Erfrecht. Nietig testament? Beoordeling van de wilsonbekwaamheid erflaatster. Geestelijke stoornis. Dementie. Medisch bewijs. Getuigen. Deskundigen.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of erflaatster ten tijde van het verlijden van haar testament leed aan een geestelijke stoornis, te weten dementie, en dat deze dementie zodanig was dat deze een redelijke waardering van de bij de uiterste wilsbeschikking betrokken belangen heeft belet dan wel de wilsverklaring onder invloed van de dementie is gedaan.

Appellanten zijn in het tussenarrest in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat :

(a) erflaatster ten tijde van het verlijden van het testament leed aan een geestelijke stoornis, te weten dementie, en

(b) dat deze dementie zodanig was dat deze een redelijke waardering van de bij de uiterste wilsbeschikking betrokken belangen belette dan wel de wilsverklaring onder invloed van de dementie is gedaan.

Appellanten hebben daartoe vijf getuigen laten horen : getuige 1 (VIA-arts), getuige 2 (psychiater), getuige 3 (notaris), getuige 4 (bewindvoerder van erflaatster) en getuige 5 (bekende/buurvrouw van erflaatster).

Erfrecht. Nietig testament? Beoordeling van de wilsonbekwaamheid erflaatster. Geestelijke stoornis. Dementie. Medisch bewijs. Bewijsvoering. Getuigen. Deskundigen.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof is van oordeel dat [appellanten] niet in het bewijs zijn geslaagd. Het hof legt hierna uit hoe het hof tot dat oordeel komt.

Notaris (getuige 3) heeft, nadat hij door de advocaat van erflaatster was benaderd, erflaatster meerdere keren thuis bezocht en geruime tijd met haar gesproken om zich een indruk te vormen van erflaatster en haar wilsbekwaamheid.

Na een eerste gesprek met erflaatster heeft hij een psychiater (getuige 2) benaderd om die wilsbekwaamheid te kunnen beoordelen.

Notaris (getuige 3) is bij het vormen van zijn eigen indruk niet over één nacht ijs gegaan; hij heeft erflaatster meerdere keren – op 30 september 2015, 5 april 2016 en 2 mei 2016 – bij haar thuis bezocht en met haar gesproken, dus ook nog twee keer na het gereedkomen van het rapport van getuige 2.

De notaris heeft bij erflaatster gecheckt of zij consistent was in haar wens, en zijn bevinding was dat dat zij dat was.

Ook heeft hij met haar gesproken over de mogelijkheden die zij had en de consequenties van de ene of de andere keuze bij het wijzigen van haar testament.

Tevens heeft hij nog een verzorgster die hij bij de woning van erflaatster tegenkwam naar haar indrukken van erflaatster gevraagd.

De psychiater (getuige 2) die ervaren is als deskundige in het beoordelen van personen met mogelijke geestelijke gebreken, heeft eveneens zelf gesproken met erflaatster, en heeft in zijn rapport geoordeeld dat zij wilsbekwaam was.

Hij heeft bij erflaatster niet de diagnose dementie kunnen stellen, en heeft ook geen andere geestelijke stoornis vastgesteld die zodanig was dat deze een redelijke waardering van de bij de uiterste wilsbeschikking betrokken belangen belette dan wel haar wilsverklaring moet hebben beïnvloed.

Daar tegenover staan de getuigenverklaringen van VIA-arts (getuige 1) die vindt dat erflaatster niet wilsbekwaam kon worden geacht, die van de bewindvoerder (getuige 4) en die van buurvrouw (getuige 5).

Hoewel getuige 1 op zichzelf deskundig is in het beoordelen van wilsbekwaamheid, is zijn rapport echter uitsluitend op dossier-onderzoek gebaseerd; getuige 1 heeft erflaatster niet in persoon gesproken.

Dat maakt dat zijn waarnemingen in dit geval beperkt zijn, ook al beschikte hij kennelijk over nog andere medische informatie dan psychiater (getuige 2).

De bewindvoerder had haar twijfels aan de wilsbekwaamheid van erflaatster, en zij heeft een melding bij Veilig Thuis gedaan omdat er mensen om erflaatster heen waren die het wel een goed idee zouden vinden als erflaatster hen wat zou nalaten.

Daarmee doelde zij kennelijk op geïntimeerde.

Ook de getuige 5 noemt voorbeelden op grond waarvan zij de indruk had dat erflaatster door geïntimeerde werd beïnvloed en onder druk werd gezet.

Daar tegenover blijft echter staan dat notaris (getuige 3) en psychiater (getuige 2) de wilsbekwaamheid van erflaatster, om in de situatie waarin zij verkeerde haar wil te vormen en beslissingen te nemen, aan de hand van observatie van en gesprekken met erflaatster hebben getoetst en voldoende hebben bevonden.

De algemene observatie van getuige 1 dat veel dementerenden façadegedrag vertonen en daarmee de omgeving op het verkeerde been kunnen zetten, maakt nog niet dat moet worden aangenomen dat dat bij erflaatster hier ook het geval is geweest.

