Erfrecht. Ondercuratelestelling. Levenstestament. Voorkeur voor persoon als curator. Verzet. Gegronde reden. Toetsing. Benoeming van een neutrale curator.
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 23 februari 2022 uitspraak gedaan over de voorkeur voor een bepaald persoon voor de benoeming als curator.
Appellant stelt dat niet is gebleken dat een ondercuratelestelling van betrokkene noodzakelijk is.
Uit de wilsverklaring van betrokkene van 25 november 2016 blijkt dat zij appellant, haar wettige echtgenoot, heeft benoemd tot gevolmachtigde.
Niet is gebleken dat appellant deze taak niet wil of kan vervullen.
Aldus is voorzien in de behartiging van de belangen van de betrokkene op een minder verstrekkende wijze dan door middel van een ondercuratelestelling.
Appellant stelt dat niet zonder meer voorbij kan worden gegaan aan de wilsverklaring van betrokkene.
Daarbij komt dat appellant goed samenwerkt met de instelling waar betrokkene verblijft en dat hij in staat is gebleken haar zaken goed te regelen.
Zijn advocaat heeft een bezoekregeling voor betrokkene opgesteld, die door de naasten van betrokkene wordt nageleefd.
Voor appellant blijft het daarom onduidelijk wat de meerwaarde van een ondercuratelestelling is.
Geïntimeerde is van mening dat de ondercuratelestelling op terechte gronden is uitgesproken en dat het niet in het belang van betrokkene is als de ondercuratelestelling wordt opgeheven.
Erfrecht. Ondercuratelestelling. Levenstestament. Voorkeur voor persoon als curator. Verzet. Gegronde reden. Toetsing. Benoeming van een neutrale curator.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 1:378 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een meerderjarige door de rechter onder curatele worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
Het hof stelt voorop dat tussen partijen niet ter discussie staat dat betrokkene niet in staat is haar belangen behoorlijk waar te nemen ten gevolge van haar lichamelijke of geestelijke toestand, nu zij de diagnose vasculaire dementie heeft.
Betrokkene verblijft thans in het verzorgingstehuis, alwaar zij intensieve zorg krijgt.
Weliswaar heeft betrokkene in haar levenstestament een gevolmachtigde aangewezen om haar belangen te behartigen indien zij daartoe zelf niet meer in staat is, maar met die voorziening wordt niet voorzien in de noodzakelijke behartiging van haar persoonlijke, niet-vermogensrechtelijke belangen.
Daarom is voldaan aan de grond van het eerste lid van artikel 1:378 BW.
De beschermingsmaatregel van curatele heeft immers ten doel de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene te waarborgen.
De redenen die aanleiding waren voor de ondercuratelestelling zijn dan ook nog altijd aanwezig.
Gelet op het voorgaande zal het hof de bestreden beschikking wat betreft de ondercuratelestelling dan ook bekrachtigen.
Persoon van de curator
Appellant stelt dat de huidige curator ten onrechte tot curator is benoemd.
Indien het noodzakelijk is een curator te benoemen, dan dient dit appellant te zijn.
Dit was ook de uitdrukkelijke wens van betrokkene, zoals uit haar levenstestament blijkt.
Nergens blijkt uit dat appellant niet goed zou functioneren als curator.
Hij heeft immers jarenlang de verzorging van betrokkene op zich genomen en haar belangen waargenomen.
Het was ook de bedoeling van de kantonrechter dat appellant na een afkoelingsperiode de taak als curator van de huidige curator zou overnemen.
De verstoorde verhouding tussen hem en geïntimeerde zou eraan in de weg staan om hem als curator te benoemen, maar appellant heeft zich bereidwillig getoond om deze relatie door middel van mediation te verbeteren.
Geïntimeerde heeft niet meegewerkt aan bemiddeling, enkel met het doel om de huidige curator te behouden.
Dit is niet iets dat aan appellant kan worden tegengeworpen, maar waar geïntimeerde op moet worden afgerekend.
Uit verschillende incidenten blijkt dat de curator, die een bekende is van geïntimeerde, gericht is op het zoveel mogelijk naar de zin maken van geïntimeerde en dat hij de belangen van betrokkene niet voorop stelt.
Ziekenhuis- en tandartsafspraken worden niet nagekomen en praktische zaken worden niet geregeld voor betrokkene.
Appellant wordt door de curator zoveel mogelijk buitengesloten.
Het langer aanhouden van de huidige curator is daarom in strijd met de belangen en wensen van betrokkene.
Geïntimeerde heeft ter zitting verklaard dat zij groot voorstander is van een onafhankelijke derde als curator voor betrokkene.
Geïntimeerde maakt zich ernstige zorgen over de situatie indien appellant tot curator wordt benoemd.
De twee beste vrienden van betrokkene zullen haar niet meer bezoeken als appellant curator is, nu er eerder een incident tussen hen heeft plaatsgevonden.
Dit zou intens triest zijn voor betrokkene.
Discussies tussen appellant en naasten van betrokkene vinden nu al plaats, terwijl appellant geen curator is.
Er zal veel onzeker worden als appellant tot curator wordt benoemd.
Met appellant kan geïntimeerde geen afspraken maken.
