Erfrecht. Uitleg van een testament. Opeisbaarheid geldvordering. Toekomstige gebeurtenissen. Liquide middelen. Gedwongen verkoop woning. Langstlevende.
De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van een testament met betrekking tot de opeisbaarheid van de geldvordering van de kinderen.
Erflater heeft op 19 april 2013 een testament opgemaakt.
Hij heeft daarin gedaagde, eiser en A ieder voor een gelijk deel tot enige erfgenamen benoemd.
Erflater heeft de wettelijke verdeling van toepassing verklaard en heeft – in afwijking daarvan – bepaald dat de vordering van eiser opeisbaar is twee jaar na zijn overlijden.
Eiser vordert dat gedaagde aan hem een bedrag betaalt op grond van het testament van erflater.
Gedaagde betwist niet dat eiser op deze grond een vordering op haar heeft.
Dat staat dus vast.
Partijen verschillen wel van mening over de hoogte van de vordering en de vraag wanneer de vordering opeisbaar is.
Erfrecht. Uitleg van een testament. Opeisbaarheid van de geldvordering. Toekomstige gebeurtenissen. Liquide middelen nalatenschap. Gedwongen verkoop van woning. Verzorgingsgedachte. Langstlevende.
De rechter oordeelt als volgt.
In het testament staat dat de vordering van eiser op gedaagde twee jaar na het overlijden van erflater opeisbaar is.
Dit betekent dat de vordering in beginsel in 2023 opeisbaar is geworden.
Gedaagde voert echter als verweer aan dat het testament niet zo mag worden uitgelegd dat de vordering nu opeisbaar is.
In de nalatenschap zitten te weinig liquide middelen om de vordering te voldoen en gedaagde heeft zelf niet genoeg geld.
Als [gedaagde] de vordering van eiser nu moet voldoen, is zij daarom gedwongen het pand te verkopen.
Dat is nooit de bedoeling geweest van erflater.
Ten tijde van het opmaken van het testament in 2013 was de financiële situatie van gedaagde en erflater anders.
Toen beschikten zij over genoeg liquide middelen waaruit eiser had kunnen worden betaald.
Sindsdien hebben zij aanzienlijke bedragen moeten betalen aan de belastingdienst en is het vermogen geslonken waardoor dat niet meer kan.
Verder stelt gedaagde dat zij voor haar levensonderhoud en dat van A afhankelijk is van de huurinkomsten van het pand.
Als zij het pand moet verkopen verliest zij haar enige bron van inkomsten.
Bij deze stand van zaken had erflater nooit gewild dat de vordering van eiser nu al opeisbaar is.
Dit strookt ook niet met de bedoeling van de wettelijke verdeling dat de langstlevende echtgenoot na het overlijden van de andere echtgenoot verzorgd achterblijft, aldus steeds gedaagde.
De rechtbank dient bij de uitleg van een testament te letten op de verhoudingen die de erflater kennelijk wenste te regelen en op de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt (artikel 4:46 lid).
Bij het vaststellen van de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt, kunnen feiten en omstandigheden van na het opmaken van de uiterste wil van belang zijn, omdat daaraan bewijs kan worden ontleend van een omstandigheid waaronder de uiterste wil is gemaakt.
Ten tijde van het opmaken van de uiterste wil bij de erflater bestaande verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen zullen in aanmerking kunnen komen als omstandigheid waaronder de uiterste wil is gemaakt.
Verwachtingen van de erflater over de toekomst kunnen ook van belang zijn bij het vaststellen van de verhoudingen die de erflater met de uiterste wil kennelijk wenst te regelen.
Doen zich na het opmaken van de uiterste wil feiten en omstandigheden voor waardoor de feitelijke verhoudingen niet langer aansluiten bij hetgeen de erflater kennelijk wenste te regelen, dan kan de uiterste wil zo worden uitgelegd dat de desbetreffende beschikking alleen gold voor de situatie die bestond voordat de bedoelde feiten en omstandigheden zich hadden voorgedaan.
Voor een zodanige uitleg is niet vereist dat de erflater bij het opmaken van de uiterste wil op de bedoelde feiten en omstandigheden is vooruitgelopen.
Volgens eiser was de bedoeling van erflater dat hij twee jaar na het overlijden over het geld zou kunnen beschikken.
Het leeftijdsverschil tussen eiser en gedaagde is relatief klein, dus als eiser zou moeten wachten tot gedaagde overlijdt dan heeft hij maar kort profijt van het geld.
Erflater wilde gedaagde na zijn overlijden twee jaar de tijd geven om de zaken te regelen, aldus eiser.
Gedaagde betwist het standpunt van eiser niet.
Zelf heeft zij tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd gezegd dat zij niet meer weet waarom erflater heeft opgenomen dat de vordering twee jaar na zijn overlijden opeisbaar is.
De rechtbank houdt het er daarom voor dat, zoals eiser stelt, erflater wenste dat eiser twee jaar na overlijden van erflater de waarde van diens erfdeel ontvangt om daar zo lang mogelijk profijt van te hebben.
Het is onduidelijk of erflater bij het opstellen van de bepaling over de opeisbaarheid van de vordering van eiser het testament heeft gedacht aan de toekomstige situatie dat er onvoldoende liquide middelen aanwezig zouden zijn om de vordering te voldoen.
Uit de bewoording en de bedoeling van deze bepaling blijkt in ieder geval niet dat deze alleen is geschreven voor de situatie dat gedaagde de vordering kan voldoen uit liquide middelen.
Daarvoor zijn verder ook geen aanwijzingen.
Uit bepaling III van het testament in zijn geheel valt op te maken dat erflater de wens had gedaagde en zijn kinderen alle drie verzorgd achter te laten.
Onbetwist staat vast dat de vordering van eiser kan worden voldaan als het pand wordt verkocht.
Eiser , gedaagde en A zullen dan ieder recht hebben op een derde van de netto verkoopopbrengst.
Het is vooralsnog onduidelijk wat de precieze waarde is van de nalatenschap omdat deze nog moet worden vastgesteld.
Echter, gelet op de door partijen overgelegde overzichten van de waarde van de bestanddelen van de nalatenschap is de rechtbank van oordeel dat ook bij verkoop van het pand recht wordt gedaan aan de verzorgingsgedachte van erflater.
De conclusie van de rechtbank is dat het verweer van gedaagde niet slaagt en de vordering van eiser dus opeisbaar is.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.