Nietig testament op grond van wilsonbekwaamheid? De nietigverklaring van het testament kan eerst plaatsvinden nadat de onder curatele gestelde is overleden en het testament daarmee van kracht wordt.

Van onze advocaat nietig testament. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een testament van een onder curatele gestelde nietig verklaard kon worden op grond van de wilsonbekwaamheid van de curanda.

De volgende feiten staan vast. Curanda is op 16 november 2015 in gemeenschap van goederen gehuwd met echtgenoot. Op 14 januari 2016 heeft curanda ten overstaan van een notaris een testament opgemaakt.

Kort gezegd is in dat testament bepaald dat zij haar beide dochters en haar kleinkinderen bij plaatsvervulling heeft uitgesloten als erfgenamen. In plaats daarvan heeft zij haar echtgenoot als enig erfgenaam benoemd en heeft zij voorts bepaald dat een legitieme portie van de dochters pas opeisbaar wordt na het overlijden van de echtgenoot en dat die vordering geen rente draagt.

Tot slot heeft curanda bepaald dat in geval haar echtgenoot zou vooroverlijden alsmede in het geval op het moment van overlijden van curanda een echtscheidingsprocedure aanhangig zou zijn of het huwelijk door scheiding is ontbonden, echtgenoot wordt uitgesloten als erfgenaam. In dat geval zal X haar enig erfgenaam zijn.

Curanda staat sinds 16 september 2016 onder curatele.

Het primaire verzoek van curanda en curator is gebaseerd op artikel 4:55 lid 2 BW.

Kort weergegeven wordt als grond voor de herroeping van het testament van 14 januari 2016 aangevoerd dat curanda op dat moment (al) niet (meer) in staat was om een uiterste wilsbeschikking te maken overeenkomstig haar eigen wil.

Voorts wordt opgemerkt dat curanda X – een zakenrelatie van de echtgenoot – niet eens kent.

Artikel 4:55 lid 2 BW bepaalt dat hij die wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele staat, slechts met toestemming van de kantonrechter uiterste wilsbeschikkingen kan maken.

Door de toestemmingverlening van de kantonrechter kan achteraf geen beroep worden gedaan op de handelingsonbekwaamheid van de betrokkene.

Gelet op het bepaalde in artikel 3:33 BW dient de betrokken testateur in staat te zijn om zijn/haar wil te bepalen.

De kantonrechter dient derhalve te beoordelen of de lichamelijke en/of geestelijke stoornis van curanda al dan niet verhindert dat zij de gevolgen van het testeren – in casu: het ongedaan maken van haar wilsbeschikking van 14 januari 2016 – kan overzien.

Zowel in het verzoekschrift als bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van 12 juli 2017 is zijdens de curator medegedeeld dat curanda, vanwege haar geestelijke toestand, niet in staat is opnieuw te testeren.

Daarbij is ook verwezen naar het door de rechtbank uitgesproken oordeel in de procedure die heeft geleid tot de nietigverklaring van het door curanda met echtgenoot gesloten huwelijk en het in dat kader uitgebrachte deskundigenrapport.

Nietig testament op grond van wilsonbekwaamheid? De nietigverklaring van het testament kan eerst plaatsvinden nadat de onder curatele gestelde is overleden en het testament daarmee van kracht wordt.

De rechter oordeelt als volgt.

Naar het oordeel van de kantonrechter moet op grond van de geestelijke toestand van curanda worden geoordeeld dat zij niet in staat is de gevolgen van het testeren te overzien.

Dat betekent dat de kantonrechter geen toestemming kan verlenen voor het herroepen van het door curanda op 14 januari 2016 ten overstaan van de notaris opgemaakte testament.

Daarbij dient te worden bedacht dat het herroepen van een testament op zichzelf een uiterste wilsbeschikking is en dat bovendien de erflater zelf de inhoud van zijn/haar testament dient in te vullen en dat zulks niet aan een ander kan worden overgelaten. Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter het primaire verzoek dan ook moeten afwijzen.

Met betrekking tot de op artikel 3:34 BW gebaseerde subsidiaire en meer subsidiaire verzoeken, heeft de kantonrechter bij gelegenheid van de mondelinge behandeling de vraag naar de bevoegdheid ter sprake gebracht.

De gemachtigde van curanda en de curator meent dat de kantonrechter deze verzoeken uit praktische overweging, onder meer ingegeven door het risico dat curanda op korte termijn komt te overlijden, zou dienen te behandelen; de gemachtigde van echtgenoot daarentegen heeft aangevoerd dat die onderwerpen aan de rechtbank behoren te worden voorgelegd en niet aan de kantonrechter.

De kantonrechter stelt vast dat hetgeen subsidiair en meer subsidiair is verzocht, geen betrekking heeft op de in artikel 93 Rv genoemde zaken. De kantonrechter acht zich dan ook niet bevoegd op deze verzoeken een beslissing te geven. Voor het zich op praktische gronden bevoegd achten ziet hij geen ruimte.

Het vorenstaande zou, op zich genomen, dienen te leiden tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

De procedure tot het verkrijgen van een verklaring voor recht en de procedure om te komen tot vernietiging van een rechtshandeling, betreffen echter – anders dan de in casu door de kantonrechter behandelde procedure tot het verkrijging van toestemming op de voet van artikel 4:55 lid 2 BW – geen verzoekschriftprocedures maar dagvaardingsprocedures (vorderingen).

De kantonrechter ziet zich geconfronteerd met het probleem dat hij bij verwijzing op de voet van artikel 71 lid 4 Rv instructies dient te geven met betrekking tot de vraag wie moet worden gedagvaard. Dat is hier niet mogelijk.

Een testament komt immers tot stand door middel van een eenzijdig ongerichte rechtshandeling en heeft, naar haar aard, pas werking vanaf het moment dat de testateur is overleden.

Een ‘tegenpartij’ is daarbij derhalve nog niet aan te wijzen.

De nietigverklaring van het gewraakte testament kan naar het oordeel van de kantonrechter dan ook eerst plaatsvinden nadat curanda is overleden en haar testament daarmee van kracht wordt.

Hoezeer invoelbaar is dat belanghebbenden reeds thans een oordeel wensen omtrent de vraag of het testament van 14 januari 2016 al dan niet rechtsgeldig is, kunnen de dochters van curanda, als belanghebbenden, in een tegen de testamentair benoemde erfgenaam gerichte procedure de rechtsgeldigheid van dat testament aan de rechter ter toetsing voorleggen.

De kantonrechter tekent daarbij aan dat de curator in afwachting van de uitspraak in hoogste instantie ter zake de nietigverklaring van het huwelijk verlof zou kunnen vragen om maritaal beslag te doen leggen, terwijl na het overlijden van hun moeder, ook aan de dochters van curanda het beslagrecht ten dienste staat om te voorkomen dat de nalatenschap van curanda direct in rook op zal gaan.

Op grond van het vorenstaande ziet de kantonrechter in dit geval aanleiding om, in afwijking van het bepaalde in artikel 71 Rv, niet tot doorverwijzing van de zaak over te gaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament, over de nietigverklaring van een testament op grond van de wilsonbekwaamheid van de erflater, of over een ondercuratelestelling, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.