Erfrecht. Uitleg van een testament. Voorwaarde in testament. Opeisbaarheid van de vordering van de kinderen.  Beroep op de tenzij-clausule in het testament.  

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van een testament.

Tussen partijen is in geschil of appellante met de brief van B van 6 september 2018 al dan niet heeft voldaan aan de voorwaarden waaronder in het testament van erflater is bepaald dat de vorderingen van geïntimeerden, ondanks verloop van tien jaren na het overlijden van erflater, niet opeisbaar worden.

Volgens appellante heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat met de woorden ‘jurist, accountant of fiscalist’ in het testament een onafhankelijke professional wordt bedoeld en dat B dit niet is.

Hoewel notaris C wel heeft gesproken over een onafhankelijke derde, heeft hij hiermee bedoeld een derde (jurist, accountant of fiscalist), niet zijnde appellante zelf of de kinderen, aldus appellante, die daarbij verwijst naar de brief van de notaris.

B voldoet volgens appellante aan de in het testament gestelde kwalificaties, zodat zij door middel van de brief van B met recht een beroep op de tenzij-clausule heeft gedaan en er geen deskundige benoemd hoeft te worden om berekeningen te laten maken.

Geïntimeerden stellen zich op het standpunt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat niet is voldaan aan de criteria van de tenzij-clausule.

De rechtbank heeft bij dat oordeel volgens hen terecht de verklaring van de notaris gevolgd.

De brief van B van 6 september 2018 voldoet hieraan niet.

Volgens geïntimeerden vereist het testament van erflater een gekwalificeerde, onafhankelijke adviseur met verstand van zaken.

B is niet alleen geen fiscalist meer (en evenmin een jurist of accountant), maar is ook niet aan te merken als onafhankelijk, aangezien hij al sinds 2010 als adviseur bij appellante betrokken is.

Inhoudelijk voldoet de brief van B evenmin aan de criteria van het testament.

Het is geen inhoudelijk financieel rapport, terwijl dat wel zou moeten.

Bovendien vermeldt de brief niet op welke termijn de erfdelen wel uitgekeerd kunnen worden en zijn niet voldoende onderliggende stukken aan geïntimeerden verstrekt.

Erfrecht. Uitleg van een testament. Voorwaarde in testament. Opeisbaarheid van de vordering van de kinderen.  Beroep op de tenzij-clausule in het testament.  

De rechter oordeelt als volgt.

Tussen partijen is in geschil of appellante met de brief van B van 6 september 2018 al dan niet heeft voldaan aan de voorwaarden waaronder in het testament van erflater is bepaald dat de vorderingen van geïntimeerden, ondanks verloop van tien jaren na het overlijden van erflater, niet opeisbaar worden.

Volgens appellante heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat met de woorden ‘jurist, accountant of fiscalist’ in het testament een onafhankelijke professional wordt bedoeld en dat B dit niet is.

Hoewel notaris C wel heeft gesproken over een onafhankelijke derde, heeft hij hiermee bedoeld een derde (jurist, accountant of fiscalist), niet zijnde appellante zelf of de kinderen, aldus appellante, die daarbij verwijst naar de brief van de notaris.

B voldoet volgens appellante]aan de in het testament gestelde kwalificaties, zodat zij door middel van de brief van B met recht een beroep op de tenzij-clausule heeft gedaan en er geen deskundige benoemd hoeft te worden om berekeningen te laten maken.

Geïntimeerden stellen zich op het standpunt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat niet is voldaan aan de criteria van de tenzij-clausule.

De rechtbank heeft bij dat oordeel volgens hen terecht de verklaring van de notaris gevolgd.

De brief van B van 6 september 2018 voldoet hieraan niet.

Volgens geïntimeerden vereist het testament van erflater een gekwalificeerde, onafhankelijke adviseur met verstand van zaken.

B is niet alleen geen fiscalist meer (en evenmin een jurist of accountant), maar is ook niet aan te merken als onafhankelijk, aangezien hij al sinds 2010 als adviseur bij appellante betrokken is.

