Erfrecht. Nietig testament. Was erflaatster wilsonbekwaam en niet in staat om de gevolgen van het wijzigen van het testament te overzien? Toetsingsnorm.

De Rechtbank Noord-Holland heeft op 8 december 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een erflaatster wilsonbekwaam was en niet in staat was om de gevolgen van het wijzigen van haar testament te overzien.

Het gaat in deze zaak om de vraag of het testament uit 2017 van de tante van partijen nietig is omdat zij niet in staat was haar wil te bepalen.

Eisers stellen dat tante wilsonbekwaam was en daardoor niet in staat was de gevolgen van het wijzigen van het testament te overzien.

Gedaagde betwist dit.

Eisers zijn broers en zussen van elkaar.

Zij zijn de kinderen van een volle broer van mevrouw A (erflaatster).

Gedaagde is één van de kinderen van een halfbroer van erflaatster.

Partijen zijn nichten en neven van erflaatster.

Erfrecht. Nietig testament. Was erflaatster wilsonbekwaam en niet in staat om de gevolgen van het wijzigen van het testament te overzien? Toetsingsnorm.

De rechter oordeelt als volgt.

Uitgangspunten

De vraag die voorligt in deze zaak is of erflaatster ten tijde van het ondertekenen van het testament op 21 juni 2017 wilsonbekwaam was.

Als zij op dat moment wilsonbekwaam was in die zin dat zij de gevolgen van de wijziging van het testament uit 2013 niet kon overzien, dan is het testament op grond van artikel 3:34 in samenhang met artikel 3:33 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) nietig.

Om een geslaagd beroep te doen op artikel 3:34 BW, moet, onder andere, de aanwezigheid van een stoornis van de geestvermogens worden bewezen.

De rechtbank stelt voorop dat aan de vrijheid van erflaatster om een testament op te (laten) maken grote waarde moet worden toegekend.

Dat betekent dat niet te snel (achteraf) mag worden aangenomen dat voldaan is aan de vereisten van artikel 3:34 BW.

Het belang van de testeervrijheid hangt ermee samen dat iedereen in beginsel het recht heeft op het ongestoord genot van zijn eigendom.

Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen.

Dit is een uitdrukking van de autonomie van de burger die wilsbekwaam is.

Die wordt geacht over het eigen vermogen te kunnen en mogen beschikken.

Dat betekent dat die burger ook in vrijheid mag bepalen dat en op welke wijze zijn testament wordt gewijzigd.

Gedaagde heeft ter zitting gewezen op de hoofdregel ten aanzien van de bewijslast.

Volgens eisers is sprake van bijzondere omstandigheden die afwijking van deze hoofdregel rechtvaardigen.

De rechtbank volgt dit betoog van eisers niet.

De rechtbank stelt voorop dat op eisers als eisende partijen de stelplicht en eventuele bewijslast rusten van feiten en omstandigheden die tot toewijzing van hun vordering kunnen leiden.

Zij moeten de voor de vordering relevante feiten stellen en bewijzen.

In dit geval is dat het feit dat erflaatster op 21 juni 2017 wilsonbekwaam was waardoor zij niet in staat was de gevolgen van de wijziging van haar testament te overzien.

Uitgangspunt bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid is dat iedereen die wettelijk niet handelingsonbekwaam is, wilsbekwaam is en dat de notaris desgevraagd in beginsel zijn ministerie moet verlenen en aan de wensen van een cliënt moet voldoen.

Het is de notaris die de wilsbekwaamheid beoordeelt van personen die een (rechts)handeling willen verrichten waarbij de notaris is betrokken of de wet zijn betrokkenheid voorschrijft.

Daarbij komt het in eerste instantie aan op zijn eigen waarneming, waarbij de notaris een redelijke beoordelingsvrijheid toekomt.

Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen.

Het Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening van de KNB biedt hiervoor een handreiking.

Eerst als er twijfel bestaat bij de notaris over iemands wilsbekwaamheid, dient hij volgens het Stappenplan de geestesgesteldheid van de cliënt te (laten)onderzoeken, uitgaande van een aantal (voorbeeld) indicatoren, zoals: is het vermogen onder bewind gesteld, de (hoge) leeftijd van de cliënt, een verblijf in een zorginstelling, een medische situatie die van invloed is op het verstandelijk vermogen, zoals Alzheimer, enz.

De notaris komt de (mogelijke) wilsonbekwaamheid van een cliënt op het spoor door waarneming en door de indruk die een cliënt in een gesprek maakt.

De notaris moet dus voldoende alert zijn op de wilsbekwaamheid, respectievelijk moet hij voldoende alert zijn op de mate van wilsbekwaamheid van de betreffende erflater.

Zelfs Alzheimer, de ziekte van Pick, vasculaire (ouderdoms-)dementie, een geestelijke handicap enz. hoeven op zichzelf voor een notaris geen reden voor twijfel over de wilsbekwaamheid van een cliënt te zijn.

Ook het bestaan van een of meerdere in het Stappenplan genoemde indicatoren, bijvoorbeeld opname in een verpleeghuis, een hoge leeftijd of de omstandigheid dat niet de cliënt maar de partner het initiatief voor het verzoek tot dienstverlening heeft genomen, de omstandigheid dat de erflaatster haar administratie niet meer zelf deed, zijn volgens het Stappenplan op zich zelf geen aanleiding te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van een cliënt en de notaris hoeft dan ook het Stappenplan niet te volgen.

Een notaris moet op basis van eigen waarneming beslissen of de mate van wilsbekwaamheid zodanig is dat hij niet hoeft te twijfelen en een cliënt ‘gewoon’ een testament kan maken of zijn huis kan verkopen dan wel dat de mate van wilsbekwaamheid naar zijn oordeel zodanig is dat de twijfel over de geestesgesteldheid van de cliënt moet toeslaan.

Eerst als hij gerede twijfel heeft, bijvoorbeeld in geval van een cliënt met (duidelijke) Alzheimer, zou hij een arts kunnen raadplegen.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, blijkt dat de notaris een centrale rol heeft bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid.

In deze zaak luidde de verklaring van de betreffende notaris kort gezegd: ‘ik heb geen reden tot twijfel over de wilsbekwaamheid, maar vanwege het bericht en de twijfels van nicht (verweerster), zal ik voor de zekerheid toch een onderzoek laten doen’.

Daarop werd de heer X ingeschakeld om onderzoek te doen.

Zijn conclusie was, zoals gezegd, dat erflaatster wilsonbekwaam was.

Dit was voor de notaris een onbegrijpelijke conclusie.

Ook was onduidelijk op welke wijze het onderzoek was verricht en ingericht.

Daarop heeft de notaris het raadzaam geacht de wens van erflaatster om haar testament te wijzigen enige tijd te laten rusten.

Vanwege de centrale rol en het oordeel van de notaris zoals hiervoor aangegeven, had de notaris in deze zaak echter niet eens onderzoek hoeven (laten) doen, omdat ze zelf niet twijfelde.

Een dergelijk onderzoek hoeft namelijk alleen uitgevoerd te worden bij ‘gerede twijfel’ van de notaris.

Daar komt bij dat de notaris een ministerieplicht heeft op grond waarvan ze een opdracht in beginsel moet uitvoeren, tenzij er stevige aanwijzingen zijn van wilsonbekwaamheid.

Uit het hiervoor genoemde Stappenplan blijkt ook dat als een aantal indicatoren aanwezig zijn, zoals eisers stellen, dit nog niet automatisch wilsonbekwaamheid betekent.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.