Erfrecht. Nietig testament? Wilsgebrek. Wilsbekwaamheid. Bewijs en bewijslast. Medisch bewijs. Stelplicht. Toelaten tot bewijsvoering. Toetsing.
De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over bewijs en bewijslast voor de nietigverklaring van een testament
Deze zaak gaat over de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van A en B.
Er zijn veel geschilpunten, waar de rechtbank in dit vonnis op zal beslissen.
A vordert te verklaren voor recht dat het op 14 maart 2019 voor notaris mr. A. verleden testament van erflaatster nietig is en geen effect sorteert en de nalatenschap moet worden afgewikkeld conform het Spaanse testament van 20 november 2015.
A legt hieraan ten grondslag dat een met de rechtshandeling overeenstemmende wil van erflaatster ontbrak (ex artikel 3:33 BW).
De afwikkelingsbewindvoerder en B betwisten dat het testament van erflaatster van 14 maart 2019 nietig is.
Erfrecht. Nietig testament? Wilsgebrek. Wilsbekwaamheid. Bewijs en bewijslast. Medisch bewijs. Stelplicht. Toelaten tot bewijsvoering. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Voor een rechtshandeling is een op een rechtsgevolg gerichte wil vereist, die zich door een verklaring heeft geopenbaard, zo bepaalt artikel 3:33 BW.
Ingevolge de in artikel 150 Rv opgenomen hoofdregel van bewijslastverdeling rust op A – die zich immers op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde nietigheid beroept – de bewijslast ten aanzien van haar stelling dat een met de rechtshandeling overeenstemmende wil van erflaatster ontbrak ten tijde van het ondertekenen van het testament.
Dit brengt met zich dat A op grond van haar onlosmakelijk aan de bewijslast verbonden stelplicht voldoende feiten en omstandigheden moet aanvoeren (en, bij voldoende betwisting, dus moet bewijzen) die (kunnen) leiden tot de vaststelling dat een met de rechtshandeling overeenstemmende wil van erflaatster ontbrak.
Bij de beoordeling kunnen ook van belang zijn feiten en omstandigheden die zijn voorafgegaan aan of zijn gevolgd op het ondertekenen van het testament.
A heeft ter onderbouwing van haar beroep op nietigheid het volgende aangevoerd.
Erflaatster woonde voor haar overlijden niet in Nederland, zij woonde toen al ongeveer tweeëntwintig jaar in Spanje.
Op 20 november 2015 heeft erflaatster in Spanje een testament laten opstellen waarin zij haar beide dochters tot erfgenamen benoemt en de Spaanse registergoederen tussen hen verdeelt middels legaten.
Erflaatster werd ernstig ziek en A heeft haar drie maanden in Spanje verzorgd.
Daarna is erflaatster naar Nederland gekomen en verbleef de laatste drie weken voor haar overlijden bij B thuis.
Erflaatster werd opgenomen in het ziekenhuis, waar het testament van 14 maart 2019 is getekend.
Het Nederlandse testament is zeer uitgebreid, wijkt enorm af van het eerder door erflaatster opgemaakte testament en B wordt bevoordeeld met € 800.000 ten opzichte van A .
Dit terwijl erflaatster, zoals blijkt uit het Spaanse testament, drieënhalf jaar daarvoor nog helemaal niet de wens had om B te bevoordelen.
Erflaatster was de Nederlandse taal vrijwel niet machtig.
Daarnaast had erflaatster geen verstand van financiële zaken.
Daarom heeft erflater de verkrijgingen uit zijn nalatenschap onder bewind gesteld.
Erflaatster verkeerde in een afhankelijke situatie, was terminaal ziek en ‘zat ten tijde van het verlijden van het testament onder de medicatie’.
Zij heeft het testament van 24 pagina’s niet kunnen bevatten.
Erflaatster heeft niet zelf het initiatief genomen voor het opstellen van het testament en niet zelf de afspraak met de notaris gemaakt.
Verder blijkt uit de slotverklaringen van het testament dat de notaris het testament niet geheel heeft voorgelezen, terwijl erflaatster de Nederlandse taal niet machtig was.
A betwist dat erflaatster een concept van het testament heeft ontvangen.
Het adres in het testament was het adres van B.
