Erfrecht. Uitleg van een testament. Legaat. Verhouding tussen de erfdelen en een legaat. Breukdelen. Plaatsvervulling. Komt het legaat in mindering op de nalatenschap?

De Rechtbank Noord-Holland heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van een testament ten aanzien van de verhouding tussen de erfdelen en een legaat.

Gedaagden zijn broer en zussen van elkaar.

Eiseressen zijn de dochters van de broer van gedaagden, die op 2 oktober 2004 is overleden.

Hij was gehuwd met betrokkene, de moeder van eiseressen.

Tussen partijen is in geschil hoe groot de erfdelen van gedaagden zijn in relatie tot het legaat van betrokkene.

Erfrecht. Uitleg van een testament. Legaat. Verhouding tussen de erfdelen en een legaat. Breukdelen. Plaatsvervulling. Komt het legaat in mindering op de nalatenschap?

De rechter oordeelt als volgt.

In zijn testament heeft erflater bepaald dat zijn echtgenote 50% van zijn nalatenschap krijgt en zijn kinderen de andere helft, in gelijke delen.

Ook heeft hij bepaald dat zijn schoondochter een bedrag krijgt gelijk aan de waarde van het erfdeel van betrokkene indien hij tezamen met zijn broer en zussen tot erfgenaam was benoemd.

Partijen zijn het erover eens dat het testament zo moet worden uitgelegd dat erflater heeft bedoeld aan zijn schoondochter het aandeel van haar overleden man te legateren en niet dat eisers daar bovenop door plaatsvervulling ook nog eens het erfdeel van hun vader zouden ontvangen.

Tussen partijen is in geschil hoe groot de erfdelen van gedaagden zijn in relatie tot het legaat van betrokkene.

Eisers stellen zich op het standpunt dat zowel het erfdeel van elk van gedaagden als het legaat € 72.722,- bedragen.

Volgens gedaagden bedraagt hun erfdeel echter € 79.994,- en het legaat van [betrokkene 1] € 72.722,-.

Vaststaat dat het zuiver saldo van de nalatenschap van erflater € 872.666,- bedraagt. Hiervan komt de helft, dus € 436.333,-, toe aan zijn echtgenote en de andere helft aan zijn kinderen, in gelijke delen.

Omdat erflater – kort gezegd – het erfdeel van zijn overleden zoon aan zijn schoondochter heeft gelegateerd, moet de 50% die aan zijn kinderen toekomt worden gedeeld door zes.

Het legaat bedraagt dan € 72.722,17. Tot zover zijn partijen het met elkaar eens.

De Belastingdienst heeft voor de berekening van de erfbelasting het legaat vervolgens als schuld in mindering gebracht op de totale nalatenschap, dus inclusief het aan erflaatster toekomende erfdeel.

De nalatenschap bedraagt dan afgerond € 799.944,-.

Van dat bedrag heeft de Belastingdienst de helft toegerekend aan erflaatster en de andere helft aan gedaagden die dan ieder € 79.994,- zouden krijgen.

Gedaagden volgen deze berekening.

Het erfdeel van de vijf kinderen is in die berekening dus niet gelijk aan het van betrokkene.

Volgens gedaagden is dat terecht, want een legaat is een schuld van de nalatenschap die op grond van artikel 4:6 in mindering komt op de gehele nalatenschap.

Eisers stellen zich op het standpunt dat verschillende bedragen voor de erfdelen en het legaat niet overeenkomt met de uit het testament blijkende bedoelingen van erflater.

Volgens hen komt het legaat in mindering op de 50% van de nalatenschap die aan gedaagden toekomt en niet op gehele nalatenschap (inclusief het erfdeel van erflaatster).

De vraag is dus hoe de bepaling in III.B.1. van het testament van erflater is bedoeld.

Op die uitleg is artikel 4:46 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing.

Daaruit volgt dat als eerste moet worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil wenst te regelen en vervolgens op de verhouding waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Bepaling III.B.1. van het testament luidt als volgt:

“Indien de hierna sub IX onder wettelijke verdeling genoemde bepaling in werking zal treden, legateer ik aan betrokkene, weduwe van mijn zoon, een bedrag gelijk aan de waarde van het erfdeel, dat de heer [betrokkene 3] voornoemd zou hebben verkregen indien ik hem tezamen met mijn overige kinderen voor gelijke delen had benoemd tot erfgenamen voor vijftig procent (50%) van mijn nalatenschap.”

Uit deze bewoordingen blijkt dat erflater de verhouding tussen zijn vijf nog levende kinderen en de weduwe van zijn overleden zesde kind wilde regelen in die zin dat zijn schoondochter zou krijgen wat zijn zoon ontvangen zou hebben als hij nog had geleefd en ook erfgenaam was geweest.

In dat geval zou de 50% van de nalatenschap die aan de kinderen tezamen toekomt, zijn gedeeld door zes en zouden betrokkene en gedaagden precies hetzelfde bedrag hebben gekregen.

Erflater wilde dus betrokkene hetzelfde bedrag als gedaagden zou ontvangen.

Bij die uitleg past niet dat het legaat in mindering wordt gebracht op gehele nalatenschap, waarna de erfdelen van gedaagden opnieuw worden berekend door de helft van de nalatenschap minus het legaat te delen door vijf waardoor gedaagden een groter erfdeel ontvangen dan de weduwe.

Indien betrokkene 3 nog had geleefd, zou zijn erfdeel immers ook niet in mindering zijn gekomen de gehele nalatenschap (inclusief de helft van erflaatster), maar slechts op de 50% van de nalatenschap die erflater aan zijn kinderen heeft toebedeeld, omdat dat deel zou zijn gedeeld door zes in plaats van door vijf.

De conclusie is dan ook dat het erfdeel van gedaagden in de nalatenschap van erflater volgens het testament € 72.722,17 bedraagt en niet € 79.994,-.

Dat de Belastingdienst van dat laatste bedrag is uitgegaan, maakt dit niet anders.

Op grond van artikel 4:13 lid 3 BW hebben gedaagden van rechtswege een geldvordering gekregen ten laste van erflaatster, overeenkomend met de waarde van hun erfdeel.

In het testament is bepaald dat die vorderingen opeisbaar zijn na het overlijden van erflaatster en dat over de vorderingen vanaf de datum van overlijden (van erflater) rente verschuldigd is.

In onderling overleg is bepaald dat de enkelvoudige rente 3% per jaar bedraagt.

Gedaagden en betrokkene hebben dus een vordering op de nalatenschap van € 72.722,17 vermeerderd met 3% rente per jaar.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.