Erfrecht. Wilsonbekwaamheid. Bewijs. Inzage in medisch dossier? Doorbreking van de geheimhoudingsplicht van de huisarts? Zwaarwegend belang? Toetsingskader.

De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over het recht op inzage in een medisch dossier en de doorbreking van de geheimhoudingsplicht van de huisarts.

De gezamenlijke eisers vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huisarts veroordeelt om binnen twee dagen na de betekening van dit vonnis over te gaan tot afgifte aan hen van het volledige zorgdossier dat de huisarts heeft opgebouwd ten aanzien van erflater, waaronder het medisch dossier, dit op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag of elk dagdeel dat hij daaraan niet voldoet, met zijn veroordeling in de proceskosten.

Gezamenlijke eisers leggen in het licht van de vaststaande feiten aan hun vordering ten grondslag dat zij een zodanig zwaarwegend belang bij kennisneming van het medisch dossier hebben dat de geheimhoudingsplicht van de huisarts moet worden doorbroken.

Dat zwaarwegend belang bestaat erin dat zij de vernietiging van verschillende rechtshandelingen hebben ingeroepen omdat erflater niet meer wilsbekwaam was bij het verrichten daarvan.

Erfrecht. Wilsonbekwaamheid. Bewijs. Inzage in medisch dossier? Doorbreking van de geheimhoudingsplicht van de huisarts? Zwaarwegend belang? Toetsingskader.

De rechter oordeelt als volgt.

De gezamenlijke eisers zijn ontvankelijk in deze procedure, gelet op het volgende.

Erflater is in 2020 overleden.

Bij leven was hij patiënt van de huisarts toen deze zijn praktijk nog als eenmanszaak voerde.

Het dossier van erflater is dus aangelegd door (de eenmanszaak van) de huisarts.

Dat alle dossiers zijn ingebracht bij de in 2022 opgerichte vennootschap, zoals de huisarts heeft gesteld, is niet aannemelijk geworden.

De inbreng van de eenmanszaak in de vennootschap blijkt niet uit het door de huisarts overgelegde uittreksel uit het Handelsregister en evenmin uit zijn verklaring bij de mondelinge behandeling.

Dat betekent dat het medisch dossier van erflater bij (de eenmanszaak van) de huisarts is gebleven.

Gezamenlijke eisers hebben de goede partij in rechte betrokken en kunnen om die reden worden ontvangen in hun vordering.

Gezamenlijke eisers zijn ook ontvankelijk omdat ze een voldoende spoedeisend belang hebben bij de gevorderde voorlopige voorziening.

Zij willen in hoger beroep gaan tegen het vonnis van 10 januari 2024 en menen dat dit hoger beroep alleen kan slagen wanneer zij het medisch dossier van erflater in het geding kunnen brengen.

De appeltermijn eindigt op 9 april 2024.

Daarmee is hun spoedeisend belang gegeven en moet hun vordering beoordeeld worden.

Bij die beoordeling geldt dat de huisarts als hulpverlener verplicht is een dossier in te richten over de behandeling van zijn patiënt, hier erflater (artikel 7:454 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).

Het dossier wordt in beginsel gedurende twintig jaren bewaard, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de laatste wijziging in het dossier heeft plaatsgevonden (artikel 7:454 lid 3 BW).

De huisarts is verplicht aan de patiënt desgevraagd inzage in en afschrift van de bescheiden te verstrekken (artikel 7:456 BW) en draagt er zorg voor, dat aan anderen dan de patiënt geen inlichtingen over de patiënt dan wel inzage in of afschrift van de gegevens uit het dossier worden verstrekt dan met toestemming van de patiënt (artikel 7:457 lid 1 BW).

Niet aannemelijk is geworden dat erflater toestemming heeft gegeven voor het verstrekken van inlichtingen over hem dan wel voor inzage in of afschriften van bescheiden uit het dossier.

Gezamenlijke eisers hebben aangevoerd dat erflater nooit geheimzinnig deed over wat hij mankeerde, maar daaruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij akkoord is gegaan met het verstrekken van informatie uit zijn medisch dossier na zijn dood.

Gezamenlijke eisers hebben geen andere feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit die toestemming zou kunnen blijken.

Sinds 1 januari 2020 bepaalt artikel 7:478a onder c BW dat de hulpverlener desgevraagd inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier van een overleden patiënt verstrekt aan een ieder die een zwaarwegend belang heeft en aannemelijk maakt dat dit belang mogelijk wordt geschaad en dat inzage in of afschrift van gegevens uit het dossier noodzakelijk is voor de behartiging van dit belang.

Met deze wetswijziging werd eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad hierover gecodificeerd.

