Erfrecht. Uitleg en aanvulling van een testament. Samenleving met kind. Uiterste wilsbeschikking blijvend onmogelijk geworden? Zijn kind en partner erfgenaam?
Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een uiterste wilsbeschikking in een testament blijvend onmogelijk was geworden.
Deze zaak betreft de uitleg van het testament van erflater.
Erfrecht. Uitleg en aanvulling van een testament. Samenleving met kind. Uiterste wilsbeschikking blijvend onmogelijk geworden? Zijn kind en partner erfgenaam?
De rechter oordeelt als volgt.
Deze zaak betreft de uitleg van het testament van erflater.
In dat kader acht het hof de volgende feiten van belang.
Eiser heeft begin jaren negentig van de vorige eeuw een relatie gekregen met erflater.
Zij had op dat moment twee zoons uit een eerdere relatie die destijds circa tien en zeven jaar oud waren.
Zij vormden gevieren een gezin, met dien verstande dat de zoons van eiser ook bij hun vader verbleven.
Op 24 februari 2000 hebben eiser en erflater een perceel bouwterrein gekocht.
Daarop is een huis gebouwd, waarin eiser nu nog met de erven woont.
Vanwege deze koop hebben eiser en erflater op 15 maart 2000 een samenlevingscontract gesloten, waarin zij onder andere hebben opgenomen dat zij elkaar gedurende de periode dat zij samenwonen getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd zijn en verplicht zijn elkaar het nodige te verschaffen.
Op 7 april 2000 hebben eiser en erflater ieder bij testament beschikt over hun nalatenschap.
Erflater heeft in zijn testament een erfstelling opgenomen voor het geval hij vóór eiser mocht komen te overlijden en er geen afstammelingen uit hun relatie geboren mochten zijn met benoeming van eiser voor 80% van zijn nalatenschap en de kinderen van zijn zus voor 20% van zijn nalatenschap met uitzondering van zijn woonhuis.
Ook heeft hij een erfstelling opgenomen voor het geval hij gelijk met of na eiser zou komen te overlijden en er geen afstammelingen uit hun relatie mochten zijn geboren; in dat geval heeft hij de kinderen van eiser tot enige en algehele erfgenamen benoemd.
Eiser heeft op haar beurt in haar testament erflater en haar kind(eren) tot haar enige erfgenamen, gezamenlijk en voor gelijke delen, benoemd.
Het vruchtgebruik van de woning is aan erflater toegekend.
Op 5 februari 2001 zijn eiser en erflater ouders geworden van de erven.
Erflater heeft in zijn testament geen erfstelling opgenomen voor het geval een afstammeling uit zijn relatie met eiser geboren mocht zijn.
In de procedure bij de rechtbank heeft eiser als uitgangspunt genomen dat het testament van erflater zo moet worden uitgelegd dat erflater daarmee ook heeft bedoeld over zijn nalatenschap te beschikken in het geval uit zijn relatie met eiser wél afstammelingen mochten zijn geboren en wel in die zin dat – indien er wel een of meer afstammelingen uit de relatie waren geboren – erflater die afstammeling(en) en eiser ieder voor een gelijk deel tot zijn erfgenaam had benoemd.
De rechtbank heeft geen aanleiding gezien het testament op de door eiser voorgestane wijze uit te leggen en heeft overwogen dat de leemte die daardoor ontstaat door het versterferfrecht wordt opgevuld, met als gevolg dat [de erven] enig erfgenaam is van erflater.
Eiser stelt in hoger beroep dat het nooit de bedoeling van erflater kan zijn geweest dat zij niet zijn erfgenaam was.
Door middel van uitleg van het testament moet ervan worden uitgegaan dat erflater ook heeft bedoeld haar te benoemen tot erfgenaam.
In dit kader heeft eiser bij gelegenheid van de mondelinge behandeling toegelicht dat de voornaamste – zo niet enige – reden voor de opstelling van de beide testamenten was gelegen in de koop van het perceel waarop hun huis werd gebouwd.
Eiser wilde de (theoretische) mogelijkheid uitsluiten dat haar zoons erflater uit het huis konden zetten als eiser eerder dan erflater zou komen te overlijden.
Eiser en erflater hebben hun situatie aan de notaris uitgelegd en hij heeft vervolgens de testamenten opgesteld.
Ten tijde van die redactie van het testament – eiser was toen 39 jaar oud – hadden eiser en erflater al acht jaar geprobeerd om samen een kind te krijgen.
Zij verwachtten niet dat hun kinderwens nog in vervulling zou gaan.
Bij eiser was een vruchtbaarheidsprobleem vastgesteld door de gynaecoloog van het Zaans Medisch Centrum; zwanger worden leek om die reden niet mogelijk.
