Erfrecht. Vernietiging van testament. Wilsbekwaamheid. Dementie. Wilsgebrek. Gebrekkige wilsvorming? Misbruik van omstandigheden? Complexiteit van testament.
De Rechtbank Rotterdam heeft op 1 december 2021 uitspraak gedaan over de vraag of een testament vernietigd diende te worden wegens een wilsgebrek van de erflaatster bij het opmaken van haar testament.
Op 31 augustus 2019 overleed A, hierna: ‘de overledene] ’, geboren in [geboorteplaats] op 12 mei 1927.
De overledene was tot aan zijn dood in 1991 getrouwd met G.
Zij had geen kinderen.
De overledene heeft in haar (laatste) testament van 19 april 2018 beschikt over haar nalatenschap.
De overledene heeft in haar testament aan persoon F (haar broer, gedaagde in deze zaak) haar woning in Numansdorp gelegateerd.
Onder last van dit legaat, zijn in het testament door overledene tot haar erfgenamen benoemd:
- persoon H, haar zus, maar omdat zij inmiddels overleden is treden haar dochters (persoon D) en persoon E (eisers 3 en 4) in haar plaats
- Persoon B, haar broer. Persoon A en persoon C (eisers 1 en 2) zijn zonen van persoon B. Omdat de goederen van persoon B onder bewind staan, treden zijn bewindvoerders (persoon A en persoon C) namens B op in deze procedure.
- persoon F, haar broer (gedaagde in deze procedure). Persoon F is in het testament van erflaatster tot executeur van de nalatenschap benoemd en heeft deze benoeming aanvaard.
Eisers willen dat het testament van overledene van 19 april 2018 vernietigd wordt omdat, kort gezegd, haar geestvermogens bij het opstellen van dat testament gestoord waren en haar wil daarom geacht wordt niet overeen te komen met haar verklaring.
Erfrecht. Vernietiging van een testament. Wilsbekwaamheid. Dementie. Wilsgebrek. Gebrekkige wilsvorming? Misbruik van omstandigheden? Complexiteit van testament. Medisch bewijs. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
De overledene heeft op zichzelf beschouwd niets opzienbarends in haar testament gezet.
Zij heeft haar zus H en haar broers B en F tot erfgenaam benoemd en zij heeft F daarnaast, naast hem tot executeur te benoemen, haar huis nagelaten.
Persoon F krijgt door dit testament weliswaar meer dan zijn zus (persoon H) en zijn broer (persoon B), dat is waar, maar het stond overledene vrij om dit te bepalen.
De overledene hoeft haar broers en haar zus immers niet gelijk te behandelen.
De inhoud van het testament is niet ingrijpend en niet complex.
Het enkele feit dat de ene erfgenaam (veel) meer krijgt dan de andere erfgenaam, is onvoldoende om te oordelen dat een testament wel ingrijpend en complex is.
De arts W heeft op grond van het medisch dossier van overledene een oordeel gegeven over haar wilsbekwaamheid rond het opstellen van het testament op 19 april 2018.
De arts W concludeert dat overledene wat dit testament betreft wilsonbekwaam was bij het opstellen daarvan.
De arts komt tot deze conclusie omdat wat hem betreft ‘het betreffende testament objectief medisch gezien niet beschouwd kan worden als een zeer eenvoudige beslissing’.
De rechtbank denkt daar zoals hierover overwogen dus echter anders over.
Eisers nemen met als uitgangspunt de conclusie van de arts dat overledene wat het testament van 19 april 2018 betreft wilsonbekwaam was, stellingen in waarin alles wat persoon F voor overleden heeft gedaan, (zo) negatief (mogelijk) uitgelegd wordt: overledene stond onder invloed van persoon F en zij was afhankelijk van hem.
Door dit te stellen suggereren eisers dat persoon F overledene er welbewust toe bewogen heeft haar testament in een voor hem gunstige zin op te stellen, aan te passen, zonder dat overledene dat zelf eigenlijk wilde.
Deze gedachte is kennelijk ingegeven door het idee van persoon B, op de mondelinge behandeling verwoord door persoon A, dat persoon F een paar weken voor de dood van een andere zus, persoon J, in 2010 door haar, blijkbaar onder dwang van persoon F, tot haar enig erfgenaam is benoemd en dat deze geschiedenis zich bij het testament van overledene heeft herhaald.
Dat persoon F door zus (persoon J), onder dwang van persoon F, tot erfgenaam is benoemd, blijkt echter nergens uit.
Dat persoon F wat overledene betreft iets onoorbaars heeft gedaan – de hele sfeer van wat eisers naar voren brengen, gaat uit van die gedachte – is dus ingegeven door een idee over het testament van persoon J dat nergens op gebaseerd is.
De overledene was oud en had geen kinderen.
Persoon F en zijn vrouw hebben zich over haar ontfermd en hielpen haar waar nodig, zoals familieleden nu eenmaal voor elkaar doen.
Van slechte bedoelingen of handelingen van persoon F is op geen enkele manier gebleken.
De overledene was in ieder geval bij tijden in de war de laatste jaren, zoveel is duidelijk, maar wat de arts ook zegt: de diagnose dementie betekent op zichzelf niet dat iemand in elk opzicht wilsonbekwaam is.
Dat overledene wilsonbekwaam was, dat zij niet wist waarover zij het had, is ook de notaris, die een aantal keer langere tijd alleen met haar gesproken heeft, niet gebleken.
En het zij herhaald: het testament van overledene is niet ingrijpend en niet complex.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat overledene op het moment van het opstellen van haar testament op 19 april 2018 wilsbekwaam was.
Voor vernietiging van dat testament is daarom geen aanleiding.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.