Erfrecht. Verzoek tot nietigverklaring, althans vernietiging, van een levenstestament in verband met wilsonbekwaamheid ten tijde van ondertekening. Stelplicht en bewijslast.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over een verzoek tot nietigverklaring, althans vernietiging, van een levenstestament in verband met wilsonbekwaamheid ten tijde van de ondertekening.

Eiser heeft in eerste aanleg gevorderd te verklaren voor recht dat het door de moeder op 5 juli 2018 ondertekende levenstestament nietig is, althans gevorderd dit levenstestament te vernietigen.

Aan haar vordering heeft eiser ten grondslag gelegd dat de moeder op het moment van ondertekening van het levenstestament wilsonbekwaam was, omdat bij haar, kort samengevat, op dat moment al sprake was van dementie.

Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiser zich met name beroepen op verklaringen van X en Y.

Erfrecht. Verzoek tot nietigverklaring, althans vernietiging, van een levenstestament in verband met wilsonbekwaamheid ten tijde van ondertekening. Dementie. Stelplicht en bewijslast.

De rechter oordeelt als volgt.

De grieven van eiser komen in de kern erop neer dat de moeder op het moment van ondertekening van het levenstestament wilsonbekwaam was, omdat zij toen leed aan een geestelijke stoornis, die een redelijke waardering van de bij het levenstestament betrokken belangen belette en omdat de wilsverklaring onder invloed van de geestelijke stoornis is voldaan.

Om die reden is het levenstestament nietig dan wel dient het te worden vernietigd.

Het hof zal de grieven, gelet op hun onderlinge samenhang, gezamenlijk bespreken.

Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst eiser onder andere naar de door haar in eerste aanleg en in hoger beroep overgelegde en onder de feiten weergegeven verklaringen van X en Y, alsmede naar een verslag van Geriant van 31 juli 2018, de brief van Geriant aan de huisarts van de moeder en het indicatiebesluit van CIZ van 10 oktober 2018.

Eiser stelt, samengevat, dat de moeder al vanaf 2017 dementerend is, waarbij haar geestelijke gezondheidssituatie in de loop van 2018 steeds slechter werd.

Dit volgt onder andere uit de opmerkingen van de huisarts in het patiëntendossier van de vader, (een gedeelte van) het dossier van E (van eind januari 2018 tot medio september 2018) en het bericht van gedaagde van begin 2018 over de noodzaak om Geriant in te schakelen.

Eiser stelt dat zij door middel van genoemde verklaringen de wilsonbekwaamheid van de moeder op 5 juli 2018 heeft bewezen en dat zij tevens heeft bewezen dat de stoornis waaraan de moeder leed een redelijke waardering van de bij het levenstestament betrokken belangen belette.

Eiser betwist in dat kader dat een wilsbekwaamheidsonderzoek niet met terugwerkende kracht kan worden uitgevoerd en baseert zich daarbij (wederom) op wat X hieromtrent heeft verklaard.

Volgens X is dit wel degelijk mogelijk indien objectieve medische informatie beschikbaar is die voldoende basis biedt voor een zekere mate van overtuiging, waarbij X de aan hem toegezonden stukken als zodanig beschouwt.

X heeft daarbij niet beweerd dat bij de moeder sprake was van algehele wilsonbekwaamheid; zijn oordeel ziet zuiver op de wilsonbekwaamheid met betrekking tot het levenstestament.

Ten aanzien van de wijze waarop het levenstestament tot stand is gekomen, stelt eiser dat de notaris alerter had moeten zijn op de wilsonbekwaamheid van de moeder en in haar beoordeling daarvan autonomer had moeten handelen.

Ook had de notaris in een één op één gesprek met de moeder moeten nagaan of de moeder een en ander wel begreep, wat niet het geval was.

Voorts zijn niet alle kinderen betrokken geweest bij de totstandkoming van het levenstestament en heeft gedaagde eiser’s verzoek om in het levenstestament op te nemen dat een toezichthouder zou worden aangesteld, niet aan de notaris doorgegeven.

Gelet op dit alles dient het bestreden vonnis te worden vernietigd en dienen de vorderingen van eiser (alsnog) te worden toegewezen, aldus eiser. 

Het hof overweegt als volgt.

Het gaat in dit geding om de vraag of de moeder ten tijde van het tekenen van het levenstestament op 5 juli 2018 wilsonbekwaam was.

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis vastgesteld dat uit diverse stukken in het dossier blijkt dat er bij de moeder medio 2018 sprake was van cognitieve stoornissen en een gevorderd dementiebeeld en dat voor de rechtbank op basis van die gegevens vaststaat dat de moeder ten tijde van het tekenen van het levenstestament op 5 juli 2018 leed aan dementie.

