Erfrecht. Testament nietig vanwege geestelijke stoornis erflater? Nader bewijs. Omkering van bewijslast? Misbruik van omstandigheden? Toetsing.
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 14 december 2021 uitspraak gedaan over de vraag of uit het nader bewijs kon blijken of de erflater ten tijde van het opmaken van het testament aan een geestelijke stoornis leed.
Bij het laatste tussenarrest heeft het hof appellante toegelaten te bewijzen: “dat erflaatster ten tijde van het passeren van haar uiterste wil op 7 april 2015 leed aan een geestelijke stoornis en dat deze stoornis een redelijke waardering van haar bij deze handelingen betrokken belangen belette”.
Erfrecht. Testament nietig vanwege geestelijke stoornis erflater? Nader bewijs. Omkering van bewijslast? Misbruik van omstandigheden? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof is van oordeel dat appellante het bewijs niet heeft geleverd en overweegt daartoe als volgt.
In het vorige tussenarrest heeft het hof het tot dan toe door appellante overgelegde bewijs beoordeeld en overwogen dat in hoger beroep nog niet in voldoende mate is komen vast te staan dat moeder ten tijde van het passeren van haar uiterste wil, leed aan een geestelijke stoornis en dat deze stoornis een redelijke waardering van haar bij deze handelingen betrokken belangen belette.
Appellante heeft afgezien van het recht om bewijs door het horen van getuigen te leveren.
Zij heeft bij wijze van nader schriftelijk bewijs de volgende stukken ingediend:
- betekeningsexploot van de CvA tevens eis in reconventie aan geïntimeerde;
- opmerking in het medisch dossier van de huisarts d.d. 1 juni 2015;
- brief kamer voor het notariaat in het resort ‘s-Hertogenbosch d.d. 10 juni 2016;
- email geïntimeerden d.d. 13 september 2014;
- brief persoon A d.d. 28 juni 2017;
- email van geïntimeerden d.d. 1 december 2014;
- email van geïntimeerden en appellante d.d. 3 mei 2015;
- brief Veilig Thuis d.d. 26 juli 2018 en
- klacht aan de Kamer voor het Notariaat van geïntimeerde d.d. 10 april 2016 met 27 bijlagen.
Het hof overweegt dat logischerwijs aanvullend bewijs niet te vinden is in stukken die reeds in de procedure zijn overgelegd.
Dit geldt voor de stukken die hiervoor vermeld staan onder a, d en de klacht die genoemd staat onder i, alsmede een deel van de daarbij behorende bijlagen.
Over de overige bewijsstukken overweegt het hof het volgende.
Het bewijsstuk onder b geeft geen nader bewijs, maar maakt duidelijk dat de huisarts geen mededelingen wilde doen over de ziektegeschiedenis van moeder.
Ook uit het bewijsstuk onder c blijkt slechts dat er geen nadere informatie is gekomen, in dit geval van de notaris.
Over bewijsstuk e stelt appellante dat daaruit de al slechte medische toestand van erflaatster blijkt in 2011-2013. Het hof kan deze conclusie niet trekken.
Uit de verklaring blijkt immers dat de behandelaar erflaatster op 20 december 2011 voor het laatst heeft gezien in de praktijk, maar hij geeft daarbij geen beeld van haar gezondheidstoestand.
Vervolgens verklaart de behandelaar dat hij op 26 februari 2013 door erflaatster is benaderd met vragen over een acupunctuurbehandeling.
Daarbij spreekt hij alleen over een slijmbeursontsteking, maar geeft hij geen verder beeld van de gezondheidstoestand.
De enige andere concrete mededeling over de gezondheidstoestand van erflaatster is een weergave van de telefonische mededeling van geïntimeerde in maart 2012 dat bij erflaatster de diagnose vasculaire dementie was gesteld.
Uit het tussenarrest van 16 juni 2020 blijkt dat dit feit niet in geschil is tussen partijen en ook al deel heeft uitgemaakt van eerdere overwegingen van het hof.
Bewijsstuk e geeft dus geen nader bewijs.
Appellante heeft bewijsstuk f niet nader toegelicht.
Nu het enkel gaat over afspraken voor het vieren van de verjaardag van erflaatster, kan dit niet bij dragen aan het gevraagde bewijs.
Ook bewijsstuk g heeft geen nadere toelichting.
