Erfrecht. Nietig testament? Wilsbekwaamheid. Geestelijke stoornis? Verwarde geestestoestand. Redelijke waardering van belangen. Stelplicht en bewijslast.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een testament nietig verklaard diende te worden door de rechter wegens een geestelijke stoornis van de erflaatster.
De zoon heeft bij de rechtbank een vordering tot vaststelling van de verdeling van de nalatenschappen van vader en moeder ingesteld.
Hij vordert ook nietigverklaring dan wel vernietiging van het testament van moeder, rekening en verantwoording door de dochters van het beheer van de nalatenschappen en inzage in het medisch dossier van moeder.
Erfrecht. Nietig testament? Wilsbekwaamheid. Geestelijke stoornis? Verwarde geestestoestand. Redelijke waardering van belangen. Stelplicht en bewijslast. Getuigen. Medisch bewijs.
De rechter oordeelt als volgt.
De grieven gaan over de geldigheid van de uiterste wilsbeschikkingen van moeder in het testament van 17 oktober 2007.
De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen aanleiding is voor vernietiging of nietigverklaring van het testament.
De zoon vindt dat niet terecht.
Naar zijn zeggen blijkt uit de verklaringen van de buurvrouw, hemzelf en zijn vrouw, van een verwarde geestestoestand van moeder vanaf het begin van 2007.
De rechtbank had moeten verklaren dat de Stichting R het medisch dossier van moeder moet overleggen en had medewerkers van R als getuigen moeten horen.
De dochters zeggen wel dat moeder wilsbekwaam was, omdat zij in 2008 een vaststellingsovereenkomst heeft getekend, maar dat betekent niets; moeder deed immers precies wat de dochters haar zeiden.
Volgens de dochters was moeder op 17 oktober 2007 goed in staat haar wil te bepalen.
De notaris heeft zonder voorbehoud en na meerdere uitvoerige gesprekken met moeder het testament gepasseerd.
Niet de geestesgesteldheid van moeder maar de verslechterde verstandhouding tussen haar en de zoon verklaren de aanpassing van het testament en dat moeder haar zoon in de legitieme heeft gesteld.
De zoon heeft overigens in het voorjaar 2007 nog met moeder overeenkomsten gesloten (een koopovereenkomst en een vaststellingsovereenkomst); daaruit volgt dat de zoon moeder toen wel als wilsbekwaam zag.
Moeder heeft tot 2011 zelfstandig gewoond.
Tot 2009 is in haar medische dossier geen sprake van aanwijzingen voor dementie.
R was in 2007 nog niet betrokken bij moeder.
De verklaringen van de buurvrouw en van de zoon en zijn echtgenote staan vol feitelijke onjuistheden.
Deze personen hebben ook geen expertise voor de beoordeling van wilsbekwaamheid.
De grieven komen erop neer dat de zoon – anders dan de rechtbank heeft geoordeeld – voldoende heeft gesteld om te worden toegelaten te bewijzen dat moeder bij het maken van haar testament op 17 oktober 2007 wilsonbekwaam was vanwege een geestelijke stoornis en dat de uiterste wilsbeschikkingen die zij in dat testament heeft gemaakt nietig zijn.
De grief houdt in dat de zoon net als de dochters voor 1/3e deel erfgenaam is omdat de erfstelling in het testament van moeder, waarbij zij de zoon tot erfgenaam benoemd voor een gedeelte gelijk aan zijn legitieme portie en de dochters voor het overige deel, nietig is.
De rechter komt aan bewijslevering en de beoordeling van een bewijsaanbod toe als enerzijds (in deze zaak door de zoon) voldoende is gesteld en anderzijds voldoende gemotiveerd is betwist (in deze zaak door de dochters).
De zoon beroept zich als gezegd op de nietigheid van de uiterste wilsbeschikkingen van moeder in haar testament van 17 oktober 2007 vanwege haar wilsonbekwaamheid en moet alle (rechts)feiten stellen die noodzakelijk zijn voor het intreden van dat rechtsgevolg (de nietigheid).
Welke feiten dat zijn moet in deze zaak worden bepaald aan de hand van artikel 3:34 lid 1 BW.
Artikel 3:34 lid 1 BW volgt op artikel 3:33 BW, dat bepaalt dat een rechtshandeling een met de verklaring overeenstemmende wil vereist.
