Erfrecht. Kort geding. Vordering tot afgifte dossier van notaris die testament heeft opgemaakt. Onterving. Belang. Beroepsgeheim. Doorbreking van geheimhoudingsplicht? Toetsing.
De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de een vordering tot de afgifte van een dossier van de notaris die het testament van erflaatster had opgemaakt.
Eiseres vordert – samengevat – de notaris te veroordelen het volledige dossier van erflaatster af te geven, en tevens met stukken onderbouwd antwoord te geven op een aantal in de dagvaarding genoemde vragen.
Eiseres heeft ter toelichting op haar vordering – samengevat en voor zover voor de beoordeling van belang – het volgende gesteld.
Haar broer en zus hebben het contact tussen eiseres en haar moeder onmogelijk gemaakt.
Zij hebben erflaatster beïnvloed om eiseres te onterven.
Dat is erg pijnlijk voor eiseres, niet zo zeer financieel als wel emotioneel.
Zij wordt buiten de verdeling van de nalatenschap gehouden en heeft bijvoorbeeld ook niet haar eerste kinderschoentje gekregen.
Eiseres heeft er belang bij om te weten of zij in het voorlaatste testament van 2011 al was onterfd.
Als dat zo was dan kan zij het beter accepteren dan als dat in het laatste testament, onder invloed van haar broer en zus, is gebeurd.
Zij heeft er belang bij om te weten of een eventuele procedure tot vernietiging of nietigheid van het laatste testament kans van slagen heeft
Erfrecht. Kort geding. Vordering tot afgifte dossier van notaris die testament heeft opgemaakt. Onterving. Belang. Beroepsgeheim. Doorbreking van geheimhoudingsplicht? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de familieruzie en het feit dat zij in het laatste testament van erflaatster niet als erfgenaam is benoemd, voor eiseres een pijnlijke situatie moet zijn.
De broer en zus van eiseres zijn echter in deze procedure tegen de notaris geen partij, en in deze zaak is alleen van belang hoe ver de geheimhoudingsplicht van de notaris strekt.
In artikel 22 van de Wet op het notarisambt is bepaald dat de notaris “ten aanzien van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn werkzaamheid als zodanig kennis neemt tot geheimhouding is verplicht.”
De vraag of iets aan de notaris als zodanig is toevertrouwd, wordt in beginsel bij uitsluiting door de notaris zelf beantwoord.
Wel valt volgens vaste rechtspraak informatie over de gang van zaken die heeft geleid tot het tot stand komen van een akte of de wijze waarop de notaris zich een oordeel heeft gevormd over bijvoorbeeld de wilsbekwaamheid van een cliënt, niet onder de geheimhoudingsplicht.
In deze laatste categorie valt de informatie die de notaris bij brief van 31 januari 2023 aan eiseres heeft verstrekt.
De grondslag voor de geheimhoudingsplicht en het daaraan gekoppelde verschoningsrecht moet worden gezocht in het algemene rechtsbeginsel dat bij een beperkte groep vertrouwenspersonen, onder wie notarissen, het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden.
Het grote belang van de geheimhoudingsplicht komt onder meer tot uitdrukking door de strafbaarstelling, in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht, van schending van een ambts- of beroepsgeheim.
Het verschoningsrecht is niet absoluut.
Er kunnen zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt – ook ten aanzien van datgene waarvan de wetenschap de verschoningsgerechtigde als zodanig is toevertrouwd – boven het verschoningsrecht gaat.
Deze inbreuk op het verschoningsrecht mag niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor het aan het licht brengen van de waarheid en voor een dergelijke uitzondering gelden strenge motiveringseisen.
Hierbij kan onder meer een rol spelen of het gaat om een tegen de verschoningsgerechtigde bestaande verdenking; de aard en ernst van de verdenking(en); de aard en omvang van de gegevens en de vraag of de informatie niet via andere weg kan worden verkregen.
De vraag is dus of in dit geval sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden, die een uitzondering op de geheimhoudingsplicht rechtvaardigen.
Eiseres stelt dat haar broer en zus misbruik hebben gemaakt van de kwetsbare positie van erflaatster.
Eiseres stelt dat vanaf 2014-2015 sprake was van beïnvloeding van erflaatster door A en B.
Daartoe heeft zij echter geen stukken overgelegd.
De stukken die wel zijn overgelegd zien op de periode vanaf drie jaar nadat het laatste testament is verleden.
door A en B hebben het telefoonnummer van erflaatster gewijzigd, de sloten van haar woning vervangen, hebben haar in 2020 naar een nieuw en voor eiseres onbekend adres verhuisd en haar op die manier onbereikbaar gemaakt voor eiseres.
Erflaatster heeft in januari 2018 een TIA gehad, en vanaf dat moment is, volgens door A en B, enige afhankelijkheid ontstaan.
Deze gebeurtenissen zijn allemaal ná het verlijden van het (levens)testament geweest.
De notaris heeft bovendien, zoals zij in de brief van 31 januari 2023 heeft uitgelegd, geverifieerd dat erflaatster wilsbekwaam was.
Zij heeft uitvoerig met erflaatster gesproken, onder vier ogen, en zij heeft het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid gevolgd.
In dit geval heeft de notaris niet de indruk gekregen dat erflaatster werd beïnvloed.
Ook heeft de notaris toegelicht dat zij in het algemeen, indien zij ziet dat een erflater in een testament verschil maakt tussen kinderen, doorvraagt naar de reden daarvan.
Indien in een eerder testament verschil is gemaakt en een erflater wil het testament wijzigen, dan vraagt de notaris altijd of de situatie inmiddels is gewijzigd.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaring van de notaris te twijfelen.
Er zijn dus in dit geval geen aanwijzingen dat erflaatster wilsonbekwaam was toen zij haar testament wijzigde.
Eiseres zou een deskundige kunnen inschakelen, om aan de hand van het medisch dossier van erflaatster te beoordelen of zij in 2017 wilsbekwaam was.
Daarvoor heeft zij het dossier van de notaris niet nodig.
Al met al zijn er in dit geval onvoldoende bijzondere omstandigheden die maken dat de geheimhoudingsplicht moet worden doorbroken.
Hoe zeer eiseres ook een persoonlijk belang heeft bij inzage in het dossier, de notaris is er primair voor erflaatster.
Zij is een vertrouwenspersoon van erflaatster en zij is dan ook gebonden aan haar geheimhoudingsplicht.
Ook de vordering met betrekking tot de vragen die eiseres heeft zal worden afgewezen.
De notaris heeft die vragen immers, voor zover de geheimhoudingsplicht haar dat toestaat, in de brief van 31 januari 2023 uitvoerig beantwoord.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.