Erfrecht. Legaat. Verboden begunstiging? Belangenverstrengeling. Notaris. Wna. Nietigheid van het legaat? Sanctie. Is conversie mogelijk? Vormvoorschriften.

De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of sprake was van een verboden begunstiging betreffende een legaat in een testament.

Tussen partijen is niet in geschil dat het Legaat een begunstiging betreft die naar de letter van de wet, artikel 20 lid 1 juncto artikel 19 lid 1 aanhef en sub a Wna, verboden en (daarom) nietig is, omdat de notaris op het moment van het passeren van het testament bestuurslid was van de Stichting ten behoeve van wie het Legaat werd gemaakt.

Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of het rechtsgevolg van nietigheid in dit geval ook daadwerkelijk moet intreden.

Erfrecht. Verboden begunstiging? Belangenverstrengeling. Onpartijdigheid en onafhankelijkheid notaris. Nietigheid van het legaat? Wna. Sanctie. Is conversie mogelijk? Vormvoorschriften.

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagde heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht aangevoerd dat de verklaring van de notaris niet kan strekken tot bewijs dat het Legaat overeenkomt met de intrinsieke wens van erflaatster.

Hoewel de notaris de overtuiging heeft dat hij erflaatster niet heeft beïnvloed bij de totstandkoming van haar uiterste wil, bestaat de mogelijkheid dat hij dat onbedoeld en onbewust wel heeft gedaan.

De rechtbank neemt daarbij in ogenschouw dat erflaatster een alleenstaande vrouw van hoge leeftijd was en dat zij, zoals gedaagden op de zitting onweersproken hebben verklaard, een zeer gezagsgevoelig persoon was die, naar de rechtbank begrijpt, opkeek tegen notarissen.

De uiterste wil moet volledig vrij kunnen worden gevormd.

Op de notaris rust de bijzondere wettelijke bevoegdheid om uiterste wilsbeschikkingen te passeren en het is bij uitstek aan hem om de vrije wilsvorming te bewaken.

De notaris moet zich daarbij houden aan de norm om zijn ambt onafhankelijk, onpartijdig en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid uit te oefenen (artikel 17 Wna).

Deze norm ligt ook ten grondslag aan het voorschrift van artikel 20 lid 1 Wna.

De nietigheidssanctie die is verbonden aan de schending van dit voorschrift is ingrijpend, maar heeft een waarborgfunctie in het wettelijk systeem waarin de notaris deze bijzondere positie inneemt en vormt een tegenhanger voor de bepaling dat uiterste wilsbeschikkingen niet vatbaar zijn voor vernietiging wegens misbruik van omstandigheden bij de totstandkoming daarvan (artikel 4:43 lid 1 van het burgerlijk wetboek).

Anders dan de Stichting stelt, kan in de onderhavige zaak niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden aangenomen dat de uiterste wil van erflaatster zich volledig vrij heeft gevormd.

Het feit dat de notaris op het moment van het passeren van de akte bestuurslid was van de Stichting staat hier wel degelijk aan in de weg.

De schijn van beïnvloeding wordt door hetgeen de Stichting in deze zaak naar voren heeft gebracht niet weggenomen.

Daadwerkelijke beïnvloeding van erflaatster door de notaris hoeft bovendien niet te worden aangetoond.

Gelet op dit oordeel kan de rechtbank de overige omstandigheden en verklaringen die de Stichting ter onderbouwing van haar stelling dat het Legaat overeenstemt met de uiterste wens van erflaatster verder onbesproken laten.

Nu ook het beroep van de Stichting op conversie van de sanctie nietigheid naar vernietigbaarheid in navolging van het arrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2001, HR:2001:ZC3665 in de kern gebaseerd is op de veronderstelling dat het Legaat overeenstemt met de uiterste wens van erflaatster behoeft ook dit betoog geen nadere beoordeling.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog wel het volgende daarover op.

