Erfrecht. Levenstestament. Ondercuratelestelling. Benoeming van een onafhankelijke derde tot curator. Testament geeft voorkeur voor echtgenoot. Volmacht.
De Advocaat-Generaal bij het Parket bij de Hoge Raad heeft op 6 januari 2023 het levenstestament besproken en de ondercuratelestelling bij een levenstestament.
Op verzoek van de dochter is haar moeder, die aan vasculaire dementie lijdt en in een verpleeghuis verblijft, onder curatele gesteld met benoeming van een onafhankelijke derde tot curator.
De echtgenoot van de betrokkene heeft zich hiertegen verzet en daarbij gewezen op het levenstestament van de betrokkene, waarin zijn hem heeft aangewezen om haar belangen te behartigen indien zij daartoe zelf niet meer in staat is.
In cassatie wordt geklaagd over de ondercuratelestelling en de benoeming van de curator.
Erfrecht. Levenstestament. Ondercuratelestelling. Benoeming van een onafhankelijke derde tot curator. Testament geeft voorkeur voor echtgenoot. Volmacht.
De A-G overweegt als volgt.
Een levenstestament wordt wel omschreven als een akte waarin een natuurlijk persoon een of meer geboden, verboden en/of wensen met betrekking tot zijn vermogen (waaronder mede begrepen: schulden), zijn verzorging en leven/dood heeft genoteerd met de bedoeling dat in geval van zijn wilsonbekwaamheid dienovereenkomstig wordt gehandeld.
Het levenstestament wordt veelal bij notariële akte opgemaakt en kan dan worden geregistreerd in het Centraal Levenstestamentenregister, dat wordt beheerd door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB).
De term levenstestament kan verwarring scheppen.
Het gaat niet om een uiterste wilsbeschikking in de zin van art. 4:42 lid 1 BW.
Een levenstestament beoogt niet een regeling te treffen ter zake van de dood, maar juist ter zake van het leven.
Het levenstestament is als zodanig niet wettelijk geregeld.
Levenstestamenten voorzien in een volmacht voor het geval de volmachtgever niet voldoende in staat zal zijn de eigen wil nog te uiten (bijvoorbeeld door dementie) en de volmachtgever wijst daarin een of meer gevolmachtigde(n) aan.
Levenstestamenten kunnen voorts elementen van opdracht (eventueel in de vorm van lastgeving) bevatten in verband met het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden.
De aanwezigheid van een levenstestament speelt een rol bij de beoordeling of voor een meerderjarige moet worden voorzien in een beschermingsmaatregel als curatele.
Op grond van art. 1:378 lid 1 BW kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, als gevolg van
a) zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel
b) gewoonte van drank- of drugsmisbruik, en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
Met dit laatste wordt tot uitdrukking gebracht dat de voorziening moet voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Als ‘meer passende en minder verstrekkende voorziening’ kunnen in aanmerking komen bewind of mentorschap, maar bijvoorbeeld ook een levenstestament.
De aanbevelingen die vanuit de rechterlijke macht zijn opgesteld voor kantonrechters die moeten beslissen over de instelling van beschermingsmaatregelen voor meerderjarigen, houden hiermee rekening.
Het is uiteindelijk aan de rechter aan wie een verzoek tot ondercuratelestelling is voorgelegd, om te beoordelen of onder de omstandigheden van het geval de volmacht in het levenstestament als een meer passende en minder verstrekkende voorziening moet worden aangemerkt.
Dat zal niet altijd het geval zijn.
De persoon van de beoogd gevolmachtigde kan bijvoorbeeld op grote bezwaren stuiten van de overige familieleden van de meerderjarige.
De meerderjarige kan de dupe worden van een familieruzie.
Het instellen van curatele, met de mogelijkheid dat een onafhankelijke, professionele curator wordt benoemd (vgl. art. 1:383 lid 7 BW), ligt dan meer in de rede.
Voor de curator kunnen bepaalde uit het levenstestament blijkende wensen van de betrokkene dan mogelijk nog dienen als oriëntatiepunten voor diens beleid.
De rechtspraak laat meer voorbeelden zien van gevallen waarin werd voorbijgegaan aan een levenstestament.
Kortom, de rechter moet nagaan of een voldoende behartiging van de belangen van de meerderjarige wiens ondercuratelestelling is verzocht, niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
Een volmacht verleend in een door de meerderjarige opgesteld levenstestament kan onder omstandigheden als een dergelijke voorziening worden aangemerkt.
De rechter is echter niet gehouden om voorrang te verlenen aan een volmacht in een levenstestament.
Het hangt immers van de omstandigheden van het geval af of deze inderdaad als een meer passende en minder verstrekkende voorziening moet worden aangemerkt.
Stelt de rechter curatele in, dan benoemt hij zo spoedig mogelijk een curator nadat hij zich heeft vergewist van de bereidheid en de geschiktheid van de te benoemen persoon (art. 1:383 lid 1 BW).
In dit verband voorziet art. 1:383 BW in een wettelijke voorkeursregeling.
De rechter volgt bij de benoeming de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten (art. 1:383 lid 2 BW).
Ingevolge lid 3 worden, tenzij overeenkomstig lid 2 de voorkeur van de meerderjarige is gevolgd, bij voorkeur de echtgenoot, de geregistreerd partner, dan wel de andere levensgezel tot curator benoemd, of anders een van de ouders, kinderen, broers of zusters.
De rechter kan hiervan, gemotiveerd, afwijken en bijvoorbeeld een professionele onafhankelijke curator benoemen.
De Hoge Raad, 17 juni 2022, HR:2022:870, NJ 2022/229, oordeelde met betrekking tot art. 1:435 lid 3 BW – de gelijktijdig in werking getreden pendant van art. 1:383 lid 2 BW bij de regeling van het bewind – dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de gegronde redenen om af te wijken van de voorkeur van de rechthebbende (d.w.z. de persoon wiens goederen onder bewind worden gesteld) niet enkel betrekking hoeven te hebben op de persoon naar wie de voorkeur van de rechthebbende uitgaat.
Die gegronde redenen kunnen ook gelegen zijn in andere omstandigheden die zich met het oog op de belangen van de rechthebbende ertegen verzetten dat de voorkeur van de rechthebbende wordt gevolgd.
Aannemelijk is dat hetzelfde geldt voor art. 1:383 lid 2 BW.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.