Bewijsopdracht. Waren ten tijde van het passeren van het testament de geestelijk vermogens van erflaatster blijven of tijdelijk gestoord? Inzage medisch dossier?
Van onze advocaat nietig testament. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 13 november 2018 uitspraak gedaan over de vraag of ten tijde van het passeren van het testament de geestelijk vermogens van erflaatster blijven of tijdelijk waren gestoord. Bewijsopdracht.
Op 22 oktober 2013 is in een hospice overleden de moeder van partijen (hierna: erflaatster). Zij was op het tijdstip van haar overlijden ongehuwd en liet vier kinderen na: drie broers en een zuster.
Erflaatster heeft op 9 december 2009 een testament gemaakt ten overstaan van mr. P, destijds notaris. Hierin heeft erflaatster haar kinderen benoemd tot enige erfgenamen van haar nalatenschap; De oudste broer voor de helft van zijn erfdeel bij versterf en de overige broers en de zuster, tezamen en voor gelijke delen, voor het overige gedeelte van haar nalatenschap.
De jongste broer stelt dat erflaatster op 18 oktober 2013 onvoldoende in staat was om te begrijpen wat zij ondertekende ten tijde van het ondertekenen van het testament, wat de impact was van hetgeen zij zou tekenen en dat haar wil niet gericht kon zijn op hetgeen zij in het testament van 18 oktober 2013 verklaarde.
Hij voert aan dat op 18 oktober 2013 bij erflaatster sprake was van een kenbare stoornis in de geestelijke vermogens.
Hij wil bewijs van zijn stellingen leveren door:
– het inbrengen van de medicatielijst, om aan te tonen dat haar bewustzijnstoestand door medicatie is beïnvloed. De mate waarin dat is gebeurd hangt af van de aard en dosering van de medicatie;
– het inbrengen van rapportage van verpleegkundigen en verzorgenden, teneinde inzicht te krijgen in de fysieke en mentale toestand van erflaatster op 18 oktober 2013;
Voor het verkrijgen van de medicatielijst en de rapportage heeft Broer een de toestemming van geïntimeerden nodig. Hij dient hiertoe een vordering in het incident in;
– het horen van getuigen, waaronder notaris P, de huisarts, een verpleegkundige en een verzorgende, die betrokken waren bij de zorg voor erflaatster, en de kinderen van erflaatster.
Vervolgens acht broer een benoeming van een deskundige – een geriater – van belang, met als opdracht om op grond van zijn (medische) ervaring en kennis, advies uit te brengen over de geestestoestand van erflaatster op en rond de 18 oktober 2013, daarbij gebruikmakend van de in het geding naar voren gebrachte gegevens en de verstrekte medische gegevens, aangevuld met de opgevraagde medische gegevens van behandelaars en zorgverleners waaronder de verstrekte medicatie en ondervraging van zorgverleners en behandelaars in het hospice.
Broer zelf was in deze periode gedetineerd. Hij stelt dat hij erflaatster op 17 oktober 2013 telefonisch gesproken heeft en dat er toen geen zinnig woord met haar te wisselen was. Broer een wijst nog op overige omstandigheden, die voor de vraag naar de geestestoestand van erflaatster op 18 oktober 2013 van belang zijn: het gegeven dat de notaris bij zijn bezoek aan erflaatster op het zorgdossier is gewezen, het gegeven dat erflaatster niet in staat was zelf het ontwerp-testament te lezen, omissies in het testament die erflaatster zijn ontgaan en twijfels over de authenticiteit van de handtekening van erflaatster onder het testament van 18 oktober 2013. Ten aanzien van dat laatste punt heeft broer een deskundigenrappoort op laten maken door ing. S, dat door broer een in het geding is gebracht.
Geïntimeerden stellen dat het testament van 18 oktober 2013 rechtsgeldig tot stand is gekomen en moet worden uitgevoerd. Erflaatster was wilsbekwaam: zij was weliswaar verzwakt maar helder, duidelijk en consistent in haar mededelingen.
