Erfrecht. Wilsbekwaamheid. Schenking. Misbruik van omstandigheden. Dementie. Wilsonbekwaamheid? Bewijs. Omkering van bewijslast? Toetsing.
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 9 november 2021 uitspraak gedaan over de vraag of er sprake was van misbruik van omstandigheden bij een schenking door erflater.
Dochter 1 en dochter 2 zijn de dochters van de erflater.
De kleindochter is de kleindochter van erflater.
De kleindochter is de dochter en enig kind van de in 1994 overleden zoon van erflater.
De kleindochter is erfgenaam op grond van plaatsvervulling voor haar vader ex artikel 4:12 BW.
Erflater is op 15 oktober 2015 opgenomen in een verpleeghuis en is op 11 november 2015 overleden.
Dochter 1 onderhield het meeste contact met erflater en regelde onder meer een aantal bankzaken voor hem.
Dochter 2 en de kleindochter verwijten dochter 1 onder meer dat zij sinds 2011 maar in ieder geval sinds medio 2014 onrechtmatig over het vermogen van erflater heeft beschikt.
Dochter 2 en de kleindochter zijn eveneens van mening dat erflater vanaf medio 2014 zijn wil niet meer kon bepalen omdat hij aan dementie leed.
Erfrecht. Wilsbekwaamheid. Schenking. Misbruik van omstandigheden. Dementie. Wilsonbekwaamheid? Bewijs. Omkering van bewijslast? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
In haar memorie van grieven stelt de kleindochter dat er bij erflater al in 2009 is vastgesteld dat hij leed aan dementie en dat zijn toestand in de jaren daarna ernstig verslechterde.
De kleindochter verwijst naar de producties behorende bij haar memorie van grieven.
Uit de schriftelijke aantekeningen van drs. T volgt dat op 18 september 2009 besproken is – het hof veronderstelt met erflater – dat er sprake is van een beginnende dementie en dat er uitleg is gegeven en de optie is gegeven om contact op te nemen met een geriater.
Er is een brief van 28 juni 2011 van het Leids Universitair Medisch Centrum in het geding gebracht waaruit volgt dat erflater op maandag 22 augustus 2011 om 13.45 uur een afspraak had met de arts van de geheugenpoli.
Uit een verslag van de huisarts van 2 oktober 2014 volgt dat erflater een hulpeloze indruk maakte.
Uit het verslag van 20 januari 2015 – eveneens van de huisarts – volgt dat: a) erflater vanaf 2011 langzaam geestelijk achteruitgaat, en de laatste tijd versneld geestelijk achteruitgaat, b) het bewustzijn helder is, c) het langetermijngeheugen ongestoord is en het kortetermijngeheugen gestoord is.
In de conclusie staat: “Het beeld past bij een dementie, meest waarschijnlijk een mengbeeld van Korsakoff met vasculaire factoren met niet aangeboren hersenletsel”.
Uit een verwijzingsbrief van 24 maart 2015 volgt dat erflater een casemanager had voor dementie.
Uit de memorie van antwoord van dochter 2 van 30 maart 2021 volgt dat zij de visie deelt van de kleindochter inzake de geestelijke toestand van erflater.
Door dochter 2 is in het geding gebracht de aanvraag bij het Centrum Indicatiestelling Zorg.
In deze aanvraag van 31 maart 2015 is vermeld dat bij erflater dementie is vastgesteld.
In haar memorie van antwoord trekt dochter 2 de conclusie dat erflater niet in staat was zijn wil te bepalen als gevolg van zijn medische situatie.
In de visie van dochter 2 heeft dochter 1 daardoor misbruik van omstandigheden gepleegd en op dochter 1 rust de bewijslast om als begiftigde aan te tonen dat de schenkingen niet hebben plaatsgevonden onder misbruik van omstandigheden.
Dochter 2 heeft eveneens in het door haar ingestelde appel de geestelijke toestand van erflater aan de orde gesteld.
In haar memorie van grieven stelt dochter 2 dat dochter 1 op de hoogte was van de dementie van erflater.
Dochter 2 stelt onder meer: “Op 17 december 2014 is cognitieve achteruitgang (bovenop dementie in 2011) vastgesteld. Er heeft een gesprek met dochter 1 plaatsgevonden over dementie en de cognitieve achteruitgang van erflater.”
In haar memorie van grieven geeft dochter 2 een samenvatting van haar betoog.
Zij is van mening dat erflater vanaf 2011 niet meer in staat was om zijn wil te bepalen.
Voorts is zij van mening dat dochter 1 de mogelijk door erflater aan haar verstrekte volmacht heeft misbruikt en aldus onrechtmatig gelden aan het vermogen van erflater heeft onttrokken.
Dochter 1 stelt in haar memorie van antwoord dat de rechtbank terecht heeft gesteld dat er niet kon worden aangetoond dat erflater vanaf medio 2014 of enig moment daarvoor of nadien, aan dementie leed, en wel zodanig dat hij niet zijn wil kon bepalen.
Zij verwijst naar de brief van de specialist ouderengeneeskunde van 15 mei 2019 dat de reden voor opname in het verzorgingshuis was gelegen in de algehele achteruitgang bij reeds langer bestaande darmklachten en gewichtsverlies.
