Onterving. Rechtsgeldigheid en uitleg van een testament. Waarneming door kandidaat-notaris. Testament nietig?

Van onze advocaat nietig testament. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een onterving en de rechtsgeldigheid en de uitleg van een testament.

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

Op 1 november 2016 is overleden erflater B, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met erflater A. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.

Op 28 oktober 2016 is voor kandidaat-notaris (gedaagde), als waarnemer van notaris B, verleden het testament van erflater B. Krachtens dit testament is gedaagde tot executeur benoemd.

Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 24 januari 2017 heeft de kantonrechter erflater A onder curatele gesteld met benoeming van eiser tot curator. Eiser is de zoon van erflater A.

Tussen partijen is verschil van mening ontstaan over de vraag of erflaatster bij testament van 28 oktober 2016 erflater A heeft onterfd.

Op 17 maart 2017 heeft ten kantore van mr. M een bespreking tussen partijen plaatsgevonden, waarbij deze vraag aan de orde is geweest. Voorafgaand aan die bespreking heeft gedaagde een kopie afschrift van het testament van erflaatster van 28 oktober 2016 aan eiser toegezonden. De daarin opgenomen tekst luidt – voor zover van belang – als volgt:

“ERFSTELLING

  1. Voor het geval ik ongehuwd en zonder achterlating van afstammelingen kom te overlijden benoem ik tot mijn enige en algehele erfgenamen, tezamen en voor gelijke delen, mijn kinderen”.

Bij e-mailbericht van 17 maart 2017 heeft gedaagde eiser bericht dat hij hem abusievelijk een onjuiste kopie afschrift van het testament van erflaatster heeft doen toekomen, onder toezending van een kopie afschrift van de minuutakte van het testament van erflaatster van 28 oktober 2016. De daarin opgenomen tekst luidt – voor zover van belang – als volgt:

“ERFSTELLING

  1. Voor het geval ik ongehuwd en zonder achterlating van afstammelingen kom te overlijden benoem ik tot mijn enige en algehele erfgenamen, tezamen en voor gelijke delen, mijn kinderen”.

In de kantlijn bij de doorgehaalde tekst is de handgeschreven opmerking geplaatst: “Doorgehaald op deze pagina op de vierde regel van onder, zes woorden”.

Op 7 februari 2018 is de erflater A overleden. De erflater A] heeft bij testament van 2 september 2010 eiser tot enig erfgenaam benoemd. Eiser heeft de nalatenschap van erflater A zuiver aanvaard.

Eiser legt aan zijn vordering primair ten grondslag dat het testament van erflaatster van 28 oktober 2016 niet rechtsgeldig is, omdat het niet door een daartoe bevoegde persoon is opgemaakt en verleden.

Daartoe voert eiser ter comparitie aan, dat niet terstond aan de KNB is gemeld dat het notarisambt van notaris B wordt waargenomen door gedaagde. Dit brengt met zich dat het testament van erflaatster van 2 september 2010 nog steeds van kracht is, waaruit een wettelijke verdeling volgt.

Onterving. Rechtsgeldigheid en uitleg van een testament. Waarneming door kandidaat-notaris. Testament nietig?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank overweegt dat de notaris de waarneming van zijn functie door een waarnemer ingevolge artikel 29 lid 8 van de Wet op het notarisambt terstond aan de KNB dient te melden.

Tussen partijen is niet in geschil dat eerst op 10 juni 2017 aan de KNB is gemeld dat gedaagde het notarisambt van notaris B waarneemt, zodat van het terstond melden van de waarneming geen sprake is geweest.

De Wet op het notarisambt verbindt daaraan niet het rechtsgevolg van nietigheid van de verleden akte.

Ook anderszins heeft eiser geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan aangenomen zou kunnen worden dat het testament van erflaatster van 28 oktober 2016, waarvan gedaagde bij e-mailbericht van 17 maart 2017 de minuutakte aan eiser heeft toegezonden, niet rechtsgeldig is.

Aangenomen wordt daarom dat dat testament, inclusief het daarop geplaatste renvooi, rechtskracht heeft.

Partijen verschillen van mening over de vraag of erflaatster erflater A bij testament van 28 oktober 2016 heeft onterfd.

Eiser heeft zich ter comparitie met een beroep op uitleg van het testament op het standpunt gesteld, dat uit het testament van erflaatster niet blijkt dat zij de bedoeling had erflater A te onterven.

Eiser acht de bepaling onder D (ERFSTELLING) onduidelijk, mede gelet op hetgeen dienaangaande was opgenomen in de akte die door gedaagde voorafgaand aan de bespreking tussen partijen op 17 maart 2017 was toegezonden.

De onduidelijkheid van het testament brengt volgens eiser met zich, dat de akte niet kan worden gebruikt.

De rechtbank volgt eiser daarin niet.

Indien de bewoordingen van een testament niet duidelijk zijn, dan moet door uitleg aan de hand van de maatstaf van artikel 4:46 BW de bedoeling van de erflater worden achterhaald.

Naar het oordeel van de rechtbank wordt aan de uitleg van het testament van erflaatster niet toegekomen.

In het testament is immers, gelijk gedaagde heeft betoogd, op een duidelijke en niet voor misverstand vatbare wijze tot uitdrukking gebracht dat uitsluitend de kinderen van erflaatster haar erfgenamen zijn.

De woorden “benoem ik tot mijn enige en algehele erfgenamen, (…), mijn kinderen” drukken dat duidelijk uit.

Anders dan eiser betoogt, leidt het enkele feit dat in het testament niet expliciet is opgenomen dat erflater A is uitgesloten als erfgenaam niet tot een ander oordeel.

Vorenstaande leidt tot de conclusie dat de gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen.

Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde gevallen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of de uitleg van een testament, over de plichten van een notaris bij het opstellen van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.