Erfrecht. Uitleg van een testament. Uitleg van de zinsnede in het testament ‘de kleinkinderen van mijn partner’. Bedoeling van de erflaatster. Zijn de kleinkinderen enig erfgenaam?
De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van de zinsnede ‘de kleinkinderen van mijn partner’ in een testament.
Deze zaak gaat over de uitleg van een testament.
Tussen partijen is in geschil hoe de zinsnede ‘de kleinkinderen van mijn partner’ in het testament van erflaatster moet worden uitgelegd.
Het antwoord op deze vraag is bepalend voor de vraag wie erfgenamen zijn in de nalatenschap van erflaatster.
Erfrecht. Uitleg van een testament. Uitleg van de zinsnede in het testament ‘de kleinkinderen van mijn partner’. Bedoeling van de erflaatster. Zijn de kleinkinderen enig erfgenaam?
De rechter oordeelt als volgt.
Het testament van erflaatster is verleden op 29 november 2001.
Erflaatster is overleden na de inwerkingtreding van het huidig erfrecht op 1 januari 2003.
De maatstaf voor de uitleg van een testament staat in artikel 4:46 BW, dat op grond van artikel 68a Overgangswet Nieuw BW onmiddellijke werking heeft.
Op grond van artikel 4:46 lid 1 BW moet bij de uitleg van een testament worden gelet op de verhoudingen die het testament kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt.
Uit vaste jurisprudentie volgt dat bij het vaststellen van de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt, feiten en omstandigheden van na het opmaken van het testament van belang kunnen zijn, omdat daaraan bewijs kan worden ontleend van een omstandigheid waaronder het testament is gemaakt.
Ten tijde van het opmaken van het testament bij de erflater bestaande verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen zullen in aanmerking kunnen komen als omstandigheid waaronder het testament is gemaakt.
Verwachtingen van de erflater over de toekomst kunnen ook van belang zijn bij het vaststellen van de verhoudingen die de erflater met het testament kennelijk wenst te regelen.
Voor de vaststelling van de verhoudingen die de erflater met het testament kennelijk wenst te regelen, kan mede acht geslagen worden op verklaringen van getuigen omtrent hetgeen de erflater heeft beoogd.
De rechtbank zal aan de hand van de hiervoor beschreven maatstaf uit artikel 4:46 lid 1 BW beoordelen hoe de woorden ‘de kleinkinderen van mijn partner’ in het testament moeten worden uitgelegd.
Hierbij gaat het dus niet om een uitsluitend grammaticale uitleg van de tekst van het testament, zoals gedaagden lijken te betogen.
Ook als de tekst van het testament op het eerste gezicht volstrekt duidelijk is, moet rekening worden gehouden met de verhoudingen die erflaatster in haar testament kennelijk wenste te regelen en met de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt.
Met andere woorden: beoordeeld moet worden wat erflaatster voor ogen stond op het moment waarop zij het testament liet opstellen.
Vaststaat dat erflaatster vanaf 1986 een affectieve relatie met A heeft gehad.
A had een zoon, B, waarmee zowel A als erflaatster goed contact hadden.
A had uit een eerder huwelijk nog een andere zoon, C.
Tussen partijen is niet in geschil dat er geen enkel contact was tussen A en C.
Gedaagde heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat C (haar ex-partner) in de veronderstelling verkeerde dat zijn biologische vader was overleden toen hij vijf jaar was.
Volgens gedaagde zou C in 2022 via een brief van de notaris hebben vernomen dat A dat jaar (2022) pas is overleden.
In 1996 is eiseres geboren.
Zij is het eerste kleinkind van A.
Eiseres heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat erflaatster als een oma voor haar was met wie zij een hele sterke band en goed contact had.
Op 29 november 2001, kort vóór de geboorte van overige eiseres heeft erflaatster haar testament laten opmaken.
Volgens eisers was de aanstaande geboorte van het tweede kleinkind aanleiding voor erflaatster om haar testament te laten opmaken.
Eiseres heeft hierover tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat erflaatster alles goed geregeld wilde hebben voor het geval er iets met haar zou gebeuren.
Eiseres heeft verklaard dat erflaatster destijds aan haar moeder heeft gevraagd: “er komen toch niet meer kinderen hè?”.
Haar moeder zou daarop hebben geantwoord dat het ‘klaar’ was na de geboorte van hun tweede kind.
Erflaatster heeft volgens eisers geen namen van de kleinkinderen van A in het testament opgenomen, omdat eiseres ten tijde van het opmaken van het testament nog niet geboren was en haar naar naam dus nog niet bekend was.
Het voorgaande is door gedaagde niet betwist en staat daarmee dus vast.
Onder de hiervoor genoemde omstandigheden ligt het naar het oordeel van de rechtbank in de rede dat erflaatster in het testament alleen de verhoudingen ten opzichte van de twee kinderen van B, te weten eisers, heeft willen regelen en dat zij heeft beoogd om hen tot erfgenamen te benoemen voor het geval A op het moment van haar overlijden niet meer in leven zou zijn.
Dat erflaatster eisers daarbij niet met naam en toenaam heeft genoemd en in haar testament ‘de kleinkinderen van mijn partner’ tot erfgenamen heeft benoemd, lijkt vooral te zijn ingegeven door het feit dat eiseres op dat moment nog niet was geboren.
Dat het de bedoeling van erflaatster is geweest om eisers tot haar erfgenamen te benoemen en dat zij kennelijk tot haar overlijden ook ervan uit is gegaan dat eisers haar enige erfgenamen waren, wordt bovendien bevestigd door het gespreksverslag van de uitvaartondernemer die vier dagen vóór het overlijden van erflaatster, op 20 augustus 2024, een gesprek met erflaatster heeft gehad.
Hieruit volgt dat erflaatster, op de vraag van de uitvaartondernemer of zij haar wensen met betrekking tot haar erfenis heeft vastgelegd, heeft laten weten dat zij een testament heeft waarin de beide dochters als erfgenamen staan.
Het voorgaande brengt mee dat uit de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt en de verhoudingen die erflaatster daarin kennelijk wenste te regelen volgt dat in het testament van erflaatster met ‘de kleinkinderen van mijn partner’ eisers zijn bedoeld.
Dat betekent dat eisers enig erfgenamen van erflaatster zijn.
De door hen gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.