Getuige 3 verklaart dat hij bekend is met façadegedrag.

Hij verklaart dat hij daarom zo veel tijd aan de zaak heeft besteed en hierop heeft gelet.

Hij had totaal niet de indruk dat zij façadegedrag vertoonde.

Zoals reeds hiervoor vermeld heeft getuige 2 onvoldoende aanwijzingen gevonden die pleiten voor de diagnose dementie, en geen reden had om te twijfelen aan haar wilsbekwaamheid.

Het hof merkt hierbij nog op dat ook in de verklaringen van andere artsen die zich in het dossier bevinden voorafgaand aan het verlijden van het testament niet de diagnose dementie is gesteld of een andere geestelijke stoornis benoemd is die maakte dat zij haar wil niet goed kon bepalen.

Uit het in het tussenarrest opgenomen feitenrelaas volgt wel dat erflaatster, die al op hoge leeftijd was, met name na haar tweede val lichamelijk en geestelijk achteruitging, en steeds afhankelijker werd van zorg, en dat er bij een aantal betrokkenen zorg was over of zij zaken kon overzien.

Maar er blijkt niet, in elk geval onvoldoende, van een concrete en zodanige geestelijke stoornis die maakte dat zij op het moment van verlijden van het testament niet meer in staat was of kon worden geacht tot een redelijke waardering van de bij de uiterste wilsbeschikking betrokken belangen dan wel de wilsverklaring moet hebben beïnvloed (als bedoeld in artikel 3:34 lid 1 BW).

Appellanten betogen dat het rapport van getuige 2 ondeugdelijk is.

Het hof is van oordeel dat het rapport sterker zou kunnen zijn geweest als daarin meer oog was geweest voor de aard van de door erflaatster te nemen beslissing(en).

Ook zou het rapport – zoals getuige 2 ook zelf constateert – vollediger kunnen zijn geweest wanneer hij nog had beschikt over nadere informatie van de huisarts en van de zorginstelling (waaronder waarnemingen van het verzorgend personeel).

Getuige 2 heeft ten tijde van zijn onderzoek wel de huisarts van erflaatster geraadpleegd, maar hieruit kwamen geen duidelijke aanwijzingen voor wilsonbekwaamheid.

Tevens heeft hij getracht informatie over de wilsbekwaamheid in te winnen bij de bewindvoerder en (medewerkers van) de thuiszorgorganisatie.

Dit is echter niet gelukt omdat de bewindvoerder niet wilde meewerken aan het verschaffen van die informatie.

Dit laatste bevreemdt het hof omdat de bewindvoerder wel zorgen had en signalen had gekregen over, algemeen gezegd, de kwetsbaarheid van erflaatster.

Het ontbreken van die informatie maakt echter niet dat het rapport daarmee ondeugdelijk is of zodanig gebrekkig dat er niet van kan worden uitgegaan.

Ook de omstandigheid dat getuige 2 geen lid is van de VIA en naast zijn werk als beoordelend psychiater ook werkzaam is als behandelend arts (NB: niet als behandelend arts van erflaatster), maakt niet dat daarmee zijn rapport ondeugdelijk is.

Getuige 2 is een ervaren psychiater, met veel ervaring in het beoordelen van mensen met mogelijke psychische stoornissen en in het rapporteren als deskundige; hij is ook lid van de NVMSR.

Ook dat de aanvankelijke aanleiding tot het vragen om een rapportage over erflaatster lag in haar bezwaren tegen het mentorschap en het bewind dat door de rechter over erflaatster was uitgesproken, en dat daar als tweede vraag bij kwam de vraag naar de wilsbekwaamheid tot het maken van een uiterste wilsbeschikking, maakt niet dat het rapport van getuige 2 ondeugdelijk is of niet de juiste invalshoek had.

Getuige 2 heeft hierover zelf verklaard “mijns inziens zijn de aard en de ernst van een beslissing niet van doorslaggevend belang bij de vraag of iemand in staat is een bepaalde beslissing te nemen. (…). Natuurlijk kijk je wel altijd een beetje om wat voor soort beslissing het gaat, maar in principe geldt als iemand niet ziek is en kan nadenken over een besluit, kan hij ook een besluit nemen. Of dat nu gaat over mentorschap opheffen of testament wijzigen.” 

Zijn verklaring/uitleg hierover komt het hof overtuigend genoeg voor.

Het hof ziet, anders dan appellanten, geen tegenstrijdigheden tussen het rapport van getuige 2 en diens verklaring als getuige.

Dat niet alles wat getuige 2 zich als getuige herinnert ook letterlijk in het rapport staat, is geen reden om de waarnemingen en conclusies in het rapport in twijfel te trekken.

In een deskundigenrapport hoeft niet letterlijk alles te staan wat de onderzochte tijdens de anamnese gezegd heeft.

Appellanten vinden dat de waarnemingen van de notaris zijn gekleurd door het rapport van getuige 2 en daarom niet objectief zijn.

