Erfrecht. Nietig testament wegens wilsonbekwaamheid van erflater? Vordering tot nietigverklaring van een levenstestament. Bewijs. Deskundigenonderzoek.

De Rechtbank Limburg heeft op 13 januari 2021 uitspraak gedaan over een vordering tot nietigverklaring ex art. 3:34 BW van een levenstestament.

Eiseres en gedaagde zijn dochters van de betrokkene.

Op 14 februari 2018 is ten behoeve van betrokkene een notariële akte gepasseerd, getiteld “levenstestament”.

Eiseres vordert een verklaring voor recht dat het levenstestament d.d. 11 februari 2020 nietig is.

Eiseres legt aan haar vordering het navolgende ten grondslag.

Eiseres stelt dat het levenstestament van 11 februari 2020 ex artikel 3:34 lid 2 BW nietig is, omdat betrokkene op dat moment wilsonbekwaam was.

Bij betrokkene is de diagnose dementie gesteld.

Uit de door eiseres in het geding gebrachte medische stukken blijkt volgens haar voldoende dat de cognitieve functies van betrokkene zodanig achteruit zijn gegaan dat hij op 11 februari 2020 niet meer in staat was om zijn wil te bepalen.

Gedaagde voert verweer.

Gedaagde betwist dat betrokkene ten tijde van het passeren van het levenstestament van 11 februari 2020 wilsonbekwaam was en daarmee dat dit testament nietig is.

Erfrecht. Nietig testament wegens wilsonbekwaamheid van de erflater? Vordering tot nietigverklaring van een levenstestament. Bewijs. Deskundigenonderzoek.

De rechter oordeelt als volgt.

Het geschil in deze zaak spitst zich toe op de vraag of [betrokkene] ten tijde van het passeren van het levenstestament van 11 februari 2020 al dan niet in staat was om zijn wil te bepalen ten aanzien van de persoon die hij wilde aanwijzen als zijn belangenbehartiger.

Voor een succesvol beroep op het bepaalde in artikel 3:34 BW is vereist dat eiseres stelt, en bij voldoende gemotiveerde betwisting door gedaagde, bewijst dat betrokkene op 11 februari 2020 leed aan een geestelijke stoornis en dat deze stoornis toen een redelijke waardering van de bij het levenstestament betrokken belangen belette ofwel dat de wilsverklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.

De rechtbank stelt voorop dat aan de vrijheid van betrokkene om een levenstestament op te (laten) maken grote waarde moet worden toegekend.

Dat betekent dat niet te snel achteraf mag worden aangenomen dat voldaan is aan de vereisten van artikel 3:34 BW.

Daarbij komt dat de enkele aanwezigheid van een geestelijke stoornis nog niet betekent dat de wilsverklaring ook onder invloed van die stoornis is gedaan, omdat een geestelijke stoornis de waardering van de bij een uiterste wilsbeschikking betrokken belangen niet hoeft te beletten.

Dit zal mede afhangen van de ernst van die stoornis en de eenvoud dan wel ingewikkeldheid van de desbetreffende wilsbeschikking.

Volgens eiseres was betrokkene ten tijde van het opmaken van het levenstestament van 11 februari 2020 niet (meer) in staat om zijn wil te bepalen.

Zij heeft die stelling onderbouwd met documenten van dr. K, dr. G en drs. V.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres daarmee heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht.

Gedaagde op haar beurt heeft voldoende gemotiveerd betwist dat betrokkene ten tijde van het opmaken van het levenstestament van 11 februari 2020 leed aan een geestelijke stoornis, waardoor hij niet meer in staat was om zijn wil te bepalen.

Gedaagde heeft immers gemotiveerd kanttekeningen geplaatst bij de conclusies die door eiseres worden getrokken uit de door haar overgelegde documenten van dr. K, dr. G en drs. V.

Zij heeft bovendien erop gewezen dat notaris M kennelijk van mening was, nadat hij betrokkene alleen gesproken had, dat deze in staat was om zijn wil met betrekking tot de inhoud van het levenstestament van 11 februari 2020 te bepalen.

Bij deze stand van zaken heeft de rechtbank daarom behoefte aan voorlichting door één of meer onafhankelijke, door de rechtbank benoemde deskundigen.

De rechtbank zal derhalve een deskundigenbericht gelasten.

De rechtbank stelt zich daarbij voor dat onderzoek te laten uitvoeren door een neuroloog.

De rechtbank stelt verder voor om aan die deskundige de volgende vragen voor te leggen:

Kunt u op basis van het beschikbare medische dossier van betrokkene en de overige in deze procedure overgelegde documenten, waar nodig en mogelijk aangevuld met eigen nader onderzoek, aangeven of betrokkene ten tijde van het passeren van het levenstestament van 11 februari 2020 leed aan een geestelijke stoornis?

Indien voormelde vraag bevestigend wordt beantwoord:

– welke stoornis betreft het?

– wat zijn de gevolgen van die geestelijke stoornis geweest voor de wilsbekwaamheid van betrokkene, in het bijzonder met het oog op het maken van het levenstestament van 11 februari 2020?

Welke opmerkingen kunt u verder nog maken die voor een beoordeling van deze zaak van belang zouden kunnen zijn?

Beide partijen worden in de gelegenheid gesteld om bij gelijktijdig te nemen akte zich uit te laten over de door de rechtbank voorgestelde vragen en eventueel aanvullende vragen voor te stellen, het aantal en de perso(o)n(en) van de te benoemen deskundige(n), hun hoedanigheden en relevante kwaliteiten, zijn/haar/hun bereikbaarheid (adressen, telefoonnummers en e-mailadressen), de marges waarbinnen het honorarium mag of moet liggen (waaronder de maximale hoogte daarvan) en de verdere voorwaarden waaronder de opdracht aan de deskundigen zou moeten worden verstrekt.

De rechtbank verzoekt aan partijen tijdig met elkaar in overleg te treden over in ieder geval de perso(o)n(en) en het aantal van de te benoemen deskundige(n) en zo mogelijk gezamenlijk de deskundige(n) voor te dragen.

Indien partijen niet slagen in een gezamenlijke voordracht, verzoekt de rechtbank aan partijen in hun tevoren over en weer aan elkaar toe te zenden akten in te gaan op de door de wederpartij voor te dragen perso(o)n(en) en op eventuele bezwaren tegen benoeming van bepaalde personen en/of hun aantal, dan wel mee te delen dat partijen zich op dit punt refereren aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd.

Dit voorschot zal daarom door eiseres moeten worden betaald.

Indien de beoogde deskundige(n) een (voorschot op een) honorarium mocht(en) verlangen dat buiten de door partijen aangegeven kaders treedt, zullen partijen nog in de gelegenheid worden gesteld zich daarover nader uit te laten.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.