Erfrecht. Nietig verklaren testament wegens wilsonbekwaamheid erflater. Bewijs. Inzage in medisch dossier. Doorbreking beroepsgeheim huisarts. Is aan de stelplicht voldaan?
De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een vordering tot inzage in medisch dossier van erflater kon worden toegekend.
eiser vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de door hem daartoe aangestelde arts dr. F inzage te geven in het medisch dossier van erflater op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag voor iedere dag dat zij daaraan niet meewerkt.
Eiser baseert zijn vordering op artikel 7:458a Burgerlijk Wetboek (BW).
Volgens eiser was erflater toen hij, vier weken voor zijn overlijden, zijn testament redigeerde in de war en niet meer in staat om zijn wil vrijelijk te bepalen.
Een aanwijzing daarvoor is, stelt eiser, dat zowel de voornaam van eiser als zijn geboortedatum onjuist in het testament van erflater zijn opgenomen.
Ook het feit dat eiser niet op de hoogte was van de ziekte van erflater vormt volgens eiser een aanwijzing dat erflater niet meer goed bij was, omdat de beide broers altijd een goed contact hadden en erflater hem nooit over zijn toestand had ingelicht.
Omdat eiser, als enig levend familielid van erflater, in het testament is onterfd en hij het testament in een bodemprocedure nietig wil laten verklaren, dan wel wil laten vernietigen dient eiser te stellen en zo nodig te bewijzen dat erflater leed aan een wilsgebrek.
Eiser stelt dat hij daarom een zwaarwegend belang heeft bij inzage in het medisch dossier van erflater, welk belang door de weigering van gedaagde om daarin inzage te geven wordt geschaad.
Eiser stelt dat hij geen andere mogelijkheden heeft om verder te komen dan deze procedure.
Tot slot heeft eiser erop gewezen dat het spoedeisend belang is gelegen in het gegeven dat een rechtsvordering tot vernietiging van een testament een verjaringstermijn van één jaar heeft.
Gedaagde voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van eiser, dan wel tot afwijzing van diens vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van eiser in de kosten van deze procedure.
Gedaagde voert daartoe aan dat het beroepsgeheim op grond van artikel 7:457 lid 1 BW na overlijden van de patiënt blijft gelden en alleen bij uitzondering doorbroken mag worden.
Weliswaar kan een uitsluiting in een testament een zwaarwegend belang in de zin van artikel 7:458a BW opleveren, maar het gestelde financiële belang van eiser alleen is onvoldoende voor de doorbreking van het beroepsgeheim.
Daarvoor dient ook sprake te zijn van voldoende concrete aanwijzingen dat erflater ten tijde van het opstellen van zijn testament wilsonbekwaam was.
Eiser heeft volgens gedaagde op dat punt onvoldoende aangevoerd.
Het enkele feit dat in het testament de voornaam en het geboortejaar van eiser onjuist zijn opgenomen is daarvoor onvoldoende.
Ook het gegeven dat erflater kennelijk, ondanks het gestelde goede contact tussen de broers, geen aanleiding heeft gezien eiser over zijn gezondheidstoestand te informeren vormt volgens gedaagde geen aanwijzing dat erflater in een verwarde toestand verkeerde.
De onterving zelf kan uit de aard der zaak geen aanwijzing voor wilsonbekwaamheid vormen.
Gedaagde acht het opvallend dat niet blijkt van enige poging van eiser om contact te leggen met de buren van erflater.
Gedaagde weigert daarom inzage te geven in het medisch dossier van erflater.
Erfrecht. Kort geding. Spoedeisend belang. Nietig verklaren van een testament wegens wilsonbekwaamheid van de erflater. Bewijs. Inzage in het medisch dossier. Doorbreking van beroepsgeheim van de huisarts. Is aan de stelplicht voldaan?
De rechter oordeelt als volgt.
De voorzieningenrechter is allereerst van oordeel dat eiser voldoende spoedeisend belang heeft bij de voorlopige voorziening tot inzage in het medisch dossier van erflater.
Dat belang is gelegen in de korte verjaringstermijn van één jaar uit artikel 4:54 BW.
Vervolgens moet beoordeeld worden of de vordering tot inzage in het medisch dossier van erflater in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopen daarop door toewijzing van de vordering in kort geding gerechtvaardigd is.