Het hof verwijst naar het voorgaande en overweegt hierbij dat het rapport juist is opgesteld om een extra paar medisch geschoolde ogen te laten meekijken, een en ander overeenkomstig het Stappenplan dat notarissen volgen bij mogelijke twijfel over wilsbekwaamheid.

Voor dit medische oordeel over de wilsbekwaamheid mag de notaris in beginsel afgaan op hetgeen de arts heeft geconcludeerd na onderzoek.

Er zijn geen aanwijzingen die maakten dat de notaris twijfels had of had moeten hebben over het rapport van getuige 2.

Bovendien heeft de notaris – zie ook hiervoor – voordat het rapport werd opgesteld zelf uitgebreid de tijd genomen om met erflaatster te spreken, en overigens ook nog na het rapport.

Anders dan appellanten ziet het hof ook in de verklaring van de notaris geen tegenstrijdigheid ten aanzien van door wie en hoe de opdracht aan getuige 2 is verstrekt.

Niet gesteld of gebleken is dat getuige 2 zijn onderzoek als deskundige niet onafhankelijk heeft kunnen verrichten; wie de opdracht dan ook heeft verstrekt doet hier niet ter zake.

De notaris heeft in zijn getuigenverklaring uitgelegd hoe een en ander is verlopen; dit is voor het hof voldoende.

Dat de notaris in zijn getuigenverklaring niet nader is ingegaan op de inhoud van het testament van erflaatster valt onder zijn verschoningsrecht en doet ook niet af aan zijn verklaring.

In het rapport van getuige 2 valt te lezen dat erflaatster nadacht over het veranderen van haar testament, en dat zij het idee had dat familieleden dat niet wilden.

Het hof merkt op dat het hier uiteindelijk gaat om een testament van iemand die zelf geen echtgenoot/levenspartner of kinderen heeft, en die een keuze heeft gemaakt tussen het nalaten van haar vermogen aan neven en nicht van de ene kant van de familie en een neef van de andere kant van de familie, waarbij de keuze uiteindelijk anders is uitgevallen dan in een eerder gemaakt testament het geval was.

Op zichzelf is dat een vrij overzichtelijke keuze.

Appellanten concluderen uit de verklaring van de bewindvoerder – dat zij op 9 mei 2016 erflaatster heeft gebeld of ze die dag afspraak had om testament te wijzigen, waarop erflaatster heeft geantwoord niks van plan te zijn – dat erflaatster kennelijk alle gesprekken met de notaris vergeten was.

Ook wijzen zij erop dat erflaatster tegenover de bewindvoerder nooit de wens heeft geuit haar testament te wijzigen.

Geïntimeerde weerspreekt de conclusie van vergeetachtigheid die appellanten hieruit trekken.

Dat erflaatster de wens tot testamentwijziging niet actief naar de bewindvoerder heeft geuit wil niet zeggen dat erflaatster die wens niet had; erflaatster wilde er niet met de bewindvoerder over praten en deed of ze van niets wist, aldus geïntimeerde.

Het hof overweegt dat geen van beide scenario’s onmogelijk is, maar kan op basis van het beschikbare materiaal niet vaststellen waar het gebrek aan spraakzaamheid van erflaatster jegens de bewindvoerder over haar testament vandaan kwam.

Wat hiervan ook zij: de notaris heeft uitvoerig verklaard over de gang van zaken met betrekking tot de totstandkoming van het testament en het verlijden daarvan op 9 mei 2016. Kortheidshalve verwijst het hof daarnaar.

Appellanten hebben verder nog aangevoerd dat de getuigenverklaringen van de bewindvoerder en de getuige 5 een zelfde beeld schetsen van erflaatster, waarin sprake is van achteruitgang, kwetsbaarheid, verwardheid, afhankelijkheid van zorg, beïnvloedbaarheid, façadegedrag en geen regie meer hebben over eenvoudige kwesties.

Daarbij wijzen zij erop dat getuige 5 heeft verklaard dat blijkt van erflaatsters afhankelijkheid van geïntimeerde en dat zij niet tegen hem opgewassen was, dat zij (getuige 5) soms niet meer herkende en probeerde dat te verdoezelen, dat ze heden en verleden door elkaar gooide, dat getuige 5 regelmatig aan de bel heeft getrokken bij de bewindvoerder vanwege haar zorgen over erflaatster, en dat geïntimeerde heeft gezegd dat hij met erflaatster wilde trouwen.

Deze omstandigheden maken niet dat het oordeel anders uitvalt.

Juist vanwege de zorgen die er waren over erflaatster en haar vermogen haar financiële zaken te overzien, en de verschillende meningen daarover, en omdat erflaatster erover dacht haar testament te veranderen, is uiteindelijk een deskundige ingeschakeld om haar vermogen tot het behartigen van haar financiële zaken en haar wilsbekwaamheid te beoordelen.

Het hof verwijst naar wat daarover hiervoor is overwogen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.