Erfrecht. Herroeping van een testament. Wilsonbekwaamheid van de erflater? Dementie. Is herroeping van testament nietig? Stelplicht en bewijslast. Bewijslevering. Medisch dossier.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de stelplicht en de bewijslast bij de stelling van de eiser dat de erflater wilsonbekwaamheid was.
Het hof bespreekt de grieven die – kort samengevat – erop neerkomen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet als vaststaand kan worden aangenomen dat erflaatster ten tijde van het verlijden van haar testament daadwerkelijk wilsonbekwaam was.
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat erflaatster ten tijde van het opmaken van het testament aan dementie leed en daarmee aan een stoornis van haar geestvermogens, maar dat dit gegeven evenwel niet zonder meer betekent dat erflaatster ook wilsonbekwaam was om een testament op te maken.
Erfrecht. Herroeping van een testament. Wilsonbekwaamheid van de erflater ? Dementie. Is de herroeping van het testament nietig? Stelplicht en bewijslast. Bewijslevering. Medisch dossier.
Erfrecht. Herroeping van een testament. Wilsonbekwaamheid van de erflater ? Dementie. Is herroeping van testament nietig? Stelplicht en bewijslast. Bewijslevering. Medisch dossier.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof dient zich thans te buigen over de vraag of erflaatster ten tijde van het wijzigen van haar uiterste wilsbeschikking van 6 juli 2018 wilsonbekwaam was.
Anders gezegd, ontbrak op 6 juli 2018 de wil van erflaatster aan de door haar in haar testament opgenomen verklaringen en zijn daardoor de uiterste wilsbeschikkingen die zij daarin heeft gemaakt nietig?
Anders dan gedaagde in hoger beroep betoogt, kan naar het oordeel van het hof in deze zaak als vaststaand worden aangenomen dat erflaatster ten tijde van het opmaken van het testament op 6 juli 2018 dementerend was.
Een en ander valt genoegzaam af te leiden uit de aanvraag voor de CIZ zorgindicatie uit juli 2017.
Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen betekent dit gegeven echter niet zonder meer dat erflaatster ook wilsonbekwaam was om een testament op te maken.
De vraag of erflaatster de wil ontbrak aan de door haar in haar testament opgenomen verklaringen moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaf van artikel 3:34 lid 1 BW. Artikel 3:34 lid 1 BW volgt op artikel 3:33 BW dat bepaalt dat een rechtshandeling een met de verklaring overeenstemmende wil vereist.
Op grond van artikel 3:34, eerste lid, BW geldt het hierna volgende wettelijk bewijsvermoeden:
“Heeft iemand wiens geestesvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets verklaard, dan wordt een met de verklaring overeenstemmende wil geacht te ontbreken, indien de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan. (…)”
Ingevolge het tweede lid van artikel 3:34 BW wordt een eenzijdige rechtshandeling die niet tot een of meer bepaalde personen gericht was zoals het opmaken van een uiterste wilsbeschikking, door het ontbreken van wil nietig.
Wie zich – zoals eiser – erop beroept dat bij de erflater in verband met een stoornis van diens geestesvermogens de wil tot het opmaken van de uiterste wilsbeschikking ontbrak, zal – gelet op de bewijsvermoedens van art. 3:34 lid 1 BW (“geacht te ontbreken”) – ermee kunnen volstaan te stellen en zo nodig te bewijzen dat de erflater ten tijde van het opmaken van de uiterste wilsbeschikking leed aan een geestelijke stoornis en voorts dat deze stoornis toen een redelijke waardering van de bij de uiterste wilsverklaring betrokken belangen belette ofwel dat de wilsverklaring onder invloed van de geestelijke stoornis is gedaan.
Voor een redelijke waardering van de bij een uiterste wilsbeschikking betrokken belangen is vereist dat een testateur ten tijde van het maken daarvan inzicht heeft in zijn (voor het erfrecht relevante) situatie en in staat is op het gebied van het erfrecht in vrijheid keuzes te onderscheiden en te maken en beslissingen te nemen, de gevolgen van die keuzes en beslissingen in rationeel en emotioneel opzicht te overzien en dit kenbaar te maken.
Verder is vereist dat hij de informatie of voorlichting die hij voor het maken van de uiterste wilsbeschikking van de notaris of van anderen krijgt zodanig begrijpt dat hij deze bij het onderscheiden en maken van zijn keuzes en beslissingen kan betrekken en dat kenbaar kan maken.
In hoeverre sprake is of kan zijn van “een redelijke waardering” hangt niet alleen af van de aard en de zwaarte van de geestesstoornis maar ook van de aard en de ingrijpendheid van de uiterste wilsbeschikking en de aard en de zwaarte van de daarbij betrokken belangen.
Tussen deze drie elementen bestaat een wisselwerking.
Hoe zwaarder de geestesstoornis, hoe ingrijpender de beslissing en hoe zwaarder de belangen, des te hoger zijn telkens de eisen die aan een redelijke waardering mogen worden gesteld.
Zo is denkbaar dat een testateur lijdt aan een geestelijke stoornis die hem niet belet een legaat van een klein geldbedrag te maken, maar wel tot het maken van verder gaande uiterste wilsbeschikkingen zoals erfstellingen of ontervingen.
In de onderhavige zaak heeft een vierennegentigjarige dementerende vrouw één van haar vier stiefkinderen onterfd waarbij diens kinderen werden uitgesloten van zijn erfdeel na zijn overlijden, en ten behoeve van deze stiefzoon een legaat onder bewind met een tweetrapsmaking in het testament werd opgenomen.
Dat is een ingrijpende beslissing die voor de onterfde en zijn kinderen verstrekkende en – behoudens aanspraken op grond van het legaat onder bewind – onherstelbare gevolgen heeft.
De grieven komen erop neer dat volgens eiser – anders dan de rechtbank heeft geoordeeld – eiser voldoende heeft gesteld om te worden toegelaten tot het bewijs dat erflaatster bij het maken van haar testament op 6 juli 2018 wilsonbekwaam was vanwege een geestelijke stoornis en dat daardoor de door haar in dat testament gemaakte uiterste wilsbeschikkingen nietig zijn.
De rechter komt aan bewijslevering en de beoordeling van een bewijsaanbod pas toe als enerzijds voldoende is gesteld en anderzijds voldoende gemotiveerd is betwist.
Daartoe dient het hof eerst te beoordelen of eiser, die zich op de nietigheid van de uiterste wilsbeschikkingen van erflaatster beroept, alle (rechts)feiten stelt die in verband met de hier toepasselijke rechtsregel van artikel 3:34 BW noodzakelijk zijn voor het intreden van het beoogde rechtsgevolg.
Is daaraan niet voldaan, dan zijn de feiten die wel zijn gesteld, ook als zij komen vast te staan, niet toereikend voor het beoogde rechtsgevolg.
Is daaraan wel voldaan, dan moet de rechter vervolgens beoordelen of eiser de feiten die zij stelt in het licht van de omstandigheden van het geval, het debat van partijen en de betwisting door gedaagde voldoende motiveert.
Is dat niet het geval, dan heeft zij onvoldoende voldaan aan haar stelplicht en krijgt zij niet de gelegenheid bewijs te leveren.
In het licht van het vorengaande houdt het hof rekening met de mogelijkheid dat eiser in het kader van het door haar te leveren bewijs, waaronder mogelijk onderzoek door een deskundige, eerst een procedure wenst te entameren teneinde inzage in dan wel afschrift van het medisch dossier van erflaatster te verkrijgen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.