De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag ontkennend en legt dat hieronder uit.
Als hoofdregel geldt dat gegevens uit het medisch dossier van een overleden patiënt onder het medisch beroepsgeheim van de hulpverlener vallen.
Bij wijze van uitzondering kan inzage in of een afschrift van gegevens uit het medisch dossier van een overleden patiënt worden verstrekt aan een ieder die een zwaarwegend belang heeft en aannemelijk maakt dat dit belang door de weigering van afgifte mogelijk wordt geschaad en dat inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang (artikel 7:458a lid 1 onder c BW).
De wens tot inroeping van de nietigheid van een testament wegens wilsonbekwaamheid kan een zwaarwegend belang vormen, maar een recht tot inzage om dat belang te dienen ontstaat alleen indien er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat ten tijde van het testeren van wilsonbekwaamheid sprake kan zijn geweest en aannemelijk is dat inzage van het dossier noodzakelijk is om dat te kunnen aantonen.
Tussen partijen is niet in geschil dat eiser een zwaarwegend belang heeft bij het verkrijgen van informatie uit het medisch dossier van erflater.
Het verschil van opvatting betreft met name de vraag of er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat van wilsonbekwaamheid sprake kan zijn geweest.
De voorzieningenrechter is met gedaagde van oordeel dat er niet voldoende concrete aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat erflater wilsonbekwaam was om doorbreking van het beroepsgeheim te rechtvaardigen.
Dat in het testament van erflater de voornaam van eiser is gespeld als “met K” in plaats van “met C” en het geboortejaar van eiser is vermeld als 1951 in plaats van 1950 is daarvoor in ieder geval onvoldoende, reeds omdat niet is uitgesloten dat accordering van het testament niet na doorlezing maar na voorlezing heeft plaatsgevonden.
Weliswaar heeft eiser betwist dat van een schrijffout sprake kan zijn omdat het jaartal volledig is uitgeschreven, maar dat sluit niet uit dat erflater, hoewel helder, de fout niet heeft opgemerkt.
Tegenover de hiervoor weergegeven mededelingen van de notaris legt dit als aanwijzing geen gewicht in de schaal.
Ook in de omstandigheden dat erflater ondanks het gestelde contact tussen de broers geen aanleiding heeft gezien om eiser in te lichten over zijn gezondheidstoestand, dat de jaarlijkse felicitatie op de verjaardag van de echtgenote van eiser uitbleef en dat erflater niet wenste dat eiser op zijn uitvaart verscheen, ziet de voorzieningenrechter geen aanwijzing voor het vermoeden dat de erflater ten tijde van het testeren in verwarde toestand verkeerde.
Daarbij is ook van belang dat in het testament nadrukkelijk is vermeld met welk doel erflater het heeft willen opstellen, namelijk dat hij niet wil dat zijn enige broer van hem zal erven.
In artikel 6 van het testament is vervolgens bepaald dat eiser van erfopvolging in de nalatenschap van erflater wordt uitgesloten.
Ook is van belang dat de notaris op vragen van eiser over de totstandkoming van het testament heeft verklaard in zijn e-mail van 10 november 2023 dat hij geen aanleiding zag om het stappenplan wilsonbekwaamheid te volgen, dat hij erflater op verschillende momenten heeft gesproken, zowel tijdens fysieke ontmoetingen als via de telefoon, en dat erflater steeds duidelijk, helder en stellig was in zijn bewoordingen ten aanzien van zijn wensen voor het testament.
Volgens de notaris is ook geen sprake geweest van beïnvloeding door derden; er zijn geen derden betrokken geweest bij het opstellen van het testament.
Tenslotte wordt opgemerkt dat van eiser had in ieder geval had mogen worden verwacht dat deze zich had verstaan met de buren (of anderen) die in de maanden voor het overlijden van erflater zicht hadden op zijn doen en laten.
De omstandigheid dat van pogingen daartoe niet is gebleken brengt mee dat vooralsnog niet kan worden gezegd dat andere mogelijkheden om te komen met concrete aanwijzingen niet beschikbaar zijn.
Gelet op het voorgaande is de conclusie dan bij de huidige stand van het dossier niet is te verwachten dat de bodemrechter zal oordelen dat er toereikende gronden zijn voor doorbreking van de geheimhoudingsplicht die op gedaagde rust.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser daarom af.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.