Van onze advocaat nietig testament. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 16 april 2019 uitspraak gedaan over een klacht tegen een notaris. Had de notaris onzorgvuldig gehandeld bij de totstandkoming van het testament en bij het vaststellen van de wilsbekwaamheid van de erflater?

Aan de orde is of de notaris gerede twijfel had moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van testateur en of de notaris overigens onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van het testament van testateur (de erflater).

Klacht tegen een notaris. Heeft de notaris onzorgvuldig gehandeld bij de totstandkoming van het testament? Vaststellen van de wilsbekwaamheid van de erflater (testateur).

De rechter oordeelt als volgt.

De notaris betoogt dat het primaat van de beoordeling van de wilsbekwaamheid van testateur bij hem lag en dat alleen indien daarover twijfel bestaat, de overige stappen uit het Stappenplan waaronder de aanwezigheid van eventuele indicatoren, dienen te worden nagelopen. Het Stappenplan biedt hiervoor slechts een ‘handreiking’, aldus de notaris.

Op basis van zijn waarneming in de gesprekken van 1 en 4 april 2016 heeft de notaris geen twijfel gehad over de wilsbekwaamheid van de testateur.

De notaris heeft daartoe aangevoerd dat testateur tijdens het gesprek op 1 april 2016 stellig, duidelijk en consequent was in zijn instructies en wensen.

Gezien de duidelijke wensen van testateur en zijn ontspannen houding tijdens het gesprek had de notaris de indruk dat testateur vrij vertelde wat hij wilde en dat het initiatief voor de bespreking bij testateur zelf lag. De testateur kon zijn wensen over de verdeling van zijn nalatenschap op een logische wijze beredeneren en verwoorden.

Tekenend voor de – kennelijke – scherpte van geest van testateur was volgens de notaris dat [testateur] bij zijn instructie om ook legaten op te nemen uit zijn hoofd de volledige namen, geboortedata en -plaatsen van de legatarissen kon opnoemen.

Tevens wist testateur exact wat de omvang van zijn vermogen was en hoe hij daarover wilde beschikken. De testateur had een goed inzicht in zijn financiële verplichtingen en voerde zelf zijn financiële administratie.

Ter zitting in hoger beroep heeft de notaris nog toegelicht dat testateur met aandacht naar hem luisterde, ook na het stellen van vragen door de notaris niet afweek van zijn wensen en met zijn lichaamshouding liet zien dat hij wist waar het over ging.

Bovendien overzag testateur de gevolgen van de erfbelasting en heeft testateur hem nog gecorrigeerd op rekenkundig gebied, aldus de notaris.

Tegenover het standpunt van de notaris hebben klagers aangevoerd dat het de neef was die contact heeft opgenomen met de notaris en heeft doorgegeven welke wensen de testateur met betrekking tot zijn testament had.

De notaris heeft nooit alleen, onder vier ogen, met testateur gesproken. De testateur is een alleenstaande, kwetsbare man op leeftijd, die lijdt aan schizofrenie. Hij komt moeilijk uit zijn woorden en antwoordt alleen met “ja” en “nee”.

De testateur is – naar ook de notaris ter zitting in eerste aanleg heeft verklaard – een zonderling die woont in een slecht onderhouden woning.

Voorts wordt testateur al ruim 30 jaren door zijn zusters verzorgd, onder wie klaagster en de zuster. De testateur leeft als een kluizenaar. Bovendien heeft de notaris nagelaten getuigen mee te nemen. Klagers handhaven dan ook hun standpunt dat er voldoende aanknopingspunten voor de notaris waren om de wilsbekwaamheid van testateur nader te onderzoeken.

Het hof stelt voorop dat als uitgangspunt geldt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd, bij testament uiterste wilsbeschikkingen kan maken.

Een notaris dient daaraan in beginsel zijn ministerie te verlenen en moet op verlangen van een testateur doen wat is vereist om diens uiterste wilsbeschikkingen in een testament vast te leggen.

Zoals bij elke akte moet de notaris de wilsbekwaamheid van de betrokkene beoordelen.

Het komt daarbij in eerste instantie aan op de eigen waarneming van de notaris, die daarbij een redelijke beoordelingsvrijheid toekomt.

Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen. Het Stappenplan biedt hiervoor een handreiking.

Onweersproken door klagers is dat de notaris niet ervan op de hoogte was dat testateur volgens hen aan schizofrenie lijdt, nog daargelaten de juistheid van die stelling.

