Het Gerechtshof Amsterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de erflater ten tijde van de totstandkoming van het testament dementerend was.

Teneinde toe te komen aan de fase van bewijslevering dient vast komen te staan dat appellante de stelling van geïntimeerden voldoende gemotiveerd heeft betwist.

Appellante heeft betwist dat sprake was van een geestelijke stoornis, dat erflater tot voor zijn overlijden niet onder medische behandeling was en hij zijn beroep als tandarts nog naar behoren kon uitoefenen.

Appellante heeft een groot aantal verklaringen overgelegd van onder andere patiënten waarin wordt verklaard dat zij tot zijn overlijden nog naar tevredenheid patiënt bij erflater waren en dat hij zijn werk als tandarts nog naar behoren uitoefende.

Voorts heeft appellante gewezen op de door haar overgelegde brief waarin onder andere staat dat er voorafgaand aan het sluiten van het testament drie gesprekken met erflater zijn geweest, dat naar de waarneming van de notaris erflater het testament heeft gewild en dat geen feiten of aanwijzingen zijn gebleken waaruit een discrepantie tussen de wil en de verklaring zou kunnen worden afgeleid.

Nietig testament? Was de erflater ten tijde van het opmaken van het testament dementerend? Medisch deskundigen. Waarderen van bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

Ten aanzien van de stelling van appellante dat het bewijsaanbod niet voldoende specifiek en ter zake dienend is als gevolg waarvan het bewijsaanbod van geïntimeerden gepasseerd moet worden, overweegt het hof als volgt.

In eerste aanleg hebben geïntimeerden aangeboden hun stellingen te bewijzen, in het bijzonder door het overleggen van verklaringen van deskundigen alsmede door het horen van meer dan twintig getuigen dan wel deskundigen.

In hun memorie na verwijzing hebben geïntimeerden hun bewijsaanbod bevestigd en enkele met name genoemde getuigen voorgedragen.

De bezwaren die appellante tegen de getuigen heeft, komen erop neer dat hun verklaringen niet kunnen dienen tot een beslissing van de zaak.

De omstandigheid dat twee van de door geïntimeerden genoemde medisch deskundigen niet in contact zijn geweest met erflater staat er niet aan in de weg dat zij vanuit hun deskundigheid kunnen verklaren.

Dat geldt ook voor G, de behandelend neuroloog van erflater.

Gelet op het arrest van de Hoge Raad is het hof van oordeel, anders dan appellante stelt, dat nog niet is komen vast te staan dat uit de verklaring van dr. G niet kan worden afgeleid dat erflater ten tijde van het opmaken van het testament niet wilsbekwaam was.

Evenmin valt in te zien dat geïntimeerden en patiënten niet (nader) zouden kunnen verklaren ten aanzien van feiten en omstandigheden in verband met de wilsonbekwaamheid van erflater.

De bezwaren van appellante tegen de door geïntimeerden genoemde getuigen treffen dan ook geen doel.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het bewijsaanbod van geïntimeerden voldoende specifiek en ter zake dienend is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.