Erfrecht. Uitleg van een testament. Uiterste wil van erflater. Hertrouwen. Wettelijk versterferfrecht? Heeft het testament een duidelijke zin? Toetsing.

De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de uitleg van een testament.

Partijen verschillen van mening over de vraag wie de erfgenamen van erflater zijn.

Volgens eisers zijn zij op grond van het testament van erflater de enige erfgenamen, voor gelijke delen.

Gedaagde stelt dat partijen allen voor gelijke delen erfgenamen van erflater zijn op grond van het wettelijk versterferfrecht.

Voor de beoordeling wie de erfgenamen van erflater zijn, moet worden gekeken naar de uiterste wil van erflater – in het bijzonder de passages zoals geciteerd onder 2.4 van dit vonnis.

In het licht van de feiten legt gedaagde aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Het testament is zonder betekenis en de wettelijke verdeling is van toepassing omdat zich feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die waardoor de feitelijke verhoudingen niet langer aansluiten bij hetgeen erflater kennelijk wenste te regelen althans maakt gedaagde aanspraak op het recht vruchtgebruik dat erflater in het testament aan zijn echtgenote heeft toegekend.

Ten tijde van het opstellen van het testament was erflater gehuwd met B en waren eisers minderjarig.

Zes jaar na het opmaken van het testament is erflater van B gescheiden en ruim twintig jaar na het opmaken van het testament is erflater gehuwd met gedaagde.

Erflater ging er vanuit dat hij geen testament had.

Erfrecht. Uitleg van een testament. Uiterste wil van erflater. Hertrouwen. Wettelijk versterferfrecht? Heeft het testament een duidelijke zin? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagde stelt dat het testament van erflater geen werking meer heeft omdat het niet (langer) de laatste wil van erflater op het moment van zijn overlijden weergaf.

Gedaagde baseert zich daarbij voornamelijk op een handgeschreven brief in het handschrift van erflater gedateerd 11 april 2023.

In deze brief is – voor zover relevant – het volgende geschreven:

“alle baten uit erfenissen etc. komen tegoed aan mijn vrouw [gedaagde], geb. te Doetinchem 1951. Mevr. [gedaagde] krijgt hierbij toestemming om de baten te gebruiken wat haar goeddunkt, zonder rekenschap te hoeven afleggen tegen derden.”

Of de uiterste wil van erflater zijn laatste wil op het moment van zijn overlijden weergaf, moet worden vastgesteld aan de hand van uitleg.

Bij de uitleg van een uiterste wilsbeschikking dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt (art. 4:46 lid 1 BW).

Bij het vaststellen van de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt, kunnen feiten en omstandigheden van na het opmaken van de uiterste wil van belang zijn, omdat daaraan bewijs kan worden ontleend van een omstandigheid waaronder de uiterste wil is gemaakt.

Ten tijde van het opmaken van de uiterste wil bij de erflater bestaande verwachtingen over toekomstige gebeurtenissen zullen in aanmerking kunnen komen als omstandigheid waaronder de uiterste wil is gemaakt.

De rechtbank stelt voorop dat het testament van erflater duidelijk is met betrekking tot zijn erfgenamen.

Eisers zijn tot de enige erfgenamen van erflater benoemd.

Op het moment van het opmaken van het testament, was erflater gehuwd met mevrouw B.

Erflater heeft er toentertijd voor gekozen eisers tot zijn enige erfgenamen te benoemen.

Dat erflater nadien is gescheiden van mevrouw B en is hertrouwd met gedaagde, rechtvaardigt niet de conclusie dat de feitelijke verhoudingen niet langer aansluiten bij hetgeen erflater kennelijk wenste te regelen in zijn uiterste wil.

Erflater had zijn toenmalige echtgenote – mevrouw B – immers ook niet tot erfgenaam benoemd.

Het enkele feit dat erflater zich mogelijk niet (meer) bewust was van het bestaan van zijn testament – hetgeen niet vaststaat – maakt dat niet anders.

De genoemde verklaring – waarvan tussen partijen in geschil is of de inhoud is bedacht door erflater – doet niet af aan het feit dat erflater zijn uiterste wil niet heeft gewijzigd.

Op grond van artikel 4:46 lid 2 BW mogen daden en verklaringen van erflater buiten de uiterste wil slechts dan voor de uitleg van een uiterste wil worden gebruikt als de uiterste wilsbeschikking zonder die verklaring geen duidelijk zin heeft.

Die situatie doet zich hier niet voor.

De woorden van het testament zijn duidelijk.

Gelet op het voorgaande heeft het testament van erflater werking en zijn eisers op grond van dat testament samen voor gelijke delen erfgenamen van erflater.

Gedaagde is geen erfgenaam van erflater.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.