Het hof is voorts van oordeel dat de omstandigheid dat testateur in een slecht onderhouden woning woont, op zichzelf niets zegt over zijn geestesgesteldheid.

Hetzelfde geldt voor de door klagers gestelde omstandigheid dat testateur jarenlang door zijn zusters is verzorgd, nu die verzorging – naar klagers zelf stellen – ziet op het koken van maaltijden en schoonmaakwerkzaamheden. Bovendien kookt testateur volgens klagers zelf zijn maaltijden op de dagen dat klaagster en de zuster er niet zijn.

Het hof ziet in hetgeen klagers hebben aangevoerd, geen aanleiding om vraagtekens te plaatsen bij het hiervoor vermelde relaas van de notaris omtrent zijn waarnemingen.

In het licht hiervan is de enkele omstandigheid dat de neef de desbetreffende afspraak met de notaris heeft gemaakt, naar het oordeel van het hof onvoldoende om aan te nemen dat de notaris onvoldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van testateur.

Op grond van het voorgaande acht het hof voldoende aannemelijk geworden dat de notaris geen aanleiding had om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van testateur.

De notaris had dan ook geen reden om het Stappenplan te volgen en nader onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van de testateur.

De in het geding gebrachte geluidsopnamen en transcripties zien op gesprekken die dateren van een half tot ruim anderhalf jaar na 1 of 4 april 2016 en die tussen testateur en (één van) klagers hebben plaatsgevonden.

Voor zover deze geluidsopnamen en transcripties al een ander licht zouden werpen op de wilsbekwaamheid van testateur, is het nog maar de vraag of daaruit volgt dat de notaris op 1 of 4 april 2016 gerede twijfel daaraan had moeten hebben.

Hetgeen testateur op een later moment jegens (één van) klagers verklaart, zegt nog niets over hetgeen testateur aan de notaris heeft verteld.

Reeds om die reden bieden deze geluidsopnamen en transcripties geen voor de beoordeling van deze klacht relevante informatie over de geestesgesteldheid van testateur zoals op 1 en 4 april 2016 waargenomen door de notaris en zijn deze derhalve in dit kader niet relevant.

Anders dan de kamer acht het hof de klacht in zoverre ongegrond.

Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, zijn niet gesteld of gebleken.

Zorgvuldig handelen

De notaris betwist dat hij onzorgvuldig zou hebben gehandeld bij de totstandkoming van het testament.

Met betrekking tot het klachtonderdeel dat de notaris onvoldoende alert is geweest op beïnvloeding van testateur door derden bij de totstandkoming van het testament aangezien het initiatief voor het verzoek tot dienstverlening niet van testateur afkomstig was, heeft de notaris het volgende aangevoerd.

Weliswaar heeft de neef telefonisch contact opgenomen met zijn kantoor, maar volgens de notaris kwam het initiatief voor het verzoek tot dienstverlening van testateur, aangezien testateur tijdens het gesprek op 1 april 2016 op consistente, duidelijke en resolute wijze zijn wil uitte, ontspannen overkwam tijdens het gesprek en vrij vertelde wat hij wilde.

Bovendien is de notaris gebleken dat de neef de desbetreffende afspraak heeft gemaakt, omdat testateur kennelijk liever geen telefoongesprekken voert. Hem is uit niets gebleken dat testateur geen testament wilde opstellen, aldus de notaris.

Gelet op deze gemotiveerde betwisting door de notaris is naar het oordeel van het hof niet komen vast te staan dat testateur geen testament wilde opstellen, zoals door klagers wordt gesteld. Dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.

Met betrekking tot het klachtonderdeel dat de notaris had moeten twijfelen aan de weloverwogenheid van het verzoek tot dienstverlening, aangezien testateur niet eens wist dat de notaris op 1 april 2016 zou langskomen, heeft de notaris aangevoerd dat hij geenszins de indruk had dat testateur hem die dag niet verwachtte, aangezien testateur hem zijn wensen kenbaar maakte.

Gelet hierop is naar het oordeel van het hof niet komen vast te staan dat [testateur] niet wist dat de notaris op 1 april 2016 zou langskomen. Dit klachtonderdeel is eveneens ongegrond.

Met betrekking tot het klachtonderdeel dat de notaris op 1 april 2016 en op 4 april 2016 testateur niet onder vier ogen heeft gesproken, heeft de notaris aangevoerd dat beide gesprekken uitsluitend tussen hem en testateur hebben plaatsgevonden en dat de zuster en de neef op geen enkel moment hebben deelgenomen aan die gesprekken.

