Erfrecht. Testament. Uitleg van een testament. Zijn de kleinkinderen erfgenaam geworden of onterfd? Plaatsvervulling. Verklaring van een notaris. Bewijs.

De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of erflater zijn kleinkinderen in het testament tot erfgenaam had benoemd of dat zij door hem waren onterfd.

Erflater heeft drie kinderen: gedaagden en de moeder van eisers.

Eisers zijn dus kleinkinderen van erflater.

Partijen hebben een geschil over de nalatenschap van hun (groot)vader.

Lezing van het testament maakt duidelijk dat erflater zijn dochter heeft onterfd en dat haar een legaat toekomt ter grootte van haar legitieme portie.

Dit staat niet ter discussie.

Vraag is echter of erflater heeft bedoeld ook de kinderen van zijn dochter – en derhalve zijn kleinkinderen – van erfopvolging uit te sluiten of niet.

In het laatste geval zijn eisers op grond van artikel 4:12 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) gezamenlijk gerechtigd tot het erfdeel dat hun moeder zou zijn toegekomen waarbij het aan hun moeder toekomende legaat in mindering wordt gebracht.

Erfrecht. Testament. Uitleg van een testament. Zijn de kleinkinderen erfgenaam geworden of onterfd? Plaatsvervulling. Verklaring van een notaris. Bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

Partijen hebben op de mondelinge behandeling, mede op basis van hetgeen is bepaald in het tussenvonnis, hun standpunten kenbaar kunnen maken over de uitleg van het testament en wat daarbij in aanmerking moet worden genomen.

Partijen verschillen over het antwoord op de vraag of de verklaring van de notaris door de rechtbank moet en kan worden betrokken bij de uitleg van het testament.

De rechtbank ziet aanleiding om eerst op dit punt haar oordeel te geven.

Bij de beantwoording van de vraag of de bewoording van een testament duidelijk is, dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wil regelen en onder welke omstandigheden het testament is gemaakt (zoals geformuleerd in artikel 4:46 lid 1 BW).

Bij de uitleg van de uiterste wil komt het dus aan op de bedoeling van erflater bij deze rechtshandeling.

Eisers staan een strikte uitleg voor van artikel 4:46 lid 1 en 2 BW waarbij aan lid 2 wordt toegekomen als – na uitleg op grond van lid 1 – wordt vastgesteld dat de bewoording onduidelijk is en het testament daarmee op een bepaald punt geen duidelijke zin heeft.

Deze lezing van de wet wordt door de rechtbank niet gevolgd.

De rechtbank is met gedaagden van oordeel dat de verklaring van de notaris wél moet worden gebruikt bij het vaststellen van de verhoudingen die het testament kennelijk wenst te regelen en de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Gedaagden verwijzen daarbij terecht naar het arrest van de Hoge Raad van 2013 (HR:2013:911).

Hierbij is niet zozeer de casus vergelijkbaar met onderhavige maar is wel sprake van uitleg van het testament van de erflaatster.

In dat kader is de duiding door de Hoge Raad van artikel 4:46 lid 1 en 2 BW en hun onderlinge samenhang van betekenis.

Zie hiervoor ook de conclusie van de procureur-generaal van 14 april 2023 (PHR:2023:444).

Zoals daarin is verwoord, neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat zonder enige beperking moet worden gelet op de verhoudingen die de erflater met zijn uiterste wil heeft willen regelen en de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

In dat licht dient in artikel 4:46 lid 2 BW niet meer te worden gelezen dan dat posterieure daden en verklaringen van erflater niet in de plaats van de uiterste wil moeten worden geplaatst.

Niettemin kunnen deze daden en verklaringen, evenals anterieure daden en verklaringen, worden gebruikt bij de uitleg van de bedoeling van erflater ten tijde van testeren en daarbij geldt niet dat aan lid 2 pas wordt toegekomen nadat vooraf is vastgesteld dat de uiterste wil geen duidelijke zin heeft.

Simpel gezegd dient naar het oordeel van de rechtbank bij de uitleg van een testament de bedoeling van de woorden van het testament vanuit de ogen van de erflater op het moment van het opstellen van het testament te worden achterhaald.

Om die bedoeling vast te kunnen stellen, kijken we naar de verhoudingen die erflater op het moment van testeren wilde regelen en naar de omstandigheden waaronder het testament werd opgesteld.

Hierbij kan een beroep worden gedaan op alles wat hierin klaarheid kan scheppen.

Dit brengt mee dat in dit geval, zoals gedaagden hebben aangevoerd, ook de verklaring van de notaris bij de uitleg kan worden betrokken.

Erflater had drie kinderen: twee zoons (gedaagden) en een dochter (moeder van eisers).

De echtgenote van erflater, de moeder van zijn kinderen, is in 2004 overleden.

Vanaf dat moment is er kennelijk een moeizame relatie ontstaan tussen erflater en zijn dochter.

De rechtbank begrijpt dat erflater geen contact met zijn dochter had in de periode van 2012 tot en met 2019 en evenmin met zijn zoon.