De Hoge Raad anticipeerde in dit arrest op een wetswijziging als gevolg waarvan het ontbreken van de vermelding van het jaartal waarin het testament was verleden voortaan niet zou leiden tot nietigheid, maar vernietigbaarheid.

Deze wetswijziging was al wel aangenomen, maar nog niet in werking getreden.

De Hoge Raad overwoog dat een dergelijk ontbreken van het jaartal moet worden aangemerkt als een kennelijke misslag van de notaris en dat in veel gevallen met gemak achteraf alsnog kan worden achterhaald wat het ontbrekende jaartal zou moeten zijn.

In de onderhavige zaak is een dergelijke wetswijziging niet op handen.

Ook kan niet worden aangenomen dat de bij de materiële norm van artikel 20 lid 1 Wna betrokken belangen voldoende bescherming vinden als het Legaat (slechts) vernietigbaar zou zijn in plaats van nietig.

Anders dan in de casus die ter beoordeling voorlag aan de Hoge Raad gaat het in deze zaak niet om een omissie in de akte waarbij het mogelijk is om achteraf met hoge mate van zekerheid vast te stellen wat de inhoud van het ontbrekende gegeven is.

Het standpunt van de Stichting dat louter een tuchtrechtelijke maatregel dan wel vernietigbaarheid in geval van schending van artikel 20 lid 1 Wna een passender of meer wenselijke sanctie zou zijn en daardoor de voorkeur heeft boven nietigheid, kan haar – wat hier ook van zij – op zich niet baten.

De rechtbank moet het geldende recht toepassen, zoals gedaagden terecht heeft aangevoerd.

Dat er in de literatuur -in algemene zin- steun is te vinden voor haar standpunt is op zichzelf onvoldoende om niet van de nietigheid van het Legaat uit te hoeven gaan.

De rechtbank merkt hierbij nog het volgende op.

De Stichting trekt in dit verband een parallel met artikel 19 lid 1 sub b jo lid 3 Wna op grond waarvan een akte waarbij een verboden rechtspersoon partij is, geldig blijft.

Anders dan de Stichting, is de rechtbank van oordeel dat het niet onlogisch is dat een begunstiging ten behoeve van een verboden rechtspersoon (artikel 20 lid 1 Wna) door de wetgever niet op één lijn is gesteld met de betrokkenheid van een verboden rechtspersoon als partij bij een (neutrale) akte (artikel 19 lid 1 sub b Wna).

De gevoeligheid voor belangenverstrengeling van de notaris is in zijn aard veel prominenter aanwezig bij een begunstiging dan bij een akte waarbij ook een tweede partij betrokken is.

Ook de parallel die de Stichting trekt met artikel 4:109 lid 4 BW volgt de rechtbank niet.

De Stichting betoogt in dit verband dat overtreding van artikel 20 Wna feitelijk is aan te merken als het niet voldoen aan een vormvereiste in de zin van voornoemd artikel waarop de sanctie vernietigbaarheid staat.

Van (louter) een vormvereiste is naar het oordeel van de rechtbank echter geen sprake.

Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, gaat het om de schending van de materiële norm van artikel 20 lid 1 Wna en is ook geen sprake van een feitelijke situatie die gelijk kan worden gesteld met de schending van een vormvoorschrift.

De Stichting verwijst nog naar de opinie van mr. Van Mourik waarin jurisprudentie wordt aangehaald van zaken waarbij het ging om geschonden, eveneens met nietigheid gesanctioneerde vormvoorschriften zoals neergelegd in afdeling 4.4.4 van het Burgerlijk Wetboek (bijv. Hof Den Haag 6 augustus 2019, GHDHA:2019:2800 en Rb. Amsterdam 11 augustus 2021, RBAMS:2021:4140).

In de rechtspraak zijn dergelijke vormvoorschriften wel eens buiten toepassing verklaard als met volstrekte zekerheid werd aangenomen dat het testament in overeenstemming was met de uiterste wil van de testateur.

Als overwogen, is in deze zaak geen sprake van een dergelijke zekerheid en dus niet van een met die jurisprudentie vergelijkbare situatie.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.