Inhoudelijk voldoet de brief evenmin aan de criteria van het testament.

Het is geen inhoudelijk financieel rapport, terwijl dat wel zou moeten.

Bovendien vermeldt de brief niet op welke termijn de erfdelen wel uitgekeerd kunnen worden en zijn niet voldoende onderliggende stukken aan geïntimeerden verstrekt.

Het hof constateert dat partijen het niet eens zijn over de bedoeling van hetgeen onder 2.1 sub e in het testament is bepaald, in die zin dat partijen van mening verschillen over de vraag wie als ‘jurist, accountant of fiscalist’ als bedoeld in het testament kan worden aangemerkt.

Gelet hierop is uitleg van het testament van erflater nodig.

De wet geeft in artikel 4:46 van het Burgerlijk Wetboek regels voor de uitleg van testamenten (uiterste wilsbeschikkingen).

Bij de uitleg van uiterste wilsbeschikkingen moet worden gelet op de verhoudingen die de erflater kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil mogen alleen bij de uitleg worden gebruikt als het testament zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft.

Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of B kan worden aangemerkt als fiscalist.

Het hof is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord.

Appellante heeft in eerste aanleg uiteengezet welke opleiding B heeft genoten (fiscale economie), wat zijn arbeidsverleden is geweest (fiscalist op partnerniveau bij G Accountants en Adviseurs B.V.) en wat zijn huidige werkzaamheden zijn (eigen onderneming M Advies B.V. met als bij de Kamer van Koophandel geregistreerde activiteiten: belastingconsulenten en rechtskundige adviesbureaus).

Door geïntimeerden is dit niet betwist, zodat het hof daarvan uitgaat.

Op basis van deze gegevens komt het hof tot het oordeel dat B dient te worden aangemerkt als fiscalist.

Vervolgens is de vraag aan de orde of de ingeschakelde jurist, accountant of fiscalist onafhankelijk dient te zijn en, zo ja, of B aan die onafhankelijkheid voldoet.

Het hof stelt voorop dat in de tekst onder 2.1 sub e van het testament het woord ‘onafhankelijk’ niet voorkomt.

Pas nadat de notaris ter zitting bij de rechtbank had verklaard dat bedoeld is dat door een onafhankelijke beroepsbeoefenaar naar de situatie van appellante moet worden gekeken, is de onafhankelijkheid van B een geschilpunt geworden.

Beoordeeld moet dus worden of erflater, hoewel hij het niet heeft opgenomen in de tekst van zijn testament, wel heeft bedoeld te bepalen dat de jurist, accountant of fiscalist onafhankelijk moet zijn.

Naar het oordeel van het hof ligt het niet voor de hand dat de – in dit geval – fiscalist die de beoordeling zou doen, in die zin onafhankelijk zou moeten zijn dat hij geen connectie met appellante zou mogen hebben.

Gelet op de bepalingen in het testament ligt het immers op de weg van appellante om een beroep te doen op de tenzij-clausule en moet zij door middel van een schriftelijk advies van een jurist, accountant of fiscalist aantonen dat de situatie van de tenzij-clausule zich voordoet.

De deskundige die dat moet beoordelen, moet dus door appellante worden aangezocht, wat per definitie meebrengt dat deze deskundige niet onafhankelijk is, in die zin dat hij geen banden met appellante heeft.

Het hof acht het aannemelijker dat erflater de bedoeling heeft gehad te regelen dat appellante, al dan niet met geïntimeerden, niet zelf de beoordeling zou (moeten) doen, maar dat een deskundige derde die beoordeling zou verrichten.

Een en ander is in lijn met hetgeen de notaris ter zitting van de rechtbank op 29 november 2021 heeft verklaard.

Tijdens die zitting heeft de notaris immers verklaard dat een professional de beoordeling zou moeten doen, teneinde discussie over de mogelijkheden van appellante te voorkomen.

Daarbij heeft hij benoemd dat het gaat om ‘een onafhankelijke beroepsbeoefenaar’ en ‘iemand die weet hoe het zit, die deskundig is’.