Nu tegen dit oordeel van de rechtbank geen grief is gericht, zal ook het hof hiervan uitgaan.

Daarbij heeft te gelden dat, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, dementie niet is gelijk te stellen aan wilsonbekwaamheid ten opzichte van alle rechtshandelingen.

Anders dan de rechtbank in van het bestreden vonnis heeft overwogen, zijn ook X en Y deze mening toegedaan.

De vraag of de moeder ten tijde van het tekenen van het levenstestament wilsonbekwaam was, moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaf van art. 3:34 lid 1 BW.

Art. 3:34 lid 1 BW volgt op art. 3:33 BW, dat bepaalt dat een rechtshandeling een met de verklaring overeenstemmende wil vereist.

Art. 3:34 lid 1 BW luidt als volgt: 

“Heeft iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets verklaard, dan wordt een met de verklaring overeenstemmende wil geacht te ontbreken, indien de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan. Een verklaring wordt vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan, indien de rechtshandeling voor de geestelijk gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijze niet was te voorzien.” 

Uit de tweede zin van lid 2 van artikel 3:34 BW volgt dat het ontbreken van wil een eenzijdige rechtshandeling, die niet tot een of meer bepaalde personen was gericht – zoals uiterste wilsbeschikkingen -, nietig maakt.

Eiser heeft haar stelling dat de moeder ten tijde van het ondertekenen van het levenstestament op 5 juli 2018 wilsonbekwaam was, zoals gezegd, ook in hoger beroep met name gebaseerd op de verklaringen van X en Y van respectievelijk 6 september 2019 en 4 juli 2020.

De rechtbank heeft overwogen dat X en Y de moeder ten tijde van het tekenen van het levenstestament niet zelf hebben onderzocht, waarbij Y in het geheel geen eigen onderzoek heeft gedaan maar zich enkel heeft gebaseerd op de verklaringen van X en de stukken die aan hem zijn gezonden.

X heeft op 12 februari 2019 met de moeder gesproken, ruim zeven maanden nadat de moeder het levenstestament had getekend.

Dit gesprek was bedoeld om te beoordelen of de moeder op dat moment wilsbekwaam was en niet om een oordeel te geven over de wilsbekwaamheid van de moeder op 5 juli 2018, aldus de rechtbank.

De rechtbank heeft voorts opgesomd welke informatie X destijds aan zijn oordeel over de wilsonbekwaamheid van de moeder op 5 juli 2018 ten grondslag heeft gelegd.

Het hof stelt vast dat eiser in hoger beroep geen andere bevindingen van deskundigen heeft ingebracht dan bij de procedure in eerste aanleg.

Zij beroept zich in hoger beroep derhalve op dezelfde stukken (te weten de informatie die X tot zijn beschikking had blijkens zijn verklaring van 6 september 2019) en heeft in dat kader geen relevante nieuwe feiten en omstandigheden naar voren gebracht.

Uit de stukken waarop eiser zich beroept, kan worden afgeleid dat de moeder medio 2018 leed aan dementie.

Daarover bestaat tussen partijen, zoals gezegd, ook geen discussie.

Of dat ertoe heeft geleid dat de moeder daardoor ten tijde van het ondertekenen van het levenstestament in juli 2018 niet in staat was haar wil te verklaren, heeft eiser naar het oordeel van het hof ook in hoger beroep onvoldoende aangetoond.

Daartoe is het navolgende van belang.

Alle X ter beschikking staande stukken, op het levenstestament na, zijn gedateerd na 5 juli 2018.

Zoals gezegd, dient echter beoordeeld te worden of de moeder wilsonbekwaam was tot het opmaken van het levenstestament op 5 juli 2018.

Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat in beginsel niet met terugwerkende kracht kan worden beoordeeld of iemand wilsbekwaam is.

Dit zou anders kunnen zijn wanneer sprake is van relevante objectieve medische informatie die op de voorliggende periode ziet, maar daarvan is geen sprake.

De rechtbank heeft in van het bestreden vonnis terecht overwogen dat bij de moeder geen neurologisch of neuropsychologisch onderzoek en geen aanvullend (medisch) onderzoek, zoals een MRI-scan heeft plaatsgevonden.

Dit maakt dat – anders dan eiser betoogt – geen sprake is van relevante objectieve medische informatie op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat de moeder destijds in juli 2018 wilsonbekwaam was.

In genoemde stukken wordt ook niet als zodanig ingegaan op de wilsbekwaamheid van de moeder ten tijde van het ondertekenen van het levenstestament.

