Erfrecht. Klacht tegen notaris. Beoordeling van de wilsbekwaamheid bij opmaken testament door notaris. Vrije en onafhankelijke wilsvorming. Testeren onder vier-ogen. Toetsing.
Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de beoordeling door de notaris van de wilsbekwaamheid van de erflater bij het opmaken van het testament.
Klaagster is, samen met haar broer, in het testament van haar overleden vader onterfd.
Klaagster verwijt de notaris dat zij bij de totstandkoming van dit testament onzorgvuldig heeft gehandeld.
De notaris heeft volgens klaagster de vrije en onafhankelijke wilsvorming van erflater onvoldoende gewaarborgd.
Daarnaast heeft zij onvoldoende onderzoek gedaan naar de wilsbekwaamheid van erflater.
Erfrecht. Klacht tegen notaris. Beoordeling van de wilsbekwaamheid bij opmaken testament door notaris. Vrije en onafhankelijke wilsvorming. Testeren onder vier-ogen. Stappenplan. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Volgens klaagster heeft erflater onder invloed van zijn echtgenote de kinderen uit zijn eerste huwelijk onterfd ten gunste van zijn echtgenote en haar dochter.
Uit de door klaagster ingewonnen inlichtingen bij de notaris blijkt dat de notaris op geen enkel moment met erflater onder vier ogen heeft gesproken.
Niet tijdens het passeren van het testament en niet tijdens de drie daaraan voorafgaande besprekingen.
De notaris heeft hierdoor onvoldoende gewaarborgd dat erflater op een vrije en onafhankelijke wijze zijn wil heeft kunnen vormen.
In hoger beroep voert klaagster aan dat er tal van (concrete) omstandigheden waren die de notaris extra alert hadden moeten maken op een mogelijke beïnvloeding door de echtgenote.
Klaagster voert de volgende omstandigheden aan:
– de echtgenote heeft de notaris benaderd voor het opmaken van het testament;
– de echtgenote had een direct belang bij het passeren van het testament; het testament bevoordeelt de echtgenote en haar dochter ten nadele van klaagster en haar broer;
– er was sprake van een stiefouder-situatie;
– de ingrijpende gevolgen van het bestreden testament; in het bijzonder de onterving van klaagster en haar broer. Klaagster en erflater hadden goed contact met elkaar; onder deze omstandigheden is de onterving ongebruikelijk te noemen;
– de hoge leeftijd van erflater op het moment van het bespreken en het passeren van de akte; zijn slechte gehoor en het leeftijdsverschil tussen erflater en zijn echtgenote.
Onder de voornoemde omstandigheden had de notaris er niet voor mogen kiezen om af te wijken van het uitgangspunt om de testateur onder vier ogen te spreken.
De notaris verweert zich als volgt.
Hierbij voert zij aan dat zij beperkt wordt in haar verweer door haar geheimhoudingsplicht.
Voorafgaand aan de eerste bespreking werd duidelijk dat sprake was van een samengesteld gezin.
In verband daarmee heeft zij dit dossier met extra aandacht behandeld.
Zo heeft de notaris de leiding van het dossier van de kandidaat-notaris overgenomen en hebben zij (deels) samen de belangrijkste besprekingen met erflater en zijn echtgenote gevoerd.
In een periode van vijf weken heeft de notaris erflater en zijn echtgenote in totaal vijf keer gesproken: vier besprekingen op kantoor en één telefonische bespreking van circa een uur.
Tussen de besprekingen door is bewust enige tijd gepland; dit is een weloverwogen keuze van de notaris geweest omdat dit een goed controlemechanisme is.
De familieverhoudingen, de wensen van de echtelieden en de financiële gevolgen van de gemaakte keuzes zijn tijdens deze besprekingen uitvoerig met erflater besproken.
Er is de notaris op geen enkel moment gebleken van enige druk of beïnvloeding door de echtgenote op erflater.
De notaris kan zich erflater herinneren als een man met een bepaalde autoriteit die goed begreep wat hem werd voorgehouden.
Ter zitting in hoger beroep heeft de notaris benadrukt dat zij erflater juist veel aandacht heeft geschonken omdat hij twee kinderen uit een eerder huwelijk had.
In een setting dat echtelieden 40 jaar getrouwd zijn en samen bij de notaris komen met het verzoek om testamenten op te maken is het in beginsel niet nodig en ook niet gebruikelijk om ieder van hen apart te spreken.
De notaris meent overigens dat zij erflater wél op enig moment alleen heeft gesproken; met zekerheid kan zij dit niet verklaren omdat zij hiervan geen aantekening heeft gemaakt in haar dossier.
De notaris stelt dat dit in ieder geval voor haar niet noodzakelijk was anders zou zij hiervan wél een aantekening hebben gemaakt.
De notaris heeft zorgvuldig gehandeld en de verwijten van klaagster zijn ongegrond en onvoldoende onderbouwd, aldus de notaris.
Volgens vaste rechtspraak is het de verantwoordelijkheid van de (kandidaat-) notaris om te waken voor de vrije en onafhankelijke wilsvorming van een testateur.
De (kandidaat-)notaris dient dan ook al het nodige te doen om zich ervan te vergewissen dat de testateur bij het vormen en uiten van zijn wil niet op ongewenste wijze is beïnvloed door (de aanwezigheid van) een derde.
Dat is niet anders in de situatie dat de derde de partner van de testateur is.