Gezamenlijke eisers hebben een voldoende persoonlijk (financieel) belang bij de gevorderde informatie.

Zij willen aantonen dat erflater wilsonbekwaam was toe hij de rechtshandelingen aanging en dat zij terecht de vernietiging daarvan hebben ingeroepen. Slagen zij daarin, dan komt hen een aanzienlijk hoger bedrag toe uit de nalatenschap van vader dan zij nu ontvangen hebben.

Bij de beantwoording van de vraag of zij een voldoende zwaarwegend belang hebben, geldt dat in het geval van onterving er zwaarwegende aanwijzingen moeten bestaan dat erflater niet over zijn verstandelijke vermogens beschikte en niet bekwaam was om rechtshandelingen te verrichten.

Uitgangspunt is immers dat erflater wilsbekwaam was zolang er geen concrete, zwaarwegende aanwijzingen zijn dat het anders was, zo oordeelde de Hoge Raad (HR:2001:AB1201).

Voorop staat dat anders dan in eerdere uitspraken, het in deze zaak niet gaat om een eenmalige en eenzijdige rechtshandeling zoals het maken of wijzigen van een testament, maar om meerdere meerzijdige rechtshandelingen verspreid over langere tijd.

Naast het sluiten van de koopovereenkomst in augustus 2019 en de schenking in februari 2020 heeft erflater immers in november 2019 bij notariële akte een volmacht verstrekt en is kort voor zijn overlijden in juni 2020 zijn woning geleverd.

Daarbij was steeds dezelfde notaris betrokken.

De huisarts kan gevolgd worden in zijn stelling dat in deze zaak, waarin sprake is van een aantal meerzijdige rechtshandelingen bij leven door erflater in een periode van ruim 10 maanden een nog strikter criterium geldt als door de Hoge Raad aangelegd bij eenzijdige rechtshandelingen.

Gezamenlijke eisers hebben aangevoerd dat erflater al vanaf 2017 steeds slechter werd.

Hij was dement en had Parkinson, kon niet meer lezen of schrijven en werd regelmatig in het ziekenhuis opgenomen, onder meer in verband met een delier.

Vader verkeerde vanaf 2017/2018 tot aan zijn dood voortdurend in een toestand waarin hij niet meer in staat was zijn wil te bepalen, aldus gezamenlijke eisers.

De huisarts heeft dit weersproken en erop gewezen dat de rechtbank in het vonnis van 17 mei 2023 heeft geoordeeld dat de aangevoerde lichamelijke klachten niet meebrengen dat de geestesvermogens van erflater continue verstoord waren.

De rechtbank achtte voorts van belang dat de notaris zich vergewist heeft van de geestesgesteldheid en wilsbekwaamheid van erflater, zo heeft de huisarts betoogd.

Gezamenlijke eisers hebben in deze procedure hun in de vonnissen van 17 mei 2023 en 10 januari 2024 al besproken en verworpen stellingen herhaald, zonder deze verder te onderbouwen met bijvoorbeeld verklaringen van derden.

Ook hebben zij een beschrijving gegeven van de toestand van vader omstreeks 5 juli 2019, toen hij een delier bleek te hebben.

Dat vader voortdurend in die toestand verkeerde hebben zij echter niet aannemelijk gemaakt.

Zij hebben in deze procedure hun stellingen verder alleen nog onderbouwd met een volgens hen op 22 augustus 2019 gemaakte foto.

Daarop is een oudere man te zien die zittend in een stoel samen met -volgens gezamenlijke eisers – echtgenoot oude foto’s bekijkt.

Uit deze foto blijkt echter niet dat vader toen wilsonbekwaam was, laat staan dat met deze momentopname kan worden aangetoond dat hij dat nadien ook steeds is gebleven.

Gezamenlijke eisers hebben daarmee niet aannemelijk gemaakt dat erflater vanaf 2018 tot aan zijn overlijden voortdurend wilsonbekwaam was.

Ook voor de cruciale momenten bij het sluiten van de koopovereenkomst en het doen van de schenking hebben zij dat niet aannemelijk gemaakt.

Tegenover de onvoldoende onderbouwde stelling van gezamenlijke eisers dat erflater wilsonbekwaam was bij het aangaan van de koopovereenkomst staat de verklaring van de notaris, opgesteld naar aanleiding van het bezoek dat hij aan erflater thuis heeft gebracht voor het sluiten van de koopovereenkomst op die dag, zoals geciteerd in het vonnis van 17 mei 2023.

De notaris schrijft dat hij na een rustig en duidelijk gesprek met erflater over allerlei zaken, onder het genot van een kopje koffie, heeft geconcludeerd dat erflater op het moment van ondertekenen van de koopovereenkomst wilsbekwaam was.