Artikel 3:34 lid 1 BW luidt als volgt:
“Heeft iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets verklaard, dan wordt een met de verklaring overeenstemmende wil geacht te ontbreken, indien de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.”
De tweede zin van lid 2 van artikel 3:34 BW bepaalt dat het ontbreken van de wil een eenzijdige rechtshandeling die niet tot een of meer bepaalde personen is gericht, zoals uiterste wilsbeschikkingen, nietig maakt.
De zoon moet in dit geval stellen en zo nodig bewijzen dat
(a) moeder ten tijde van het opmaken van de uiterste wilsbeschikking leed aan een geestelijke stoornis en
(b) voorts dat deze stoornis toen een redelijke waardering van de bij de uiterste wilsbeschikking betrokken belangen belette of dat de wilsverklaring onder invloed van de geestelijke stoornis is gedaan.
Dat heeft de zoon maar voor een deel gedaan (alleen onderdeel a).
Hij wijst op de verwarde geestestoestand van moeder in het voorjaar van 2007; zij was toen volgens de zoon al enige tijd dementerende.
De zoon stelt echter niet dat die verwarde geestestoestand van moeder een redelijke waardering van de belangen die bij haar testament waren betrokken beletten en ook niet dat zij de verklaringen in haar testament onder invloed van die verwarde geestestoestand heeft gedaan.
Alleen daarom al voldoet hij niet aan zijn stelplicht.
Ook als de verwarde geestestoestand komt vast te staan is dat nog niet toereikend voor het beoogde rechtsgevolg (nietigheid testament) en is er geen reden de zoon toe te laten tot bewijslevering.
Stel dat de zoon wel alle feiten zou hebben gesteld die noodzakelijk zijn voor het rechtsgevolg van artikel 3:34 BW (de onderdelen a en b).
Dan zou moeten worden beoordeeld of de zoon de feiten die hij stelt in het licht van de omstandigheden van het geval, het debat van partijen en de betwisting door de dochters, wel voldoende toelicht (motiveert).
Is dat niet het geval, dan heeft hij onvoldoende voldaan aan zijn stelplicht en krijgt hij niet de gelegenheid bewijs te leveren.
Het hof oordeelt dat de zoon die feiten onvoldoende toelicht.
De zoon volstaat met het overleggen van verklaringen van de buurvrouw, hemzelf en zijn vrouw.
Uit die verklaringen blijkt dat deze drie personen vanaf begin 2007 contact hadden met moeder en uit bepaald gedrag van moeder afleidden dat zij niet meer de oude was en geestelijk achteruitging.
Zij noemen bijvoorbeeld vergeetachtigheid, het niet herkennen van personen, het niet begrijpen van zaken, weglopen.
Als de conclusies die deze drie personen aan het door hen waargenomen gedrag van moeder verbinden kloppen, zijn deze op zich onvoldoende en ook onvoldoende concreet om daaruit te kunnen afleiden dat bij moeder in oktober 2007 sprake was van een stoornis van de geestvermogens die een redelijke waardering van de belangen die bij haar testament waren betrokken belette of dat haar verklaringen in haar testament zijn gedaan onder invloed van die stoornis.
Wat de dochters aanvoeren weerspreekt dat ook.
Zo hebben zij (onbestreden) aangevoerd dat de notaris na uitvoerige gesprekken met moeder haar testament heeft verleden.
Verder voeren zij aan dat in het medische dossier van moeder geen aanwijzingen zijn voor dementie in 2007, dat moeder tot 2011 zelfstandig heeft gewoond en dat R, dat volgens de zoon het medisch dossier ter beschikking had moeten stellen, pas in 2009 bij moeder betrokken was en de zoon in 2007 zelf nog overeenkomsten met moeder sloot.
De zoon had gelet op wat de dochters aanvoeren voor hun betwisting (ten minste) een voldoende onderbouwde medische verklaring in het geding moeten brengen die zijn stelling dat wel degelijk sprake was van dementie in 2007 ondersteunt.
Als hij meent dat R over die medische gegevens beschikt, ligt het op zijn weg aan R al dan niet in rechte te vragen om hem met het oog op zijn stelplicht in deze zaak die gegevens te geven.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.