Erfrecht. Uiterste wilsbeschikking. Is een erfstelling vernietigbaar wegens een onjuiste beweegreden in testament? Onterving. Belang. Belanghebbende. Toetsing.
De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een erfstelling vernietigbaar was wegens een onjuiste beweegreden in het testament.
De moeder van partijen (hierna: de moeder) heeft in haar testament de dochter tot enige erfgename benoemd.
In deze procedure vordert de zoon vernietiging van deze erfstelling op de grond dat deze berust op een onjuiste beweegreden.
Erfrecht. Uiterste wilsbeschikking. Is een erfstelling vernietigbaar wegens een onjuiste beweegreden in testament? Onterving. Belang. Belanghebbende. Toetsing.
De Hoge Raad overweegt als volgt.
Art. 4:43 lid 2 BW houdt in dat een uiterste wilsbeschikking, gemaakt onder invloed van een onjuiste beweegreden, slechts dan vernietigbaar is, wanneer de door de erflater ten onrechte veronderstelde omstandigheid die zijn beweegreden tot de beschikking is geweest, in de uiterste wil zelf is aangeduid en de erflater de beschikking niet zou hebben gemaakt, indien hij van de onjuistheid van die veronderstelling had kennis gedragen.
In art. 4:42 lid 1 BW is een uiterste wilsbeschikking gedefinieerd als een eenzijdige rechtshandeling, waarbij een erflater een beschikking maakt, die eerst werkt na zijn overlijden en die in Boek 4 BW is geregeld of in de wet als zodanig wordt aangemerkt.
Een erfstelling is volgens art. 4:115 BW een uiterste wilsbeschikking, krachtens welke de erflater aan een of meer daarbij aangewezen personen zijn gehele nalatenschap of een aandeel daarin nalaat.
Een uiterste wilsbeschikking kan ook een onterving inhouden (art. 4:1 lid 2 BW).
Uit het samenstel van deze bepalingen volgt dat de erfstelling van de dochter, waarmee de moeder naar het oordeel van het hof tevens beoogde de zoon te onterven, een uiterste wilsbeschikking is, waarop art. 4:43 lid 2 BW kan worden toegepast.
In het oordeel van het hof ligt bovendien besloten dat de beweegredenen om de dochter tot enig erfgename te benoemen dezelfde zijn als die welke ten grondslag liggen aan de (impliciete) onterving van de zoon.
De door dit onderdeel verdedigde opvatting dat een beroep op art. 4:43 lid 2 BW niet toekomt aan diegene die is onterfd, maar alleen aan de rechtsopvolger(s) van de erflater, is niet juist.
Aangenomen moet worden dat de mogelijkheid om een grond tot vernietiging van een uiterste wilsbeschikking in te roepen, ten dienste staat van degene in wiens belang de vernietigingsgrond bestaat.
Wie tot die kring behoort, moet in dit verband worden vastgesteld aan de hand van de tekst of strekking van art. 4:43 lid 2 BW.
Zoals hiervoor is overwogen, is art. 4:43 lid 2 BW ook van toepassing op een geval als het onderhavige, waarbij een erfstelling mede een onterving van een wettelijk erfgenaam inhoudt.
De aldus onterfde wettelijk erfgenaam behoort daarom tot de kring van degenen aan wie de mogelijkheid toekomt om de vernietiging van een uiterste wilsbeschikking in te roepen.
Anders dan dit onderdeel betoogt, is art. 4:43 lid 2 BW niet uitsluitend van toepassing op aanduidingen van personen of hun hoedanigheid
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.