Erfrecht. Legaat in testament. Uitleg van een testament. Fout of vergissing in testament. Wilsverklaring. Bedoeling van erflater. Aantekeningen van notaris. Toetsing.
De Rechtbank Gelderland heeft op 15 december 2021 uitspraak gedaan over de uitleg van een testament vanwege een fout of vergissing in het testament.
Eiser en gedaagde zijn zussen.
Gedaagde 2 is de zoon van gedaagde 1.
Erflaatster is de tante van eiser en gedaagde.
Erflaatster had ten tijde van haar overlijden nog twee levende zussen: betrokkene 1 (de moeder van eiser en gedaagde en betrokkene.
Erflaatster heeft bij testament van 24 april 2018 over haar nalatenschap beschikt.
Het testament is opgesteld door mr. Notaris A te Nijmegen.
Gedaagden zijn in het testament tot enige erfgenamen benoemd.
Zij zijn ook tezamen benoemd tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder.
Partijen verschillen derhalve van mening over de manier waarop het testament moet worden uitgelegd.
Erfrecht. Legaat in testament. Uitleg van een testament. Fout of vergissing in testament. Wilsverklaring. Bedoeling van erflater. Aantekeningen van notaris. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Erflaatster heeft in haar testament diverse legaten opgenomen.
Legaat 5 is gericht aan “mijn zuster”, “(betrokkene)”.
Erflaatster heeft echter geen zus met die naam.
Eiser is de naam van eiseres maar zij is een nicht van erflaatster.
Eiser betoogt dat erflaatster heeft bedoeld om legaat 5 aan haar te legateren.
Gedaagden zijn van mening dat legaat 5 bedoeld is voor de zus van erflaatster.
Partijen verschillen derhalve van mening over de manier waarop het testament moet worden uitgelegd.
Volgens artikel 4:46 lid 1 BW moet bij de uitleg van een uiterste wilsbeschikking worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.
Aan de bewoordingen van de uiterste wilsbeschikking komt geen doorslaggevende betekenis toe.
Doorslaggevend is de wil van de erflater, zoals deze kenbaar is uit de uiterste wilsbeschikking.
Het tweede lid van artikel 4:46 BW bepaalt dat daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil alleen voor uitleg van een uiterste wilsbeschikking mogen worden gebruikt, indien deze uiterste wilsbeschikking zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft.
Wanneer een erflater zich klaarblijkelijk in de aanduiding van een persoon heeft vergist, wordt de beschikking naar de bedoeling van de erflater ten uitvoer gebracht, indien deze bedoeling ondubbelzinnig met behulp van de uiterste wil of met andere gegevens kan worden vastgesteld (artikel 4:46 lid 3 BW).
Gelet op de onder 4.3 genoemde onduidelijkheden in de tekst van de legaten, heeft het testament geen duidelijke zin zonder daden of verklaringen van erflaatster buiten het testament.
De rechtbank zal het testament daarom uitleggen aan de hand van artikel 4:46 lid 1 en lid 2 BW.
Daarbij is van belang dat de uitlatingen van erflaatster ook kunnen blijken uit de verklaringen van de notaris (vergelijk Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 april 2020, GHARL:2020:3273).
Dat sprake is van een vergissing in de zin van artikel 4:46 lid 3 BW kan niet worden vastgesteld, nu eiser dat betwist en de notaris heeft verklaard dat hij (en niet erflaatster) degene is die zich heeft vergist.
Aan artikel 4:46 lid 3 BW wordt bovendien pas toegekomen indien blijkt dat het testament niet kan worden uitgelegd op grond van lid 1 en lid 2 van artikel 4:46 BW.
Voor het antwoord op de vraag wat de wil was van erflaatster – een legaat van € 20.000,- voor haar zus of één voor haar nicht- is het volgende van belang.
Uit het testament volgt dat erflaatster door middel van legaten een aantal mensen een bepaald bedrag wilde nalaten (legaat 1 tot en met 9), en dat zij het bedrag dat overbleef wilde verdelen over al haar nog levende familie (legaat 10).
