Testament nietig of vernietigbaar? Wilsonbekwaamheid van erflater? Is er druk uitgeoefend op erflater? Misbruik? Redelijkheid en billijkheid.
Van onze advocaat nietig testament. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de nietigheid van een testament. Het testament van erflaatster is geldig, omdat niet is gebleken dat de erflaatster wilsonbekwaam was dan wel dat de pastoor bij het opmaken van het testament druk heeft uitgeoefend op de erflaatster.
Naar de kern genomen stelt de familie- kort gezegd – het volgende.
Het tweede testament van erflaatster is nietig dan wel dient vernietigd te worden door het onrechtmatig handelen van geïntimeerde.
Verder stelt de familie dat tussen geïntimeerde en erflaatster sprake was van een pastorale relatie ten gevolge waarvan geïntimeerde door het vermogensbeheer, het aangaan van een geldlening en het aanvaarden van de nalatenschap van erflaatster in strijd heeft gehandeld met de kerkrechtelijke regels en in het bijzonder met de Gedragscode Pastoraat (hierna: de gedragscode).
Voorts stelt de familie dat zij erop mocht vertrouwen dat de kerk zou toezien op een correcte handhaving van het canonieke recht, in het bijzonder de gedragscode. Door dit handelen van geïntimeerde en de kerk heeft de familie schade geleden.
Geïntimeerde en de kerk betwisten de stellingen van de familie en stellen – kort gezegd – dat de stellingen suggestief zijn, onvoldoende concreet zijn en/of niet door bewijsstukken worden onderbouwd.
De kerk stelt voorts dat het hof bevoegd is om kennis te nemen van de vordering tot schadevergoeding, maar dat vanwege het bestaan van de kerkrechtelijke procesgang de vorderingen jegens de kerk niet ontvankelijk moeten worden verklaard of ten minste (de besluitvorming van de kerk) slechts marginaal getoetst moeten worden.
Vervolgens stelt de kerk dat de contacten tussen geïntimeerde en erflaatster wat betreft de bij de kerk bekende verlening van pastorale zorg beperkt is geweest. Indien en voor zover er meer contacten zijn geweest tussen geïntimeerde en erflaatster heeft dit volgens de kerk plaatsgevonden buiten de taakvervulling en worden de eventuele contacten door de kerk beschouwd als vriendschappelijke contacten.
Testament nietig of vernietigbaar? Wilsonbekwaamheid van erflater? Is er druk uitgeoefend op erflater? Misbruik? Redelijkheid en billijkheid.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof zal eerst bezien of het tweede testament van erflaatster een geldig testament is.
De familie stelt hierover – kort gezegd – dat dit testament nietig dan wel vernietigd moet worden op grond van onrechtmatig handelen van geïntimeerde en voert hiervoor het volgende aan.
Geïntimeerde heeft misbruik gemaakt van het diepgelovige karakter van erflaatster en haar vertrouwen in de kerk en in de verpersoonlijking daarvan, dit alles voor eigen financieel gewin.
Geïntimeerde heeft erflaatster van noodzakelijke hulp door derden afgehouden, haar geïsoleerd en haar op die manier in een afhankelijkheidspositie gebracht. Geïntimeerde heeft het vertrouwen dat erflaatster in hem stelde gebruikt. Er was geen sprake van een evenwichtige verhouding tussen beiden: een groot leeftijdsverschil, verschil in opleiding en verschil in gezag.
De familie concludeert dat geïntimeerde misbruik heeft gemaakt van de positie waarin de erflaatster verkeerde en haar eenvoudige en kwetsbare persoonlijkheid.
Volgens de familie heeft zij door de getuigenverklaringen het bewijs geleverd dat erflaatster onder druk van geïntimeerde haar testament in 2010 heeft gewijzigd, dat dit niet uit eigen vrije wil was en dat erflaatster niet beoogd heeft haar erfenis aan geïntimeerde in privé te vermaken.
Verder stelt de familie dat het zeer aannemelijk is dat de notaris, die het tweede testament heeft gepasseerd, het Stappenplan Wilsonbekwaamheid niet heeft toegepast, terwijl daarvoor wel degelijk zeer sterke indicatoren aanwezig waren.
Op grond van het vorenstaande en onder verwijzing naar de getuigenverklaringen stelt de familie verder dat het testament onder bedreiging met schade aan het zielenheil tot stand is gekomen en dat het testament op grond van artikel 4:43 BW vernietigbaar is.
De familie heeft aangegeven dat zij de grondslag voor vernietiging van het testament op grond van artikel 4:59 BW niet langer zal handhaven.
Geïntimeerde heeft onder meer gemotiveerd betwist dat hij erflaatster op enigerlei wijze onder druk heeft gezet.
Volgens geïntimeerde heeft erflaatster het testament zelfstandig, welbewust en ook uit eigen beweging laten opmaken door de notaris. [geïntimeerde] stelt dat uit het testament blijkt dat hij als privépersoon tot erfgenaam is benoemd en dat hij een vriendschappelijke band had met erflaatster en derhalve niet gebonden was aan kerkelijke regels.