Erflater heeft hen beiden in deze periode onterfd bij zijn eerdere testament van 6 april 2018.

Dit alles is tussen partijen niet in geschil.

In voornoemde periode zijn er tussen erflater en zijn kleinkinderen aan de kant van zijn dochter (eisers) wel contactmomenten geweest.

Die contactmomenten vonden plaats als erflater samen met zijn zus, en dus de oudtante van eisers, ging winkelen en langsging bij de winkels waar eisers werkten.

Onbetwist is ook dat deze contactmomenten er zijn geweest hoewel de inhoud ervan onduidelijk is.

Vast staat hiermee wel dat erflater zijn kleinkinderen opzocht en dat er zoals gesteld door eisers geen twist of onmin was in de relatie tussen hen en hun grootvader.

Naast voornoemde contactmomenten was er telefonisch contact met in ieder geval één van eisers en erflater en stuurde erflater verjaardagskaarten aan eisers.

De rechtbank begrijpt dat sinds het overlijden van de zus van erflater in 2019 de contactmomenten tussen erflater en eisers in frequentie afnamen.

Eisers hebben verder over het contact met hun grootvader aangevoerd dat hij sporadisch contact had met al zijn kleinkinderen mede door zijn onbereikbaarheid en dat erflater door een affectieve relatie in het buitenland vaak in België verbleef.

Vast staat ook dat omstreeks 2019 het contact tussen erflater en zijn zoon is hersteld en dat erflater daarna zijn testament heeft gewijzigd zoals dit nu bekend is.

In dat testament heeft erflater gedaagde niet langer onterfd.

De relatie tussen erflater en zijn dochter is niet hersteld en de onterving ten aanzien van zijn dochter is ongewijzigd gebleven.

Een omstandigheid die voor de rechtbank ook vaststaat is de wet- en regelgeving zoals deze ten tijde van het verlijden van het testament van kracht was.

Ook strekt tot uitgangspunt dat de notaris betrokken was bij het opstellen en passeren van het testament in 2018 en ten slotte bij het laatste testament.

Bij de totstandkoming van het laatste testament is een omstandigheid dat tussen de notaris en erflater een aantal malen is gecorrespondeerd voordat het testament is verleden.

Vanaf de e-mail waarbij erflater verzoekt om zijn testament te wijzigen op 6 juli 2020 is namelijk een concept gevolgd en daarna is nog tweemaal door erflater gereageerd alvorens het concept werd gepasseerd op 10 juli 2020.

Dit verloop van contactmomenten neemt de rechtbank mede in aanmerking.

Volgens de rechtbank blijkt uit de hiervoor beschreven omstandigheden dat erflater met zijn testament kennelijk de verhoudingen met zijn kinderen wilde regelen op basis van het contact dat (al dan niet) tussen hen bestond.

Dat is wat erflater heeft gedaan.

Erflater heeft immers zijn zoon en dochter onterfd toen zij geen contact hadden en die onterving ten aanzien van zijn zoon ongedaan gemaakt nadat het contact tussen hen hersteld was.

Hieruit leidt de rechtbank niet af dat erflater ten aanzien van de kleinkinderen, zowel de kinderen van zijn zoon als die van zijn dochter, de verhoudingen heeft willen regelen.

Bovendien is ook niet komen vast te staan dat ten tijde van het maken van het testament tussen erflater en eisers een verstoorde verhouding bestond.

In ieder geval kan op grond daarvan niet worden geoordeeld dat er reden bestond voor erflater om de verhouding met hen te regelen bij testament door middel van het beperken van de plaatsvervulling bij onterving van zijn dochter.

De verklaring van de notaris werpt hierop geen ander licht.

Hoewel de notaris aangeeft dat erflater niet wilde dat de kinderen van zijn dochter erfden, is als dit zou komen vast te staan, hiermee niet gegeven dat dit bij het uiteindelijke passeren van het testament nog steeds de bedoeling van erflater was.

Zoals ook aangevoerd door eisers zijn er immers contactmomenten geweest tussen de notaris en erflater en heeft erflater bovendien het concept testament ontvangen en daarop gereageerd.

Dit alles heeft uiteindelijk geleid tot de tekst van de erfstelling zoals die nu is opgenomen.

De verklaring van de notaris dat erflater niet wilde dat de staak van zijn dochter meer zou erven dan de andere staken maakt dit evenmin anders.

De huidige erfstelling brengt immers met zich dat iedere staak, in totaal, hetzelfde erft.

Bovenstaande leidt tot het oordeel dat, gelet op de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt en de verhoudingen die het testament wilde regelen, het testament niet kan worden uitgelegd in die zin dat erflater met de erfstelling heeft bedoeld om ook de kinderen van zijn onterfde dochter te onterven.

Dit leidt ertoe dat de gevorderde verklaring voor recht in conventie zal worden toegewezen en de gevorderde verklaring voor recht in reconventie zal worden afgewezen.

Voorgaande betekent dat eisers door plaatsvervulling in de zin van artikel 4:12 lid 2 BW erven van erflater.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.