Het is aan de notaris overgelaten om te bepalen op welke wijze hij uitvoering geeft aan deze verplichting.
Het hof is van oordeel dat een notaris in beginsel aan deze verplichting voldoet indien hij op enig moment bij de voorbereiding of het passeren van het testament met de testateur afzonderlijk de relevante aspecten van het testament bespreekt.
Van de notaris die daarvoor niet kiest, mag worden verwacht dat hij zijn keuze en de daarbij gemaakte afwegingen achteraf (als daarover vragen rijzen) kan verantwoorden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval (zie hof Amsterdam 1 maart 2022, GHAMS:2022:559).
Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van hetgeen de notaris ter zitting in eerste aanleg en hoger beroep heeft verklaard en in haar stukken heeft gesteld over de besprekingen die zij heeft gevoerd met erflater.
Met de kamer is het hof van oordeel dat de notaris aldus genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van het opstellen en passeren van het testament ervan uit mocht gaan dat erflater zijn wil vrij en onafhankelijk had gevormd, ook als ervan uitgegaan moet worden dat zij erflater steeds in aanwezigheid van zijn echtgenote heeft gesproken.
De beslissing om niet op enig moment afzonderlijk met erflater het testament te bespreken, heeft de notaris naar het oordeel van het hof afdoende verantwoord aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval, zoals hiervoor beschreven.
Klaagster heeft geen (voldoende) feiten en omstandigheden aangevoerd, die tot een ander oordeel leiden.
Klaagster stelt dat er meerdere indicatoren aanwezig waren op grond waarvan de notaris het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid (hierna: het Stappenplan) had moeten volgen.
Erflater was op hoge leeftijd en het initiatief voor het opmaken van zijn testament kwam van zijn echtgenote.
De inhoud van het testament was, gegeven de onterving van zijn kinderen, ongebruikelijk.
Klaagster gaat ervan uit dat in het voorlaatste testament zij en haar broer niet waren onterfd zodat het laatste testament ingrijpend afweek.
De (enkele) verklaring van de notaris dat zij niet heeft getwijfeld aan de wilsbekwaamheid van erflater is onvoldoende om op basis daarvan gerechtvaardigd te kunnen stellen dat nader onderzoek niet geboden was.
De aanwezigheid van de voornoemde indicatoren had volgens klaagster voor de notaris aanleiding moeten zijn om een nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater in te stellen.
De notaris heeft dit nagelaten.
Van een zorgvuldige toetsing van de wilsbekwaamheid van erflater is geen sprake geweest.
De notaris brengt naar voren – zo blijkt ook uit haar dossieraantekeningen en uit het overleg dat zij naar aanleiding van deze klacht met haar (voormalige) kandidaat-notaris heeft gevoerd – dat zij destijds geen enkele reden had om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflater.
Tijdens de vijf besprekingen die de notaris met erflater heeft gevoerd begreep erflater goed wat hem werd voorgehouden; hij stelde ook veel vragen.
Erflater was duidelijk, consequent en ondubbelzinnig in zijn wensen met betrekking tot de inhoud van zijn testament.
De notaris heeft daarnaast ook herhaaldelijk enkele testvragen gesteld.
Zo is gevraagd naar de leeftijd en de namen van de kinderen.
De antwoorden van erflater gaven geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflater.
Ook vier jaar later, bij gelegenheid van de levering van zijn woonhuis bij een andere notaris, is er kennelijk geoordeeld dat erflater voldoende wilsbekwaam was.
Het Stappenplan hoefde daarom niet te worden gevolgd; slechts bij gerede twijfel is hiertoe aanleiding.
Klaagster heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de notaris nader onderzoek had moeten verrichten naar de wilsbekwaamheid van erflater.
Het hof oordeelt als volgt.
Klaagster heeft feiten naar voren gebracht, waaruit zij afleidt dat de notaris gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid van erflater had moeten hebben.
Het hof is, net als de kamer, van oordeel dat de notaris in voldoende mate aannemelijk heeft gemaakt dat zij voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van erflater en dat zij geen aanleiding had om aan zijn wilsbekwaamheid te twijfelen.
Primair mag worden uitgegaan van de eigen waarneming van de notaris.
De notaris heeft op vijf verschillende momenten met erflater gesproken en tijdens deze gesprekken was hij volgens de notaris helder van geest, consistent in zijn wensen en kon hij de gevolgen van zijn keuzes overzien.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die aanleiding geven om vraagtekens te plaatsen bij de juistheid van het relaas van de notaris omtrent deze gang van zaken en haar waarnemingen.
De door klaagster aangevoerde feiten en omstandigheden zijn, gelet op de eigen waarneming van de notaris in vijf gesprekken met erflater, van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te komen.
Het hof is van oordeel dat voor de notaris onvoldoende reden bestond om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflater, zodat de notaris het Stappenplan niet hoefde te volgen.
Ook de keuze van de notaris om erflater niet op enig moment afzonderlijk te spreken heeft de notaris in voldoende mate kunnen verantwoorden, mede door de uitvoerige aandacht die de notaris aantoonbaar aan dit dossier heeft gegeven waarbij zij blijk heeft gegeven extra alert te zijn geweest op de kwestie van de vrije wilsvorming.
Het hof is, net als de kamer, van oordeel dat de klacht van klaagster ongegrond is.
Het hof zal de beslissing van de kamer daarom bevestigen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.