Erfrecht. Kort geding. Inzage in medisch dossier. Zwaarwegend belang. Doorbreking beroepsgeheim. Bewijs voor wilsonbekwaamheid. Nietig testament. Toetsing.
De Rechtbank Overijssel heeft onlangs uitspraak gedaan over het toetsingskader met betrekking tot de inzage in een medisch dossier.
In deze zaak is de vraag of gedaagde afschrift van of inzage in het medisch dossier van A aan eiser moet verstrekken of verlenen.
Eiser wil een bodemprocedure beginnen om het testament van A van 9 december 2024 nietig te laten verklaren.
Zij stelt dat A wilsonbekwaam was ten tijde van het opstellen van dat testament.
Zij wil informatie uit het medisch dossier van A om haar stelling(en) in de bodemprocedure te kunnen onderbouwen.
Volgens eiser is voldaan aan artikel 7:458a lid 1 sub c van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Zij voert onder meer aan dat er concrete aanwijzingen zijn dat A wilsonbekwaam was ten tijde van het opstellen van het testament.
Erfrecht. Kort geding. Inzage in medisch dossier. Zwaarwegend belang. Doorbreking beroepsgeheim. Bewijs voor wilsonbekwaamheid. Nietig testament. Stelplicht. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
In deze zaak is de vraag of gedaagde afschrift van of inzage in het medisch dossier van A aan eiser – dan wel aan een door haar aangewezen medisch deskundige – moet verstrekken/verlenen.
Op grond van artikel 7:457 BW mag gedaagde dit in beginsel niet doen, tenzij de patiënt daar zelf toestemming voor heeft gegeven.
Dit beroepsgeheim geldt ook na het overlijden van een patiënt.
Vaststaat dat A geen toestemming heeft gegeven om eiser de toegang tot zijn medische dossier te verlenen.
Eiser beroept zich echter op een uitzondering op het hiervoor genoemde beroepsgeheim.
In artikel 7:458a lid 1 sub c BW staat dat een hulpverlener afschrift dan wel inzage mag verstrekken/verlenen zonder toestemming van de overleden patiënt als degene (in dit geval [eiser])
- een zwaarwegend belang heeft en
- aannemelijk maakt dat dit belang mogelijk wordt geschaad en
- dat inzage in of afschrift van gegevens uit het medisch dossier noodzakelijk is voor de behartiging van het belang.
Van een zwaarwegend (financieel) belang kan sprake zijn als een testament is gewijzigd en de persoon die om inzage/afschrift vraagt, daarmee is onterfd.
Inzage wordt vervolgens alleen gegeven wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat het zwaarwegende belang mogelijk geschaad zou kunnen worden door geen inzage te verlenen.
Dat betekent in dat geval dat er concrete aanwijzingen moeten zijn voor het vermoeden dat de overledene wilsonbekwaam was ten tijde van het verlijden van het testament.
In deze zaak kan niet worden vastgesteld of sprake is van onterving.
Eiser beschikt namelijk niet over het op 23 augustus 2024 verleden testament van A.
Op grond van de inhoud van het concepttestament op 7 augustus 2024 en het feit dat vervolgens op 23 augustus 2024 een testament is verleden, is het echter aannemelijk dat eiser in het testament van 23 augustus 2024 als enig erfgenaam was aangewezen, en dus daarna – in december 2024 – is onterfd.
De voorzieningenrechter is dan ook voorlopig van oordeel dat eiser een zwaarwegend belang heeft.
Er zijn aanwijzingen dat A in de rouw was, depressieve klachten had en (geregeld) alcohol dronk.
Niet uitgesloten is dat hij medicatie gebruikte, welke echter niet nader is geconcretiseerd.
Verder staat vast dat hij in februari 2025 opgenomen is geweest op de PAAZ.
Een en ander is echter onvoldoende voor het vermoeden dat A ten tijde van het verlijden van het testament niet in staat was zijn wil te bepalen.
Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat hij zelfstandig woonde en, zo blijkt uit de verklaring van de notaris, zelf de afspraken maakte voor het wijzigen van zijn testament en coherent vertelde wat hij geregeld wilde hebben en waarom.
Daarnaast lijkt de testamentwijziging niet vanuit een impulsieve actie van A te zijn gedaan.
De buren van A verklaarden namelijk dat A begin oktober 2024 – na de ruzie tussen eiser en A – al tegen hen had gezegd dat hij zijn zus wilde onterven.
Nadat eiser en A twee maanden geen contact meer met elkaar hadden, heeft hij kennelijk de daad bij het woord gevoegd.
Ook de maanden daarna is hij niet meer op zijn wilsbeschikking teruggekomen.
De voorzieningenrechter is op basis van het voorgaande voorlopig van oordeel dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat A wilsonbekwaam was ten tijde van het verlijden van het testament op 9 december 2024.
Zij is dan ook voorlopig van oordeel dat de vordering(en) in de bodemprocedure geen zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening(en) gerechtvaardigd is.
Op basis van het voorgaande ziet de voorzieningenrechter ook geen reden om het beroepsgeheim te schenden door een medisch deskundige inzage te geven in het medisch dossier.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser dan ook af.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.