In haar memorie van antwoord stelt dochter 1 dat het door de kleindochter in het geding gebrachte medische dossier van erflater niet als bewijs mag worden toegelaten.
Dochter is van mening dat de kleindochter stukjes tekst uit het medisch dossier rukt en naar eigen inzicht uitlegt.
In haar memorie van antwoord stelt dochter 1 dat de diagnose dementie nimmer is gesteld.
In de memorie van antwoord stelt dochter 1 dat het aan de kleindochter is om aannemelijk te maken dan wel aan te tonen dat erflater ten tijde van de bewuste schenking niet in staat was om zijn wil te bepalen.
In haar memorie van antwoord doet dochter 1 een concreet bewijsaanbod dat bij haar vader geen dementie is geconstateerd.
Artikel 7:176 BW luidt als volgt: “Indien de schenker feiten stelt waaruit volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen, rust bij een beroep op vernietigbaarheid de bewijslast van het tegendeel op de begiftigde, tenzij van de schenking een notariële akte is opgemaakt of deze verdeling van de bewijslast in de gegeven omstandigheden in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou zijn.”
De rechtbank heeft in de rechtsoverweging van het bestreden vonnis op goede gronden geoordeeld dat op de kleindochter de stelplicht rust om feiten en omstandigheden te stellen waaruit volgt dat de schenkingen door erflater tot stand zijn gekomen onder misbruik van omstandigheden en dat als aan die stelplicht is voldaan op dochter 1 de bewijslast rust van het tegendeel tenzij de schenking is gedaan bij een notariële akte.
Rechtsopvolgers onder algemene titel komt het recht toe op grond van artikel 7:176 BW een beroep te doen op vernietiging van een schenking.
Het recht behoort tot de gemeenschap waarin de erfgenamen gerechtigd zijn.
Of een van de erfgenamen (deelgenoten in de gemeenschap) gerechtigd is dit recht in te roepen, is in deze procedure niet ter discussie gesteld.
Anders dan de rechtbank is het hof op basis van de door de kleindochter en dochter 2 gestelde feiten en omstandigheden voorshands van oordeel dat er vanaf medio 2014 ten aanzien van de schenkingen aan dochter 1 en haar gezinsleden sprake is van misbruik van omstandigheden waaronder de schenkingen hebben plaatsgevonden en wel voor een totaal bedrag van € 147.103,63.
Het hof ziet geen aanleiding om de overgelegde stukken als onrechtmatig verkregen bewijs buiten beschouwing te laten zoals door dochter 1 gesteld.
Uit de schriftelijke bescheiden volgt duidelijk dat er vanaf 2009 bij erflater een ziektebeeld is ontstaan dat duidelijk de kenmerken heeft van een afnemende geestestoestand.
Voorts is het hof van oordeel dat ook het overmatige alcoholgebruik van erflater zijn wil heeft kunnen beïnvloeden.
Uit het beeld dat de kleindochter en dochter 2 hebben gegeven van de geestelijke en lichamelijke toestand van erflater, zoals dat onderbouwd is met de schriftelijke stukken, komt naar het oordeel van het hof duidelijk naar voren dat erflater een afhankelijk man op leeftijd was die in 2014 zijn handelen met betrekking tot zijn vermogen niet kon overzien.
Gezien het contact tussen erflater en dochter 1 was zij op de hoogte van de geestelijke en lichamelijke situatie van erflater en diende zij zich ervan bewust te zijn dat erflater in zekere mate van haar afhankelijk was.
Dit volgt uit de ziekenhuisbezoeken van erflater, waarbij zij veelal aanwezig was, en het contact wat zij had met zorgmedewerkers rond erflater.
Dochter 1 stelt zelf dat erflater in zijn laatste levensfase afhankelijk was van haar zorg.
Hij was een eenzame man.
In het kader van de informele zaakwaarneming door dochter 1 voor erflater had van haar in alle redelijkheid mogen worden verlangd dat zij zorgvuldiger had gehandeld in het kader van het door haar gevoerde beheer en de daarmee gepaard gaande giften van erflater aan haar.
Van haar had mogen worden verlangd dat als erflater aanzienlijke bedragen aan haar had willen schenken dat zij daarbij een notaris had ingeschakeld die met erflater in een vier ogen gesprek zijn wensen had vastgelegd.
In het onderhavige geval ontbreekt iedere objectieve toetsing of de vermogensoverheveling van erflater naar dochter 1 ook de wens was van erflater en of hij de reikwijdte van zijn handelen heeft kunnen overzien.
In de periode vanaf medio 2014 tot aan het overlijden van erflater is nagenoeg het volledige vermogen van erflater overgegaan naar dochter 1.
De schenking van het bedrag van € 100.000,- is niet bij een notariële akte geschied.
Ook de opnames in 2015 en de schenkingen in 2015 aan dochter 1 en haar familieleden duiden duidelijk op het laten verdampen van het vermogen van erflater ten gunste van dochter 1.
Naar het oordeel van het hof rust thans op dochter 1 – als begiftigde – de bewijslast om te bewijzen dat de schenkingen niet door misbruik van omstandigheden hebben plaatsgevonden.
De grieven van de kleindochter en dochter 2 treffen in zoverre doel.
In afwachting van de bewijslevering zal het hof de verdere beslissing op dit punt aanhouden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.