Geïntimeerde ziet geen heil in mediation, omdat zij er geen vertrouwen in heeft dat appellant zijn houding jegens haar kan aanpassen.
Zelfs een onafhankelijke curator wordt door appellant op een bepaalde manier benaderd en bedreigd met e-mails.
De bedreigingen en de verbale uitingen van appellant in de richting van de curator lijken invloed te hebben op het handelen van de curator.
De curator heeft verklaard dat hoewel betrokkene in haar levenstestament de wens heeft geuit dat appellant en geïntimeerde samen nauw bij haar betrokken blijven als haar belangenbehartigers, noch appellant, noch geïntimeerde er blijk van heeft gegeven een neutrale invulling te kunnen geven aan de positie van wettelijk vertegenwoordiger.
Er is sprake van veel emotie, spanning en geschiedenis tussen hen beiden.
De meest simpele zaken leiden tot grote discussies.
Onder meer het bezoeken van betrokkene is een probleem gebleken.
De advocaten van appellant en geïntimeerde hebben eerder geprobeerd om onderlinge overeenstemming tussen hen te bereiken, maar dit is niet gelukt.
De communicatie vanuit appellant naar de curator gaat stroef, en appellant geeft er blijk van zich grievend jegens de curator uit te laten als de emoties bij hem oplopen.
De curator maakt zich daarom zorgen over hoe de communicatie naar derden zal zijn, indien appellant tot curator wordt benoemd.
Dat de curator een bekende van geïntimeerde zou zijn, betwist hij.
Op grond van artikel 1:383 lid 1 BW benoemt de rechter bij het instellen van de curatele of zo spoedig mogelijk daarna een curator.
Hij vergewist zich van de bereidheid en vormt zich een oordeel omtrent de geschiktheid van de te benoemen persoon.
De rechter volgt op grond van het tweede lid van dat artikel bij de benoeming van de curator de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
Indien lid 2 niet van toepassing is, bepaalt lid 3 van dit artikel dat, indien de onder curatele gestelde persoon gehuwd is, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levensgezel heeft, bij voorkeur de echtgenoot, de geregistreerde partner dan wel andere levensgezel tot curator wordt benoemd.
Het hof verenigt zich, gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting, met het oordeel van de rechtbank en de gronden waarop dat berust.
Het hof neemt die gronden over en maakt deze – na een eigen afweging – tot de zijne.
Weliswaar volgt de rechter bij de benoeming van de curator, conform het bepaalde in voormeld artikel, de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, doch het hof is van oordeel dat sinds het wijzigen van het levenstestament van betrokkene in 2016, de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat niet langer op dit testament kan worden teruggevallen.
Daarnaast overweegt het hof dat in het testament bovendien is bepaald dat de volmacht die daarin is gegeven aan appellant eindigt bij het instellen van bewind.
Naar het oordeel van het hof wordt hieronder ook curatele begrepen, nu dit een zwaardere beschermingsmaatregel is dan bewind.
Tussen partijen staat vast dat betrokkene thans niet meer in staat is haar persoonlijke voorkeur voor de persoon van de curator uit te spreken.
Op grond van lid 3 van artikel 1:383 BW gaat in het geval er geen sprake (meer) is van een door de betrokkene uitgesproken voorkeur, de voorkeur uit naar het benoemen van de echtgenoot of levensgezel van de betrokkene tot curator.
Dat zou betekenen dat appellant in aanmerking komt om tot curator te worden benoemd.
Het hof is echter gebleken dat de communicatie en samenwerking tussen appellant en geïntimeerde en tussen appellant en de twee goede vrienden van betrokkene, die haar regelmatig bezoeken, bijzonder stroef verloopt.
Er zijn geregeld onderlinge disputen en er bestaat een hoge mate van wantrouwen over en weer.
Dat appellant in zijn wijze van communiceren niet conflict-mijdend is, blijkt ook uit zijn communicatie jegens de huidige curator.
Daarom is een verbetering van de verstandhouding tussen appellant enerzijds en geïntimeerde en de vrienden van betrokkene anderzijds niet te verwachten.
Het is voorzienbaar dat in de situatie dat appellant tot curator wordt benoemd, sprake zal zijn van voortdurende onrust en onderlinge spanningen tussen de naasten van betrokkene, hetgeen voor de betrokkene, die zich in een kwetsbare en afhankelijke positie bevindt, merkbaar zal zijn.
In zoverre is het hof van oordeel dat er sprake is van gegronde redenen die zich tegen de benoeming van appellant als curator van betrokkene verzetten.
Het hof acht het in het belang van betrokkene om een onafhankelijke derde als curator te benoemen, teneinde te waarborgen dat alle bij de betrokkene betrokken personen, onbelemmerd contact met haar kunnen onderhouden.
Daarbij overweegt het hof dat tegen de persoon van de door de kantonrechter benoemde huidige curator geen onderbouwde bezwaren zijn geuit.
Dat de familie geïntimeerde en de familie elkaar zouden kennen, is niet onderbouwd en ter zitting bovendien door de curator betwist.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat er geen grond bestaat om de huidige curator te ontslaan en appellant tot curator te benoemen.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking ook op dit punt.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.