Daarmee is de stelling van gezamenlijke eisers weerlegd dat vader met niemand over de koopovereenkomst heeft kunnen spreken en dat hij zich niet heeft gerealiseerd waar hij voor tekende.

Gezamenlijke eisers hebben nog aangevoerd dat een notaris geen arts is, maar dat is onvoldoende om deze verklaring te ontkrachten.

Het is juist bij uitstek de taak van een notaris te onderzoeken of er sprake is van wilsbekwaamheid bij partijen. Uit de verklaring van de notaris blijkt dat hij dat heeft gedaan, mede aan de hand van het protocol beoordeling wilsbekwaamheid van zijn beroepsgroep.

Dat erflater bij het verstrekken van de volmacht in november 2019 wilsonbekwaam was, is niet gesteld en ook niet aannemelijk geworden.

Omdat deze volmacht in een notariële akte is vastgelegd, wordt ervan uitgegaan dat ook toen de notaris de wilsbekwaamheid van erflater als voldoende heeft beoordeeld.

Het verlijden van deze akte kan in ieder geval niet gerijmd worden met de stelling van gezamenlijke eisers dat erflater vanaf in ieder geval 2018 voortdurend wilsonbekwaam was.

De schenkingsovereenkomst is in februari 2020 bij onderhandse akte gesloten, dus zonder notariële toetsing.

Gezamenlijke eisers hebben in deze procedure -net als in de bodemprocedure- op geen enkele wijze onderbouwd dat erflater wilsonbekwaam was bij het doen van die schenking.

Een afschrift van de schenkingsakte is niet in het geding gebracht, zodat onder meer niet vastgesteld kan worden door wie de akte is ondertekend, door erflater zelf of door zijn gevolmachtigden.

Bij de mondelinge behandeling kon hierop geen antwoord worden gegeven.

Gezamenlijke eisers hebben alleen aangevoerd dat vader ten tijde van de schenking erg slecht was en weken in het ziekenhuis heeft gelegen.

Dit is echter onvoldoende om tot het oordeel te kunnen komen dat erflater toen zijn wil niet meer kon vaststellen.

Concrete zwaarwegende feiten of omstandigheden die zouden kunnen duiden op wilsonbekwaamheid van erflater zijn door gezamenlijke eisers niet gesteld.

Zij hebben nog aangevoerd dat de onderhandse schenkingsakte vatbaar is voor vernietiging wegens misbruik van omstandigheden, maar dat baat hen niet.

In het vonnis van 17 mei 2023 is het beroep op misbruik van omstandigheden afgewezen omdat daarvoor onvoldoende is gesteld.

Daar komt bij dat gezamenlijke eisers aan hun vordering in deze procedure niet ten grondslag hebben gelegd dat inzage in of een uittreksel uit het medisch dossier nodig is om dat misbruik aan te kunnen tonen.

Dit alles leidt tot het oordeel dat er geen concrete zwaarwegende aanwijzingen zijn dat erflater bij het aangaan van de koopovereenkomst en de schenkingsakte niet is staat was zijn wil te bepalen.

Dat maakt dat gezamenlijke eisers geen zodanig zwaarwegend belang bij informatie uit het medisch dossier van erflater hebben dat de geheimhoudingsplicht van de huisarts moet worden doorbroken.

De situatie dat een zwaarwegend belang van gezamenlijke eisers wordt geschaad door die geheimhouding doet zich niet voor, omdat er geen sprake is van een dergelijk belang.

Ten slotte geldt dat gezamenlijke eisers na betwisting door de huisarts niet aannemelijk hebben gemaakt dat het medisch dossier opheldering zal kunnen geven over de geestesgesteldheid van vader en deze opheldering niet op andere wijze verkregen kan worden.

Het mag zo zijn dat in het vonnis van 17 mei 2023 bij de beoordeling van het beroep op de wilsonbekwaamheid van vader is overwogen dat gezamenlijke eisers hun stellingen niet met medische gegevens van het ziekenhuis of de huisarts hebben onderbouwd, maar daarmee is niet gezegd dat die medische gegevens de gewenste duidelijkheid inderdaad (kunnen) verschaffen of dat alleen met het medisch dossier die duidelijkheid verkregen kan worden.

Uit de aangevoerde omstandigheden is immers niet aannemelijk is geworden dat erflater wilsonbekwaam was of dat daaraan wordt getwijfeld en dat het medisch dossier daartoe opheldering zou verschaffen.

De vordering van gezamenlijke eisers zal worden afgewezen.

Zij zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk veroordeeld worden in de proceskosten.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.