Hieruit valt, in het licht van de context van de verklaring van de notaris, niet af te leiden dat de notaris hiermee een andere uitleg van het testament heeft bedoeld dan het hof hiervoor heeft overwogen.

Een en ander vindt overigens bevestiging in de brief van de notaris van 15 december 2021, waarin hij nogmaals verwoordt dat met ‘onafhankelijk’ is bedoeld dat niet appellante zelf de beoordeling zou doen, maar dat een derde de situatie zou beoordelen.

Gelet op het voorgaande is niet gebleken dat het testament vereist dat de jurist, accountant of fiscalist die het schriftelijke advies zou uitbrengen onafhankelijk moet zijn, in die zin dat er geen connectie tussen hem en appellante zou mogen bestaan.

Dat B in het verleden eerder werkzaamheden voor appellante heeft verricht, staat er dus niet aan in de weg dat door middel van een schriftelijk advies van B een beroep op de tenzij-clausule uit het testament wordt gedaan.

Voor zover geïntimeerden bewijs hebben aangeboden van hun stelling dat erflater een andere bedoeling heeft gehad dan hiervoor is overwogen, passeert het hof dat bewijsaanbod omdat het onvoldoende specifiek is.

Het voorgaande brengt mee dat het hof, anders dan de rechtbank, van oordeel is dat B voldoet aan de kwalificatie ‘fiscalist’, zoals bepaald in het testament van erflater, en daarmee het schriftelijke advies over de situatie van appellante kon uitbrengen.

B heeft bij brief van 6 september 2018, dus meer dan zes maanden voor het verstrijken van tien jaren sinds het overlijden van erflater, geïntimeerden namens appellante laten weten dat zich de situatie als bedoeld in 2.1 sub e van het testament voordoet.

Voor zover geïntimeerden zich op het standpunt hebben gesteld dat deze brief niet volstaat, omdat er een inhoudelijk financieel rapport had moeten worden opgesteld, volgt het hof hen daarin niet.

Het testament bepaalt immers dat het moet gaan om een schriftelijk advies, zonder dat daaraan inhoudelijke eisen worden gesteld.

De brief van 6 september 2018 kan als zodanig worden aangemerkt.

Het hof komt dan ook tot het oordeel dat appellante tijdig een beroep op de tenzij-clausule heeft gedaan.

Het standpunt van geïntimeerden dat appellante niet binnen de in het testament gestelde termijn een beroep op de tenzij-clausule heeft gedaan en dat die termijnoverschrijding – anders dan de rechtbank heeft geoordeeld – niet verschoonbaar is, behoeft dan ook geen verdere bespreking.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat appellante (nog) niet heeft voldaan aan de voorwaarde waaronder zij een beroep kan doen op de tenzij-clausule en haar in de gelegenheid gesteld om door middel van een advies van een onafhankelijke deskundige alsnog aan te tonen dat het inkomen uit vermogen na de uitkering aan geïntimeerden tezamen met de interingen zoals appellante die tot dat moment deed, niet voldoende is om tezamen met haar eigen inkomen de staat te blijven voeren, zoals zij gewend is.

Het hof zal het bestreden vonnis dan ook vernietigen.

Aangezien de door de rechtbank aan appellante geboden gelegenheid tot levering van bewijs niet meer aan de orde is, behoeft de in die opdracht gegeven verschrijving – waar partijen het overigens over eens waren – geen verbetering meer.

Met de beslissing dat appellante tijdig een beroep op de tenzij-clausule heeft gedaan, geeft het hof geen oordeel over de vraag of het beroep op de tenzij-clausule ook slaagt in die zin dat appellante zou hebben aangetoond dat de voorwaarden zijn vervuld om de vorderingen van geïntimeerden (nog) niet uit te hoeven keren.

Die vraag ligt in hoger beroep niet aan het hof voor, maar dient in het vervolg van de procedure bij de rechtbank te worden beantwoord.

Daarbij dient dan tevens te worden beoordeeld of appellante al dan niet in het landhuis moet kunnen blijven wonen als zij dat wenst.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.