelf niet betrokken zijn geweest bij het opstellen van het testament, zodat zij ook niet uit eigen wetenschap kunnen verklaren over de bedoeling van erflater bij legaat sub c.

In deze situatie bestaat er geen grond voor uitleg van het testament om daarmee een ander rechtsgevolg te creëren.

Nu de rechtbank aan uitleg van het testament niet toekomt, moet de waarde van het legaat sub c worden vastgesteld op het bedrag van € 125.000,= in totaal.

A en B hebben beiden recht op twee gelijke delen van € 62.500,00.

Voor de vorderingen van partijen betekent dit het volgende.

In conventie wordt de primaire vordering van A en B op dit punt toegewezen.

In reconventie wordt de vordering van X afgewezen.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in deze procedure alleen de waarde van legaat sub c kan worden vastgesteld.

Tussen partijen staat namelijk vast dat legaat sub c pas behoeft te worden uitgekeerd op de in het testament genoemde momenten.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.