Erfrecht. Beschikking in een testament. Is een bepaling in een testament ontoelaatbaar? Loon van executeur. Gesloten systeem van uiterste wilsbeschikkingen. Reikwijdte.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of een bepaling uit een testament ontoelaatbaar was.

Op 19 augustus 2003 is in Zwitserland overleden erflater.

De erflater heeft bij testament van 28 mei 2002 voor het laatst over zijn nalatenschap beschikt.

Hij heeft in dit testament onder meer zijn drie kinderen tot zijn erfgenamen benoemd en verweerder benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder over de nalatenschap.

Tussen partijen is – kort gezegd – in geschil of verweerder ontvankelijk is in zijn verzoek om hem, als executeur, een aanvullende beloning toe te kennen op grond van het bepaalde in de testamentaire bepaling, in hoeverre de kantonrechter bevoegd is hierover te beslissen en of bijzondere gronden een additionele beloning rechtvaardigen.

Tussen partijen is niet in geschil dat de vanaf 1 januari 2003 geldende bepalingen van boek 4 Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing zijn.

Om die reden is voor de beoordeling van het onderhavige geschil van belang dat vanaf 1 januari 2003 op grond van artikel 4:42 lid 1 BW sprake is van een gesloten systeem van uiterste wilsbeschikkingen, omdat het moet gaan om een beschikking die in boek 4 is geregeld of in de wet als zodanig is aangemerkt.

Voorts is van belang dat in boek 4 een regeling is getroffen voor de beloning van de executeur in de artikelen 4:144 jo. 4:159 BW.

Op grond van het bepaalde in artikel 4:144 lid 2 BW komt de executeur, tenzij bij uiterste wil anders is geregeld, een ten honderdste van de waarde van het vermogen van de erflater op diens sterfdag toe.

Krachtens lid 3 van dit artikel is het bepaalde in (onder meer) artikel 4:159 lid 3 van overeenkomstige toepassing.

Op grond van deze bepaling kan de kantonrechter op grond van onvoorziene omstandigheden, ambtshalve of op verzoek voor bepaalde of voor onbepaalde tijd de beloning anders regelen dan bij uiterste wil of de wet is aangegeven.

Erfrecht. Beschikking in een testament. Is een bepaling in een testament ontoelaatbaar? Beloning executeur. Gesloten systeem van uiterste wilsbeschikkingen. Reikwijdte. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Voor de beoordeling van het onderhavige geschil is het vanaf 1 januari 2003 geldende artikel 4:42 lid 1 BW van belang, inhoudende dat een uiterste wilsbeschikking een eenzijdige rechtshandeling is, waarbij de erflater een beschikking maakt, die eerst werkt na zijn overlijden en die in dit Boek is geregeld of in de wet als zodanig wordt aangemerkt.

Er is aldus sprake van een gesloten systeem van uiterste wilsbeschikkingen, omdat het moet gaan om een beschikking die in boek 4 of in de wet als zodanig is geregeld.

De vraag is of de testamentaire bepaling binnen het gesloten systeem van de wet valt, of anders gezegd, of de testamentaire bepaling valt binnen de reikwijdte van het bepaalde in artikel 4:144 lid 2 BW en in het bijzonder binnen ‘tenzij bij uiterste wil anders is geregeld‘.

Het hof beantwoordt deze vraag negatief.

Op grond van het bepaalde in artikel 4:144 lid 2 BW komt de executeur, tenzij bij uiterste wil anders is geregeld, een ten honderdste van de waarde van het vermogen van de erflater op diens sterfdag toe.

De erflater heeft in het testament bepaald dat aan de executeur een beloning toekomt gelijk aan één procent (1%) van de waarde van zijn vermogen per de sterfdag.

Daarnaast heeft hij daarin bepaald dat op verzoek van de executeur of op verzoek van één of meer erfgenamen voor bepaalde of onbepaalde tijd de hiervoor vermelde beloning anders kan worden geregeld, dat dit verzoek aan de kantonrechter te Amsterdam moet worden gericht en dat deze zal beslissen in hoogste ressort.

Daarmee heeft de erflater een beschikking gegeven die niet past binnen het gesloten stelsel van de wet.

De erflater heeft immers geen andere beloning geregeld dan een ten honderd van de waarde van het vermogen van de erflater op diens sterfdag, maar een bevoegdheid gecreëerd die niet is gebaseerd op de wet.

Hij is niet afgeweken van de wettelijke beloning, maar heeft in aanvulling daarop bepaald dat op verzoek van de executeur of één van de erfgenamen door de kantonrechter te Amsterdam in hoogste ressort de beloning anders kan worden geregeld.

De bepaling van artikel 1:144 lid 2 BW is van regelend recht.

De testateur mag hiervan in zijn testament afwijken en materieel een andere beloning vaststellen, dat wil zeggen een hogere, een lagere of geen beloning.

Naar het oordeel van het hof volgt daaruit niet de mogelijkheid te bepalen dat het loon op verzoek door een kantonrechter kan worden vastgesteld.

De wet kent geen concrete wetsbepaling kent op grond waarvan het mogelijk is een dergelijk verzoek aan de kantonrechter te doen (artikel 261 Rv).

Laat staan dat hij een relatief niet bevoegde kantoorrechter kan aanwijzen.

Daarbij komt dat de erflater gezien het gesloten stelsel niet bevoegd is een hoger beroepsmogelijkheid uit te sluiten of een bevoegdheid te creëren voor een executeur of een erfgenaam die de wet niet kent.

Artikel 4:144 lid 3 jo 159 lid 3 BW is wel een concrete wetsbepaling die het mogelijk maakt, niet op grond van bijzondere, maar op grond van onvoorziene omstandigheden een beslissing van de kantonrechter te vragen.

Mogelijk had dit artikel in dit geval soelaas kunnen bieden, mits voldaan was aan de daarin opgenomen wettelijke voorwaarden.

Omdat echter zowel verzoeker als verweerder zich uitdrukkelijk op het standpunt stellen dat het bepaalde in artikel 4:144 lid 3 jo 4:159 lid 3 BW in deze procedure niet van toepassing is, kan dit punt verder onbesproken blijven.

Anders dan verweerder meent, doet aan het voorgaande niet af dat het in de notariële praktijk al jarenlang gebruikelijk is dit soort bepalingen in testamenten op te nemen en evenmin dat dit soort bepalingen volgens verweerder voorziet in een maatschappelijke behoefte gezien het bepaalde in artikel 4:42 BW.

Van conversie, zoals verweerder verder betoogt, van de omstreden testamentaire bepaling in een last kan geen sprake zijn.

De erflater heeft immers geen verplichting opgelegd, maar enkel een bevoegdheid gecreëerd.

Voor zover verweerder zich beroept om de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, gaat ook dit beroep niet op.

Het is in beginsel aan de erfgenamen de in het testament door de erflater uitgedrukte wensen te eerbiedigen en de eisen van de redelijkheid en billijkheid staan niet in de weg aan een beroep van verzoeker op nietigheid of vernietigbaarheid van de testamentaire bepaling omdat dit standpunt vanwege alle eerdere verzoeken tardief zou zijn.

Ook niet omdat de uitzonderlijk lange duur van de nalatenschap en de bijzondere aard en omvang van de werkzaamheden van de executeur nodig waren vanwege actief en passief verzet van de zijde van de beide broers.

Deze enkele omstandigheden brengen niet mee dat verzoeker moet worden geacht weren prijs te hebben gegeven of prijs zou moeten geven.

Ook hetgeen verweerder verder nog heeft aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.