Erfrecht. Ondeugdelijk beheer? Testamentaire bewind. Is de testamentaire bewindvoerder aansprakelijk voor een slecht financieel beheer? Schadevergoeding.
De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 26 februari 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een testamentaire bewindvoerder aansprakelijk was voor een slecht gevoerd financieel beheer.
Bij beschikking van 2 april 2013 van deze rechtbank is betrokkene onder curatele gesteld en zijn A en B benoemd tot curatoren ten behoeve van betrokkene.
Op dat moment was al sprake van een testamentair bewind over het erfdeel van betrokkene uit de nalatenschap van haar vader, die in 2018 was overleden, welk bewind gold tot het bereiken van de 21ste leeftijd van betrokkene.
Bij aparte beschikking van de kantonrechter te Utrecht van 2 april 2013 is mr. C op eigen verzoek ontslagen en is curator, hierna te noemen B, benoemd tot testamentair bewindvoerder.
Erfrecht. Ondeugdelijk beheer? Testamentaire bewind. Is de testamentaire bewindvoerder aansprakelijk voor een slecht financieel beheer? Schadevergoeding.
De rechter oordeelt als volgt.
Ingevolge artikel 1:386 lid 1 in samenhang met artikel 1:362 BW kan de kantonrechter ambtshalve de schade vaststellen die de betrokkene door slecht bewind van de voormalig curatoren heeft geleden en de voormalig curatoren tot vergoeding van die schade veroordelen.
Van slecht bewind is sprake indien de curatoren hebben gehandeld in strijd met hetgeen van een zorgvuldig handelend curator verwacht mag worden.
De kanontrechter is van oordeel dat in dit geval sprake is van slecht bewind door de voormalig curatoren als bedoeld in artikel 1:362 BW.
Van rechtswege is het vermogen van betrokkene dat onder het testamentaire bewind viel per 2016, de dag waarop het testamentaire bewind eindigde, onder het beheer van de curatoren gekomen.
Het behoorde tot de verantwoordelijkheid van de curatoren te controleren of de testamentair bewindvoerder op juiste wijze het beheer heeft gevoerd over het testamentaire vermogen.
De curatoren hebben niet verzocht om rekening en verantwoording bij het einde van het testamentaire bewind, dan wel anderszins toegezien op een juiste uitoefening van de functie van testamentair curator.
In tegendeel; het is de kantonrechter gebleken, uit de overgelegde stukken aan de kantonrechter door curator B in april 2018, dat nagenoeg het gehele vermogen dat bij aanvang van de benoeming van B tot testamentair bewindvoerder op 2 april 2013 bestond, tijdens en direct na afloop van dit bewind is uitgekeerd aan één dan wel beide curatoren.
Immers, op 31 december 2016 resteerde er van het aanvankelijke vermogen van € 34.917,75 nog slechts een bedrag van € 612,91.
Ook na het einde van het testamentaire bewind in maart 2016 hebben er talloze overboekingen plaatsgevonden van de rekening van betrokkene naar de bankrekeningen van één of beide curatoren.
Zoals reeds overwogen lagen er aan de betalingen door de curator/testamentair bewindvoerder B aan zichzelf en de andere curator diverse leningen ten grondslag, welke betrokkene zou zijn aangegaan met B.
De kantonrechter acht deze leningen geen rechtsgeldige grondslag voor de overboekingen.
Voor al deze leningen geldt dat deze niet rechtsgeldig tot stand zijn gekomen, nu daarvoor de machtiging van de kantonrechter diende te worden verkregen.
Immers, niet betrokkene, maar haar moeder, aanvankelijk in haar hoedanigheid als ouder/wettelijk vertegenwoordiger, en later als curator/wettelijk vertegenwoordiger, is deze leningen namens betrokkene aangegaan.
Deze machtigingen zijn niet verzocht en dus niet verleend.
Naast dit formele vereiste is bovendien relevant dat indien deze machtigingen wél waren verzocht, deze niet zouden zijn verkregen.
Deze leningen hebben namelijk betrekking op de kosten van levensonderhoud, welke kosten voor rekening van de ouder dienen te komen, en niet voor rekening van betrokkene, in ieder geval niet tijdens haar minderjarigheid.
Door deze handelswijze hebben de curatoren de vermogensrechtelijke belangen van betrokkene slecht behartigd.
Daarnaast heeft er op 2 januari 2018 een overboeking ter hoogte van € 49.232,93 plaatsgevonden naar de en/of rekening van de curatoren, met als omschrijving “afrekening erfenis D obv gemeenschap van goederen met A”.
Ook voor een dergelijke betaling had machtiging van de kantonrechter dienen te worden gevraagd, hetgeen opnieuw is nagelaten.
En hiervoor geldt eveneens dat die machtiging, op basis van de informatie die de kantonrechter bekend is, niet zou zijn verkregen.
Uit het testament van D, de vader van betrokkene, dat is overgelegd door de voorgaande testamentair bewindvoerder C, blijkt namelijk dat de vader en moeder van rechthebbende buiten gemeenschap van goederen waren gehuwd.
Overigens is dat ook nog eens aan de curatoren bevestigd door mr. E, in de brief van haar hand d.d. 27 oktober 2014 aan de curatoren, zoals door B overgelegd als bijlage bij zijn brief van 18 april 2017.
Het valt dan ook niet in te zien dat de curatoren meende aanspraak te kunnen maken op het deel van het vermogen van betrokkene dat zij kennelijk alsnog uit hoofde van de nalatenschap van haar vader – waartoe een vordering van haar vader op diens vader uit hoofde van het vooroverlijden van de oma en de eerste echtgenote van de vader van vaderszijde behoorde – had verkregen.
Naar de kantonrechter begrijpt uit de eerder genoemde brief van 27 oktober 2014, heeft er na 1 maart 2015, na de verkoop van de woning waarop de 2e echtgenote van vader van vaderszijde het vruchtgebruik had, alsnog verdeling plaats gevonden.
De curatoren hebben echter nagelaten inzichtelijk te maken welke bedragen betrokkene uit hoofde van de nalatenschappen van haar vader, opa en/of oma van vaderszijde uitgekeerd heeft gekregen na 2 april 2013.
Ook hiervan valt hen een verwijt te maken.
De kantonrechter overweegt dat beide curatoren verantwoordelijk waren voor het toezicht op de uitvoering van het testamentaire bewind en voor een goed beheer van het vermogen van betrokkene tijdens de curatele.
Beiden bekleedden een functie waarin zij moesten opkomen voor de vermogensrechtelijke belangen van betrokkene, nu zij dit zelf niet kan.
Dat vertrouwen is door hen beiden ernstig beschaamd.
Daarom zal de kantonrechter hen beiden hoofdelijk aansprakelijk stellen vanwege de toerekenbare tekortkoming in het houden van toezicht op de testamentaire bewindvoerder en het voeren van beheer over het vermogen tijdens de curatele.
De daardoor ontstane schade begroot de kantonrechter ambtshalve vooralsnog op een bedrag van ten minste € 85.000,-.
Mogelijk is dit slechts een deel van de werkelijk geleden schade, gelet op het gebrek aan informatie over de nalatenschappen waarin betrokkene gerechtigd was.
Dit betekent dat, indien nieuwe informatie bekend wordt, de curatoren aanvullend aansprakelijk kunnen worden gesteld.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.