De zwangerschap was voor eiser en erflater dan ook een grote (en welkome) verrassing.
Na de geboorte van de erven hebben eiser en erflater niet eraan gedacht hun testamenten aan te passen.
Volgens eiser is het nooit de bedoeling van erflater geweest dat eiser door de komst van de erven niet langer meer erfgenaam van erflater zou zijn.
Erflater wilde dat eiser goed achterbleef.
Hij dacht dat ze het goed hadden geregeld.
Ook de erven hebben ter zitting verklaard dat hij ervan overtuigd is dat het nooit de bedoeling van erflater kan zijn geweest dat eiser geen erfgenaam is van erflater.
Vandaar dat hij het van het begin af aan heeft ingestemd met het verzoek van zijn moeder ten aanzien van de uitleg en aanvulling van het testament.
De erven realiseren zich dat als eiser en hij ieder voor gelijke delen erfgenaam zijn, hij het deel van eiser na haar overlijden moet delen met zijn (half)broers.
Zoals de rechtbank heeft overwogen, dient volgens artikel 4:46 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bij uitlegging van een uiterste wilsbeschikking te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.
Gelet op hetgeen eiser heeft aangevoerd, begrijpt het hof dat zij (ook) aan haar vordering ten grondslag legt dat het testament van erflater moet worden uitgelegd/aangevuld in de zin van artikel 4:47 BW.
Artikel 4:47 BW bepaalt dat wanneer de uitvoering van een uiterste wilsbeschikking anders dan als gevolg van een na het overlijden van de erflater ingetreden omstandigheid blijvend onmogelijk is, de beschikking vervalt zonder dat een andere beschikking daarvoor in de plaats mag worden gesteld, tenzij de wet het tegendeel bepaalt, of uit de uiterste wil zelf is af te leiden dat de erflater die andere beschikking zou hebben gemaakt wanneer hem de onmogelijkheid bekend was geweest.
Vast staat dat de uitvoering van de uiterste wilsbeschikking van erflater (de erfstelling van eiser) in geval hij als eerste zou overlijden, blijvend onmogelijk is geworden door de geboorte van de erven.
Het hof is van oordeel dat uit de uiterste wil van erflater valt af te leiden dat hij een andere beschikking had gemaakt als voormelde onmogelijkheid hem bekend was geweest.
Uit de bewoordingen van de uiterste wil kan worden afgeleid dat erflater voor dat geval de klaarblijkelijke bedoeling had zijn zoon en eiser als zijn erfgenamen achter te laten.
Erflater heeft eiser in 2000 tot erfgenaam benoemd voor alle toen denkbare situaties.
Op grond van hetgeen eiser tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft meegedeeld, kan ervan worden uitgegaan dat partijen op dat moment op geen enkele wijze nog rekening hielden met de mogelijkheid dat zij gezamenlijk kinderen zouden krijgen.
Anders gezegd, de komst van de erven was op dat moment voor erflater en eiser ondenkbaar.
Niet is weersproken dat erflater eiser verzorgd heeft willen achterlaten.
In het voorziene geval dat erflater en eiser geen kinderen kregen, heeft erflater hiervoor ook een voorziening in het testament getroffen.
Uit het testament van eiser, dat op dezelfde dag is gepasseerd, blijkt dat het haar bedoeling was om bij haar vooroverlijden haar kinderen en erflater voor gelijke delen tot erfgenaam te benoemen, waaruit eenzelfde verzorgingsgedachte valt af te leiden.
Overigens blijkt ook uit de tekst in het samenlevingscontract de verzorgingswens van erflater.
Aan de klaarblijkelijk bedoeling van erflater om eiser verzorgd achter te laten wordt niet tegemoet gekomen indien het testament van erflater geen effect zou sorteren voor wat betreft de vererving van de nalatenschap van erflater en daarop het versterferfrecht van toepassing zou zijn.
Het hof zal daarom overgaan tot aanvulling van het testament. Voor de tekst zal het hof aansluiten bij de tekst van het testament van eiser dat spreekt van erfgenamen voor gelijke gedeelten.
Om die reden zal het hof de meer subsidiaire vordering van eiser (zoals weergegeven in de memorie van grieven) toewijzen en het testament van erflater aanvullen met een derde erfstelling die luidt als volgt:
“DERDE ERFSTELLING
Voor het geval ik voor mijn genoemde vriendin mocht komen te overlijden en er afstammelingen uit mijn relatie met haar geboren mochten zijn, benoem ik tot mijn enige erfgenamen, gezamenlijk en voor gelijke gedeelten: mijn voornoemde vriendin en mijn kind(eren).”
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.