Heeft de notaris onzorgvuldig gehandeld bij de totstandkoming van het testament van de erflater? Vaststelling van de wilsonbekwaamheid van de testateur.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de notaris onzorgvuldig gehandeld had bij de totstandkoming van het testament van de erflater in verband met de vaststelling van de wilsonbekwaamheid van de testateur.

Aan de orde is of de notaris gerede twijfel had moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van testateur en of de notaris overigens onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van het testament van testateur

De notaris betoogt dat het primaat van de beoordeling van de wilsbekwaamheid van testateur bij hem lag en dat alleen indien daarover twijfel bestaat, de overige stappen uit het Stappenplan waaronder de aanwezigheid van eventuele indicatoren, dienen te worden nagelopen.

Het Stappenplan biedt hiervoor slechts een ‘handreiking’, aldus de notaris.

Op basis van zijn waarneming in de gesprekken van 1 en 4 april 2016 heeft de notaris geen twijfel gehad over de wilsbekwaamheid van testateur.

De notaris heeft daartoe aangevoerd dat testateur tijdens het gesprek op 1 april 2016 stellig, duidelijk en consequent was in zijn instructies en wensen.

Gezien de duidelijke wensen van testateur en zijn ontspannen houding tijdens het gesprek had de notaris de indruk dat testateur vrij vertelde wat hij wilde en dat het initiatief voor de bespreking bij testateur zelf lag.

Testateur kon zijn wensen over de verdeling van zijn nalatenschap op een logische wijze beredeneren en verwoorden.

Tekenend voor de kennelijke scherpte van geest van testateur was volgens de notaris dat testateur bij zijn instructie om ook legaten op te nemen uit zijn hoofd de volledige namen, geboortedata en -plaatsen van de legatarissen kon opnoemen.

Tevens wist testateur exact wat de omvang van zijn vermogen was en hoe hij daarover wilde beschikken.

Testateur had een goed inzicht in zijn financiële verplichtingen en voerde zelf zijn financiële administratie.

Ter zitting in hoger beroep heeft de notaris nog toegelicht dat testateur met aandacht naar hem luisterde, ook na het stellen van vragen door de notaris niet afweek van zijn wensen en met zijn lichaamshouding liet zien dat hij wist waar het over ging.

Bovendien overzag testateur de gevolgen van de erfbelasting en heeft testateur hem nog gecorrigeerd op rekenkundig gebied, aldus de notaris.

Tegenover het standpunt van de notaris hebben klagers aangevoerd dat het de neef was die contact heeft opgenomen met de notaris en heeft doorgegeven welke wensen testateur met betrekking tot zijn testament had.

De notaris heeft nooit alleen, onder vier ogen, met testateur gesproken.

Testateur is een alleenstaande, kwetsbare man op leeftijd, die lijdt aan schizofrenie.

Hij komt moeilijk uit zijn woorden en antwoordt alleen met “ja” en “nee”.

Testateur is – naar ook de notaris ter zitting in eerste aanleg heeft verklaard – een zonderling die woont in een slecht onderhouden woning.

Voorts wordt testateur al ruim 30 jaren door zijn zusters verzorgd, onder wie klaagster en de zuster.

Testateur leeft als een kluizenaar.

Bovendien heeft de notaris nagelaten getuigen mee te nemen.

Klagers handhaven dan ook hun standpunt dat er voldoende aanknopingspunten voor de notaris waren om de wilsbekwaamheid van testateur nader te onderzoeken.

Heeft de notaris onzorgvuldig gehandeld bij de totstandkoming van het testament van de erflater? Vaststelling van de wilsonbekwaamheid van de testateur.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof stelt voorop dat als uitgangspunt geldt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd, bij testament uiterste wilsbeschikkingen kan maken.

Een notaris dient daaraan in beginsel zijn ministerie te verlenen en moet op verlangen van een testateur doen wat is vereist om diens uiterste wilsbeschikkingen in een testament vast te leggen.

Zoals bij elke akte moet de notaris de wilsbekwaamheid van de betrokkene beoordelen.

Het komt daarbij in eerste instantie aan op de eigen waarneming van de notaris, die daarbij een redelijke beoordelingsvrijheid toekomt.

Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen.

Het Stappenplan biedt hiervoor een handreiking.

Onweersproken door klagers is dat de notaris niet ervan op de hoogte was dat testateur volgens hen aan schizofrenie lijdt, nog daargelaten de juistheid van die stelling.

Het hof is voorts van oordeel dat de omstandigheid dat testateur in een slecht onderhouden woning woont, op zichzelf niets zegt over zijn geestesgesteldheid.

Hetzelfde geldt voor de door klagers gestelde omstandigheid dat testateur jarenlang door zijn zusters is verzorgd, nu die verzorging, naar klagers zelf stellen, ziet op het koken van maaltijden en schoonmaakwerkzaamheden.

Bovendien kookt testateur volgens klagers zelf zijn maaltijden op de dagen dat klaagster en de zuster er niet zijn.

Het hof ziet in hetgeen klagers hebben aangevoerd, geen aanleiding om vraagtekens te plaatsen bij het hiervoor vermelde relaas van de notaris omtrent zijn waarnemingen.

In het licht hiervan is de enkele omstandigheid dat de neef de desbetreffende afspraak met de notaris heeft gemaakt, naar het oordeel van het hof onvoldoende om aan te nemen dat de notaris onvoldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van testateur.

Op grond van het voorgaande acht het hof voldoende aannemelijk geworden dat de notaris geen aanleiding had om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van testateur.

De notaris had dan ook geen reden om het Stappenplan te volgen en nader onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van testateur.

De in het geding gebrachte geluidsopnamen en transcripties zien op gesprekken die dateren van een half tot ruim anderhalf jaar na 1 of 4 april 2016 en die tussen testateur en (één van) klagers hebben plaatsgevonden.

Voor zover deze geluidsopnamen en transcripties al een ander licht zouden werpen op de wilsbekwaamheid van testateur, is het nog maar de vraag of daaruit volgt dat de notaris op 1 of 4 april 2016 gerede twijfel daaraan had moeten hebben.

Hetgeen testateur op een later moment jegens (één van) klagers verklaart, zegt nog niets over hetgeen testateur aan de notaris heeft verteld.

Reeds om die reden bieden deze geluidsopnamen en transcripties geen voor de beoordeling van deze klacht relevante informatie over de geestesgesteldheid van testateur zoals op 1 en 4 april 2016 waargenomen door de notaris en zijn deze derhalve in dit kader niet relevant.

Anders dan de kamer acht het hof de klacht in zoverre ongegrond. Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, zijn niet gesteld of gebleken.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.