Ze wijzen erop dat de broer niet heeft onderbouwd dat sprake zou zijn van een causaal verband tussen de door broer beweerde stoornis in de geestelijke vermogens van erflaatster en het opstellen van het testament op 18 oktober 2013. Zij hebben er geen bezwaar tegen dat een afschrift van het medisch en zorgdossier in de procedure wordt betrokken. Zij merken op dat de broer op geen enkele wijze heeft aangetoond of aannemelijk heeft gemaakt dat het hospice hem heeft meegedeeld dat alleen met toestemming van geïntimeerden inzage in het medisch en zorgdossier wordt gegeven.
Bewijsopdracht. Waren ten tijde van het passeren van het testament de geestelijk vermogens van erflaatster blijven of tijdelijk gestoord? Inzage medisch dossier?
Het hof overweegt als volgt.
Gelet op artikel 3:34 Burgerlijk Wetboek (BW) is het aan de jongste broer te stellen en te bewijzen:
– dat op 18 oktober 2013 de geestelijke vermogens van erflaatster blijvend of tijdelijk waren gestoord;
– dat de stoornis een redelijke waardering van haar belangen belette of dat het testament onder invloed van de stoornis is opgemaakt.
Het tweede lid bepaalt dat het zodanig ontbreken van de wil leidt tot nietigheid van een eenzijdige rechtshandeling, die niet tot één of meer bepaalde personen is gericht.
Het rechtsgevolg van wilsonbekwaamheid van erflaatster op 18 oktober 2013 zou dus nietigheid van het testament zijn.
De broer heeft in hoger beroep een gespecificeerd bewijsaanbod gedaan en zal worden toegelaten tot bewijslevering, als hierna geformuleerd.
Daarbij is nog het volgende van belang. Voor zover de broer bewijs wil leveren door het horen van getuigen, moet hij er bij de voor te dragen getuigen rekening mee houden dat slechts bewijskracht toekomt aan verklaringen van getuigen die uit eigen waarneming kunnen verklaren over de geestestoestand van erflaatster in de betreffende periode.
De benoeming van een deskundige, zoals door broer, gevorderd, acht het hof dan ook niet aangewezen.
Voor zover de broer de rechtsgeldigheid van het testament wil aantasten door op de twijfels ten aanzien van de authenticiteit van de handtekening van erflaatster te wijzen, overweegt het hof als volgt.
De broer zal niet in de gelegenheid worden gesteld nader onderzoek te doen aan de hand van door geïntimeerden over te leggen bescheiden, zoals door hem gevorderd.
Het testament komt als authentieke akte uitwendige bewijskracht toe.
In deze akte heeft de notaris verklaard dat erflaatster de akte heeft ondertekend.
Die verklaring van de notaris heeft materiële bewijskracht en daar kan met alle middelen tegenbewijs tegen worden geleverd, maar dan dient te zijn voldaan aan de in zijn algemeenheid geldende voorwaarden voor het toestaan van tegenbewijs, zoals de stelplicht.
De broer heeft evenwel onvoldoende gesteld om tot tegenbewijs te worden toegelaten. Hij heeft niet met duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen de handtekening van erflaatster ontkend. Hij zaait slechts twijfel.
De op artikel 843a Rv gebaseerde vordering tot overlegging van de door de broer genoemde bescheiden komt niet voor toewijzing in aanmerking, nu deze bescheiden niet een rechtsbetrekking betreffen waarbij de broer partij is: de door hem gevorderde bescheiden betreffen rechtsbetrekkingen tussen erflaatster en derden, zoals de bank.
De broer heeft in incident gevorderd dat het hof geïntimeerden gebiedt schriftelijk toestemming te geven voor het verlenen van inzage in het medisch dossier en het verpleegkundige en verzorgingsdossier van erflaatster bij het hospice, bij gebreke waarvan het te wijzen arrest als vervangende toestemming dient te gelden.
Naar het oordeel van het hof heeft de broer zijn belang bij deze vordering niet onderbouwd.
Geïntimeerden geven immers aan dat zij geen bezwaar hebben tegen het verlenen van inzage en bereid zijn hun medewerking te verlenen. De broer heeft niet aangetoond dat het ontbreken van toestemming van geïntimeerden in de weg heeft gestaan aan het verkrijgen van relevante gegevens uit het medisch of verzorgingsdossier van erflaatster. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament, over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, of over de wilsonbekwaamheid of stoornis van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.