Het hof overweegt als volgt.
Erflaatster heeft in 2010 haar testament gewijzigd. Een testament is een notariële akte waarbij een notaris uiterst zorgvuldig moet handelen en voldoende waarborgen moet inbouwen om zelf genoegzaam te kunnen beoordelen of een erflater zijn wil kan bepalen en de (rechts)gevolgen van zijn nieuwe uiterste wil kan overzien.
De notaris, die het tweede testament heeft gepasseerd, heeft tijdens het voorlopige getuigenverhoor over de gang van zaken bij het opmaken en passeren van een testament in zijn algemeenheid verklaard dat hij eerst een oriënterend gesprek heeft met de cliënt waarin de cliënt zijn wensen aangeeft.
Hierna wordt een ontwerpakte opgemaakt die naar de cliënt wordt gestuurd. De cliënt kan hierop zijn op- of aanmerkingen geven. Bij het passeren van het testament is volgens de notaris uitsluitend degene aanwezig die het testament laat maken.
De notaris heeft verder verklaard dat hij bij twijfel of als hij niet achter de inhoud van een akte staat een akte nooit passeert.
Het hof leidt hieruit af dat in het onderhavige geval de notaris geen twijfel heeft gehad en achter het testament stond, aangezien het testament is gepasseerd.
Uit de getuigenverklaring van de notaris volgt dat geïntimeerde niet bij de gesprekken van de notaris met erflaatster over het testament aanwezig is geweest.
Naar het oordeel van het hof heeft de notaris zodanig verklaard dat ervan moeten worden uitgegaan dat het testament aan de hiervoor vooropgestelde vereisten voldoet.
Dat geïntimeerde in het tweede testament tot enig erfgenaam is benoemd, hoeft voor de notaris ook geen aanleiding te zijn geweest om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflaatster, aangezien geïntimeerde in het eerste testament ook al tot legataris was benoemd.
De stelling van de familie dat de notaris het Stappenplan Wilsonbekwaamheid niet heeft toegepast, vindt geen steun in diens getuigenverklaring. Hij heeft zich ter zake beroepen op zijn verschoningsrecht.
In de periode van het overlijden van de echtgenoot van erflaatster tot het opmaken van het tweede testament is het hof ook niet is gebleken van rechtens relevante druk die geïntimeerde op erflaatster uitgeoefend heeft.
De familie stelt bijvoorbeeld dat erflaatster na het overlijden van haar echtgenoot steeds meer steun vond bij geïntimeerde en de kerk en dat zij steeds meer met geïntimeerde omging, maar uit de (grotendeels partij-)getuigenverklaringen blijkt niet, althans onvoldoende, dat geïntimeerde misbruik heeft gemaakt van het – zo de familie stelt – diepgelovige karakter van erflaatster.
Ook stelt de familie dat erflaatster de laatste jaren erg verward was en onder behandeling was bij een geriater, maar deze stelling heeft zij, na betwisting door geïntimeerde, niet nader onderbouwd.
Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt ook niet in te zien dat deze stelling relevant is voor de vraag of er in de periode voorafgaand aan het opmaken van het tweede testament druk is uitgeoefend door geïntimeerde op erflaatster.
Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel dat van wilsonbekwaamheid van erflaatster bij het maken van het tweede testament niet is gebleken.
Zo er al sprake zou zijn van misbruik van omstandigheden door geïntimeerde dan heeft dat op zichzelf niet tot gevolg dat de uiterste wilsbeschikking vatbaar is voor vernietiging (zie artikel 4:43 BW).
De familie stelt tot slot dat de hiervoor genoemde omstandigheden rechtvaardigen dat op grond van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid, door geïntimeerde geen rechten kunnen worden ontleend aan de tweede testament.
Het hof is van oordeel dat die visie geen steun vindt in het recht (vgl. GHDHA:2014:2807). De rechtszekerheid staat daaraan naar het oordeel van het hof in de weg, nu gebleken is dat het tweede testament is gemaakt door een wilsbekwame erflaatster en overigens van vernietigingsgronden niet is gebleken.
Het hof ziet in het onderhavige geval geen aanleiding om het testament buiten toepassing te laten.
Het hof verwijst naar wat hiervoor is overwogen. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat erflaatster in de vier jaar tot haar overlijden het testament niet heeft herroepen terwijl niet gebleken is dat zij daartoe niet in de gelegenheid is geweest.
In dit geval is niet vast komen te staan dat geïntimeerde op een dwingende wijze erflaatster heeft aangezet om haar testament te wijzigen.
Een en ander leidt tot het oordeel dat geen sprake is geweest van omstandigheden die maken dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid het tweede testament buiten toepassing moet worden gelaten.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de rechtsgeldigheid van een testament, over de wilsonbekwaamheid van een erflater of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.