Volgens de notaris zat de neef op 1 april 2016 in de vrij ruime woonkamer op geruime afstand van hem en testateur de krant te lezen en was de zuster in de keuken. Volgens de notaris heeft het gesprek op 4 april 2016 onder vier ogen plaatsgevonden.

Het hof is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de neef of de zuster op 4 april 2016 in dezelfde ruimte verbleef als de notaris en testateur.

Daarmee is niet komen vast te staan dat de neef of de zuster op 4 april 2016 aanwezig was bij de bespreking tussen de notaris en testateur en invloed heeft kunnen uitoefenen op testateur.

Vaststaat echter dat de neef tijdens het gesprek op 1 april 2016 wel in dezelfde ruimte verbleef als de notaris en testateur. Deze bespreking heeft dan ook niet “onder vier ogen” plaatsgevonden. Dat volgens de notaris de neef niet aan het gesprek heeft deelgenomen en de kamer “vrij ruim” is, doet hieraan niet af. Door de neef niet te verzoeken de woonkamer te verlaten, heeft de notaris naar het oordeel van het hof onvoldoende acht geslagen op het risico van (non-verbale) beïnvloeding door derden.

De notaris heeft op dit punt dan ook onvoldoende zorgvuldigheid betracht. Hiervan valt de notaris een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het hof acht dit klachtonderdeel derhalve gegrond.

Met betrekking tot het klachtonderdeel dat testateur niet de mogelijkheid heeft gehad om de inhoud van het testament tot zich te nemen, heeft de notaris aangevoerd dat hij op 1 april 2016 nadrukkelijk met testateur heeft gesproken over diens haast met het tekenen van de akte.

Daarop gaf testateur volgens de notaris te kennen dat geen medische reden bestond voor zijn haast, maar dat hij al langer rondliep met het idee om een testament op te stellen, hierover al veel had nagedacht en het daarom snel geregeld wenste te zien.

Tussen beide gesprekken zat een weekend waarin testateur zich kon beraden. Testateur heeft tevens uitdrukkelijk aan hem kenbaar gemaakt dat hij van tevoren geen nieuw concept wenste te ontvangen. De notaris heeft daarom op 4 april 2016 de belangrijke passages uit de akte toegelicht en zich ervan vergewist dat testateur wist wat hij zou tekenen en dat hetgeen in het testament stond, zijn eigen wens was.

Gelet op deze toelichting van de notaris acht het hof voldoende aannemelijk geworden dat de notaris met testateur heeft gesproken over diens haast met het tekenen van de akte en dat testateur voorafgaand aan de bespreking op 4 april 2016 geen concept toegestuurd wenste te krijgen.

Gezien de verklaring die testateur zelf hiervoor gaf en ervan uitgaand dat testateur wilsbekwaam is, mocht de notaris afzien van het toesturen van de conceptakte en mocht hij volstaan met het mondeling toelichten aan testateur van hetgeen in het testament stond.

Klagers hebben geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel op dit punt zouden moeten leiden. Het hof acht dit klachtonderdeel dan ook ongegrond.

Voor zover klagers de notaris verwijten dat hij op 1 april 2016 een minuutakte van het testament bij zich had die was opgesteld op basis van instructies van de neef, heeft de notaris het volgende aangevoerd.

Hij heeft eerst nadat hij zich ervan had vergewist dat geen sprake was van wilsonbekwaamheid of beïnvloeding door derden, het concepttestament en het meelees-exemplaar voor testateur uit zijn tas gehaald. Hij had dit concept, opgesteld op basis van de door de neef aan hem meegedeelde wensen van testateur, meegenomen uit voorzorg, omdat hij niet wist in welke lichamelijke of geestelijke toestand hij testateur zou aantreffen.

Het is volgens de notaris in de praktijk gebruikelijk om een dergelijk concepttestament mee te nemen, zodat een voorbereid testament beschikbaar is in het geval van grote spoed, dat ter plekke dan zou kunnen worden aangepast. De testateur heeft vele aanvullende en afwijkende instructies ten aanzien van de inhoud van het testament gegeven.

Gelet op deze verklaring acht het hof dit handelen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de rechtsgeldigheid van een testament, over de uitleg van een testament, over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament of over de wilsonbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament,  belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.