In de e-mail schrijft geïntimeerde 2 dat sprake is van verstoorde onderlinge verhoudingen en een machtspositie van geïntimeerde 3.
Welk verband dat heeft met de gestelde geestelijke stoornis van erflaatster en de bewijsopdracht, wordt het hof niet duidelijk.
Ook dit draagt dus niet bij aan nader bewijs.
Als bewijsstuk h wordt een brief van Veilig Thuis overgelegd uit 2018.
In deze brief staat dat het appellante en de heer B betreft.
In elk geval kan het niet erflaatster betreffen aangezien zij al in 2015 is overleden.
Zonder toelichting, die ontbreekt, ziet het hof ook hierin geen nader bewijs.
Over de bijlagen in bewijsstuk i die nog niet eerder in de procedure zijn overgelegd, overweegt het hof als volgt.
Uit de bijlagen blijkt geen nader bewijs dat sprake was van een geestelijke stoornis van erflaatster die haar een redelijke waardering van haar belangen belette zoals weergegeven in de bewijsopdracht.
Appellante heeft niet toegelicht waar en hoe deze stukken meer informatie geven dan reeds is weergegeven in het tussenarrest van 20 april 2021.
Aangezien appellante niet is geslaagd in haar bewijsopdracht komt het hof toe aan het subsidiaire standpunt van appellante in haar laatste processtuk dat haar beroep op het tweede deel van artikel 150 Rv. (de omkering van de bewijslast) alsnog moet worden toegewezen.
In het vorige tussenarrest heeft het hof al op dit standpunt een bindende eindbeslissing gegeven.
De rechter mag van een dergelijke beslissing in dezelfde instantie in beginsel niet terugkomen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het onaanvaardbaar is om vast te houden aan de gebondenheid aan de eerdere eindbeslissing (vgl. onder meer HR:1998:ZC2640, ECLI:NL:HR:2008:BC2800 en HR:2015:2461).
Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn in deze zaak gesteld noch gebleken.
Appellante heeft immers voornoemd subsidiaire standpunt slechts ongemotiveerd aangevoerd.
Het hof komt derhalve niet terug op de eerder genomen beslissing tot afwijzing van het beroep op een andere bewijslastverdeling.
Het hof overweegt dat, nu uitgegaan moet worden van de wilsbekwaamheid van erflaatster op 7 april 2015 en er ook al is beslist op het eerste deel van de grieven van het vorige tussenarrest, beslissing op de resterende grieven moet volgen.
Eerst gaat het hof in op de grieven over de redenen voor vernietiging testament : het testament, althans de erfstelling is vernietigbaar, althans moeder is bij de totstandkoming van haar uiterste wil ongeoorloofd beïnvloed door geïntimeerde 3.
Voor zover appellante haar standpunt mede heeft gebaseerd op misbruik van omstandigheden stuit het af op het bepaalde in art. 4:43 BW voor zover gebaseerd op onrechtmatige daad heeft zij haar standpunt onvoldoende onderbouwd.
Voor de door appellante gestelde feiten met betrekking tot de betrokkenheid van geïntimeerde 3 bij erflaatster verwijst het hof naar het voorgaande tussenarrest.
Het hof herhaalt dat juist gelet op het feit dat geïntimeerde 3 reeds tien jaar voordat de vasculaire dementie werd vastgesteld moeder met de financiën hielp, haar betrokkenheid nadien logischer is.
De grieven die daarop zien, falen dus.
Dan resteren de grieven over de beperkende werking redelijkheid en billijkheid.
Appellante meent nu vaststaat dat moeder leed aan dementie en in ogenschouw nemende haar andere medische problemen (slecht horen en zien) in combinatie met de laakbare handelswijze van geïntimeerde 3, de uitwerking van het laatste testament niet kan worden gevolgd en op grond van 3:166 lid 2 jo 6:2 BW moet worden aangepast.
Het hof overweegt dat in de procedure niet is komen vast te staan dat geïntimeerde 3 erflaatster ongeoorloofd heeft beïnvloed bij de totstandkoming van haar uiterste wil.
Ook ander laakbaar handelen van geïntimeerde 3 is niet aan de orde.
Nu verder uitgegaan wordt van de wilsbekwaamheid van erflaatster bij haar uiterste wil, zijn haar gezondheidsproblemen onvoldoende om de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid toe te passen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.