B betwist dat het testament van 14 maart 2019 enorm afwijkt van het eerdere testament van erflaatster.
Erflaatster heeft op 14 mei 2010 een testament opgesteld, dat volgens B in grote lijnen vergelijkbaar is met het testament van 14 maart 2019.
In het testament van 14 mei 2010 legateerde erflaatster een bedrag van € 900.000,00 aan B.
Dit legaat is in het laatste testament bepaald op € 800.000,00.
Hieruit blijkt volgens B dat erflaatster altijd de bedoeling heeft gehad om de afkoop van het vruchtgebruik te compenseren.
Ter onderbouwing heeft B het testament van erflaatster van 14 mei 2010 overgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat A niet met voldoende concrete feiten heeft onderbouwd dat een met de rechtshandeling overeenstemmende wil van erflaatster ontbrak.
De rechtbank licht dit oordeel als volgt toe.
Tegenover voormelde door A aangevoerde omstandigheden staat de verklaring van de notaris.
Uit die verklaring leidt de rechtbank af dat de notaris grondig en zorgvuldig onderzoek heeft verricht naar de wilsbekwaamheid van erflaatster.
De notaris heeft daarbij inzichtelijk gemaakt hoe hij te werk is gegaan.
De eerste bespreking heeft plaatsgevonden door een ervaren kandidaat-notaris in het ziekenhuis, met erflaatster alleen.
De kandidaat-notaris had geen enkele reden om te twijfelen over de wilsbekwaamheid van erflaatster.
Vervolgens heeft de notaris het testament gepasseerd op het woonadres van B, waarbij de notaris alleen was met erflaatster.
Erflaatster was volgens de notaris volkomen helder en wist wat zij wilde.
De notaris is naar aanleiding van dit onderzoek tot de conclusie gekomen dat erflaatster wilsbekwaam was.
De verklaring van de notaris overtuigt de rechtbank.
De rechtbank ziet in hetgeen A heeft aangevoerd geen reden voor twijfel aan de juistheid van de conclusies van de notaris.
Ook de inhoud van het testament kan naar het oordeel van de rechtbank niet dienen ter onderbouwing van de stelling dat een met de rechtshandeling overeenstemmende wil van erflaatster ontbrak.
Dit volgt niet uit de wijzigingen ten opzichte van het eerdere testament van erflaatster van 14 mei 2010.
Bovendien had erflaatster een reden voor de bevoordeling van B en heeft zij die reden opgenomen in de considerans van het testament.
B heeft achteraf gezien te veel betaald voor de afkoop van het vruchtgebruik, omdat erflaatster daarna ziek werd en maar 65 jaar oud is geworden.
Erflaatster wilde dit corrigeren.
Overigens blijkt nergens uit dat erflaatster de Nederlandse taal niet machtig was.
In de periode vanaf 28 april 2005 tot en met het testament van 14 maart 2019 heeft erflaatster verschillende notariële aktes getekend die allemaal in de Nederlandse taal zijn verleden, zonder dat daarbij een tolk aanwezig was.
Bovendien heeft A geen verklaring gegeven voor het feit dat zij nu pas een beroep doet op de nietigheid van het testament, vijf jaar na het overlijden van erflaatster, terwijl zij volgens de verklaring van erfrecht van 4 oktober 2021 het legaat zonder voorbehoud heeft aanvaard.
De overige door A aangedragen omstandigheden zeggen niets over de vraag of erflaatster wilsbekwaam was, zodat de rechtbank ook daaraan voorbij gaat.
A heeft tijdens de mondelinge behandeling aangeboden om alsnog medisch bewijs over te leggen waaruit blijkt dat erflaatster niet de wil had om het testament te maken.
B heeft hiertegen bezwaar heeft gemaakt.
A heeft niet toegelicht waarom zij dit bewijs niet eerder in het geding heeft gebracht en waar dit bewijs uit zou bestaan.
Zeker nu het gaat om de onderbouwing van haar eigen standpunt had van a mogen worden verwacht dat zij, gelet op hiervoor genoemde omstandigheden en de betwisting zijdens B en de afwikkelingsbewindvoerder, hierover concretere stellingen zou hebben ingenomen.
De rechtbank zal A daarom niet toelaten tot het leveren van bewijs.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.