Erfrecht. Uitleg van een testament. Verklaring voor recht dat een erfstelling in het testament geen effect sorteert. Verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen. Afstammelingen.

De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van een testament ten aanzien van verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen.

Op 20 maart 2024 heeft deze rechtbank tussenvonnis gewezen waarbij eiseres is verzocht om een verklaring van de notaris in het geding te brengen waaruit volgt dat het testament van 7 april 2000 het laatste en geldende testament van erflater is.

Bij akte van 3 april 2024 heeft de advocaat van eiseres een uitdraai uit het Centraal Testamentenregister ingediend waaruit dat volgt.

Erfrecht. Uitleg van een testament. Verklaring voor recht dat een erfstelling in het testament geen effect sorteert. Verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen. Afstammelingen. Ongehuwd samenleven van erflater.

De rechter oordeelt als volgt.

Dat het testament van erflater kan worden uitgelegd op de manier die eiseres voor ogen staat op grond van de door haar aangehaalde (en hieronder uiteengezette) rechtspraak, volgt de rechtbank niet.

De rechtbank legt dat hieronder uit.

Bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt (artikel 4:46 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW).

Bij het vaststellen van de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt, kunnen feiten en omstandigheden van na het opmaken van de uiterste wil van belang zijn, omdat daaraan bewijs kan worden ontleend van een omstandigheid waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Ten tijde van het opmaken van de uiterste wil bij de erflater bestaande verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen zullen in aanmerking kunnen komen als omstandigheid waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Verwachtingen van de erflater over de toekomst kunnen ook van belang zijn bij het vaststellen van de verhoudingen die de erflater met de uiterste wil kennelijk wenst te regelen.

In het arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2013, HR:2013:911, ligt besloten dat voor de vaststelling van de verhoudingen die de erflater met de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, mede acht geslagen kan worden op verklaringen van getuigen omtrent hetgeen de erflater heeft beoogd.

Doen zich na het opmaken van de uiterste wil feiten en omstandigheden voor waardoor de feitelijke verhoudingen niet langer aansluiten bij hetgeen de erflater kennelijk wenste te regelen, dan kan de uiterste wil zo worden uitgelegd dat de desbetreffende beschikking alleen gold voor de situatie die bestond voordat de bedoelde feiten en omstandigheden zich hadden voorgedaan.

Voor een zodanige uitleg is niet vereist dat de erflater bij het opmaken van de uiterste wil op de bedoelde feiten en omstandigheden is vooruitgelopen (zie Hoge Raad 10 november 2023, HR:2023:1531).

Het testament van erflater bevat twee erfstellingen.

Een erfstelling voor het geval erflater vóór eiseres mocht komen te overlijden en er geen afstammelingen uit zijn relatie met haar mochten zijn en een erfstelling voor het geval hij tegelijk met of na eiseres mocht komen te overlijden en er geen afstammelingen uit zijn relatie met haar mochten zijn.

De rechtbank stelt vast dat erflater met zijn testament enkel de verhoudingen heeft willen regelen die bestonden ten tijde van het opmaken daarvan, maar dus niet heeft beoogd de situatie ten tijde van zijn overlijden te regelen, waarin inmiddels zoon was geboren.

Gelet hierop kan niet worden gezegd dat de bewoordingen van het testament in de gegeven situatie ten tijde van het overlijden en gelet op de verhoudingen die erflater kennelijk wenste te regelen geen duidelijke zin hebben.

Het testament is volstrekt helder en de situaties die erflater met de daarin opgenomen erfstellingen heeft willen regelen ook.

De rechtbank ziet daarom geen aanleiding het testament van erflater zo uit te leggen dat erflater daarmee ook heeft bedoeld over zijn nalatenschap te beschikking in het geval er uit zijn relatie met eiseres wél afstammelingen mochten zijn geboren.

Uit de door eiseres aangehaalde rechtspraak volgt dat de leemte die daardoor ontstaat, door het versterferfrecht wordt opgevuld.

Omdat eiseres en erflater niet met elkaar zijn gehuwd en zij geen geregistreerd partnerschap met elkaar zijn aangegaan, is eiseres op grond van het versterferfrecht geen erfgenaam van erflater.

Dat erflater ook een erfstelling had willen opnemen in zijn testament voor het geval dat er wel één of meer kinderen uit zijn relatie met eiseres geboren zouden zijn, is wel door eiseres gesteld, maar dat blijkt niet uit de stukken.

Evenmin volgt uit de stukken dat erflater had willen beschikken overeenkomstig de tekst, die op verzoek van eiseres door notaris D is opgesteld en die in het tussenvonnis van 20 maart 2024 is geciteerd.

Dat betekent dat de conclusie moet luiden dat het testament van erflater geen effect sorteert voor wat betreft de vererving van de nalatenschap van erflater en dat daarop het versterferfrecht van toepassing is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.