De eerste 9 legaten waren derhalve kennelijk bedoeld voor mensen die erflaatster in het bijzonder iets wilde nalaten.
Dat volgt ook uit de verklaring van de notaris.
Ter onderbouwing van haar stelling dat zij tot deze groep behoort, beroept eiser zich op de door erflaatster gemaakte aantekeningen waarin staat dat erflaatster haar € 20.000,- wilde geven.
Daarnaast voert zij aan dat erflaatster niets aan haar zus (betrokkene) na wilde laten, omdat deze nooit langskwam.
Ter onderbouwing van hun stelling dat legaat 5 bedoeld is voor de zus van erflaatster, voeren gedaagden aan dat erflaatster en betrokkene regelmatig telefonisch contact hadden.
Gedaagden betogen dat de wil van erflaatster was om eiser een legaat te geven via haar dochter, aangezien eiser ten tijde van het opstellen van het testament een bijstandsuitkering had.
Legaat 6 is dus volgens gedaagden voor eiser bedoeld.
De rechtbank overweegt als volgt.
Ten tijde van het opstellen van het testament had erflaatster nog twee in leven zijnde zussen, dit waren haar meest naaste familieleden nu erflaatster geen kinderen had.
Erflaatster had met beide zussen contact.
Partijen zijn het erover eens dat de band tussen hun moeder en erflaatster goed was, maar verschillen van mening over de band tussen erflaatster en haar zus (betrokkene).
In het midden kan blijven hoe hecht de band tussen betrokkene en erflaatster was.
Uit hetgeen de notaris heeft geschreven en verklaard blijkt dat erflaatster bedoeld heeft om aan haar beide zusters een legaat toe te kennen.
In zijn aantekeningen heeft hij genoteerd dat ook haar zus (eiser) een legaat diende te krijgen van € 20.000,-.
Het is de notaris zelf die vervolgens heeft vergist in de naam en geboortedatum van deze zus.
Niet in geschil is dat erflaatster en eiser (ook) een goede band hadden.
Eiser kwam vaak op bezoek bij haar tante.
Uit de verklaringen van de notaris en betrokkene blijkt echter dat erflaatster zich ten tijde van het opstellen van het testament bewust was van de bijstandsuitkering van eiser en dat zij er voor heeft gekozen om een legaat dat voor eiser was bestemd te geven aan haar dochter (legaat 6).
De rechtbank komt op basis van al het voorgaande tot het oordeel dat het de wil van erflaatster moet zijn geweest om middels legaat 5 € 20.000,- te legateren aan haar zus.
De rechtbank gaat voorbij aan het argument van eiser dat uit de aantekeningen van erflaatster niet blijkt dat erflaatster haar zussen op gelijke wijze heeft willen begunstigen omdat betrokkene niet in die aantekeningen staat genoemd.
De aantekeningen zijn niet doorslaggevend.
De aantekeningen ondersteunen de uitleg van het testament zoals voorgesteld door eiser, volgens welke uitleg zowel eiser als haar dochter een legaat toekomt, namelijk ook niet.
Betrokkene staat immers ook niet genoemd in de bedoelde aantekeningen.
De rechtbank kent bovendien meer gewicht toe aan de uitgebreide verklaringen van de notaris over de wil van erflaatster.
Uit zijn verklaringen blijkt duidelijk wat erflaatster heeft willen regelen.
Eiser heeft nog opgemerkt dat de notaris een zakelijke relatie van gedaagde is.
Voor zover zij daarmee heeft willen zeggen dat de notaris niet de waarheid spreekt over de wil van erflaatster, heeft zij dat onvoldoende onderbouwd.
Het enkele feit dat gedaagde, zoals toegelicht op de mondelinge behandeling, één zakelijke opdracht bij de notaris heeft neergelegd, geeft geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de notaris zou liegen over de wil van erflaatster.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.