Zo volgt, in tegenstelling tot wat eiser betoogt, uit de brief van 31 juli 2018 van H aan de huisarts van de moeder, waarin de diagnose is opgenomen cognitieve stoornissen, matig gevorderd, op basis van Alzheimer dementie en de indicatie beschermd wonen met intensieve dementiezorg, niet dat de moeder op 5 juli 2018 niet meer de gevolgen van het levenstestament kon hebben overzien.

Deze brief maakt immers niet duidelijk welke invloed de bij de moeder gestelde diagnose had op haar wilsbekwaamheid inzake het opmaken van het levenstestament.

Eiser verwijst daarnaast ook naar de op 10 oktober 2018 afgegeven CIZ-indicatie als een bewijsstuk waaruit de wilsonbekwaamheid van de moeder op 5 juli 2018 zou blijken.

In het indicatiebesluit van 10 oktober 2018 staat wat de zorgbehoefte van de moeder was op dat moment en welke zorg zij kon ontvangen (24-uurszorg).

Daarin wordt echter niet ingegaan op de mogelijke invloed hiervan op de wilsbekwaamheid van de moeder ten tijde van het tekenen van het levenstestament.

Het door eiser overgelegde stappenplan van CIZ met betrekking tot een aanvraag voor langdurige zorg ziet hierop ook niet en maakt dit oordeel dus in zoverre niet anders.

Daarbij komt dat uit het indicatiebesluit van 10 oktober 2018 volgt dat de indicatie was aangevraagd op 19 september 2018, te weten zeer kort na het overlijden van de vader in 2018.

Niet valt uit te sluiten dat het overlijden van de vader een negatief effect heeft gehad op de geestelijke gezondheid van de moeder op dat moment, zoals gedaagden ook hebben aangevoerd.

Op basis hiervan kan dan ook niet met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat de moeder in juli 2018 wilsonbekwaam was.

Ten aanzien van de wijze waarop het levenstestament tot stand is gekomen en de stelling van eiser dat de notaris alerter had moeten zijn op de wilsonbekwaamheid van de moeder en in haar beoordeling daarvan autonomer had moeten handelen, overweegt het hof het volgende.

In de beslissing van de Kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam van 26 oktober 2021 zijn de klachten van eiser ten aanzien van het handelen van de kandidaat-notaris ongegrond verklaard.

Uit die beslissing volgt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kandidaat-notaris zich niet met voldoende zorgvuldigheid zekerheid heeft verschaft over de wilsbekwaamheid van de moeder voor en op 5 juli 2018.

Voor het toepassen van het Stappenplan was geen indicatie en de kandidaat-notaris heeft – kort samengevat – door middel van een gesprek met de ouders voldoende tijd genomen om zich een indruk te verschaffen over de wilsbekwaamheid van de ouders met betrekking tot de ondertekening van het levenstestament.

Overigens volgt uit de beslissing van de Kamer voor het notariaat ook dat het in het onderhavige geval ging om een eenvoudige, begrijpelijke en niet-ingrijpende beslissing die de moeder in het levenstestament wilde vastleggen: het geven van een algemene volmacht aan gedaagde, die al een deel van de administratie verzorgde, en het verlenen van een gezamenlijke zorgvolmacht aan de drie kinderen.

Het hof overweegt dat dit oordeel aansluit bij de stelling van gedaagden dat het levenstestament voortbouwde op de afspraken die in het verleden reeds waren gemaakt (te weten onder andere de volmacht die de ouders gedaagde op 28 februari 2018 hadden verleend ten aanzien van alle bankzaken).

Dat de algehele volmacht voortbouwde op afspraken uit het verleden heeft de moeder overigens later ook verklaard in het kader van haar gesprek met X in februari 2019, alsmede in haar gesprek met de kantonrechter en haar gesprek met de voorzitter in het kader van de hoger beroepsprocedure met betrekking tot het bewind en mentorschap.

Eiser heeft haar stellingen op dit punt dan ook onvoldoende onderbouwd.

Gelet op het voorgaande acht het hof de conclusie van de rechtbank inzichtelijk en voldoende gemotiveerd onderbouwd en zal het deze conclusie daarom volgen, in die zin dat niet is komen vast te staan dat de cognitieve stoornissen van de moeder een redelijke waardering van de bij het levenstestament van 5 juli 2018 betrokken belangen hebben belet.

Het hof ziet daarbij net als de rechtbank geen aanleiding om eiser toe te staan nader bewijs te leveren, nu zij onvoldoende heeft gesteld dat de door haar genoemde getuigen (naast X en Y) zijn aan te merken als gespecialiseerde artsen / deskundigen die de eventuele wilsonbekwaamheid van de moeder destijds zouden moeten kunnen vaststellen.

Het hof zal het door eiser gedane bewijsaanbod dan ook passeren.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.