Van onze advocaat nietig testament. De Rechtbank Rotterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een verzoek tot afgifte van het medisch dossier na het overlijden van de erflater.

Eiser is de zoon van wijlen moeder. Moeder is overleden op 19 februari 2016. Gedaagde was de huisarts van moeder.

De zoon heeft de huisarts verzocht om (delen) van het medisch dossier van moeder aan hem te verstrekken.

De huisarts heeft aan het verzoek geen gehoor gegeven.

Afgifte medisch dossier na overlijden moeder. Afwegen belangen geheimhoudingsplicht en recht op inzage.

De rechter oordeelt als volgt.

Bij de beoordeling van de vordering moet het volgende worden vooropgesteld.

Op grond van artikel 7:457 BW dient de hulpverlener ervoor zorg te dragen dat aan anderen dan de patiënt geen informatie over de patiënt, dan wel inzage in of afschrift van (delen van) diens dossier wordt verstrekt zonder toestemming van de patiënt.

Met dit belang van geheimhouding, dat ook geldt nadat de patiënt is overleden, mag niet lichtvaardig worden omgesprongen.

De geheimhouding beoogt niet alleen de belangen van de patiënt te beschermen maar ook het algemeen (maatschappelijk) belang van de toegankelijkheid van de zorg; een ieder moet zich vrijelijk tot hulpverleners kunnen wenden zonder ervoor beducht te hoeven zijn dat hun in vertrouwen verstrekte gegevens met derden worden gedeeld.

Op het beroepsgeheim kán slechts inbreuk worden gemaakt als de patiënt daartoe zijn/haar toestemming heeft gegeven dan wel indien er voldoende concrete aanwijzingen bestaan dat door het beroep van de hulpverlener op zijn/haar beroepsgeheim een ander rechtmatig/zwaarwegend belang zou kunnen worden geschaad (HR 20 april 2001, HR:2001:AB1210).

Als uitzondering op het beroepsgeheim geldt voorts het geval dat op grond van concrete aanwijzingen de toestemming van de patiënt moet worden verondersteld (KNMG-richtlijn “Omgaan met medische gegevens”). De inbreuk op het beroepsgeheim mag echter niet verder gaan dan het belang van degene die om inzage/afschrift verzoekt rechtvaardigt.

Tussen partijen is niet in geschil dat de huisarts bij leven van moeder een deel van het medisch dossier aan haar heeft doen toekomen en dat deze stukken nu in handen zijn van de zoon. Voorts staat vast dat het dossier van de eerdere huisarts (dat de periode 2007-2013 beslaat) nog in bezit is van de huisarts .

De zoon stelt dat behoudens het dossier van de eerdere huisarts tevens (onder meer) brieven aan specialisten in het door de huisarts overgelegde dossier ontbreken. De huisarts betwist dit. Zij voert aan dat de brieven van specialisten zelf door de zoon aan een collega van de huisarts zijn verstrekt en daarom niet aan de zoon zijn overhandigd.

Nu de zoon niet nader specificeert welke stukken (behoudens de brieven van specialisten) nog zouden ontbreken in het dossier en de huisarts gemotiveerd betwist dat het verstrekte dossier niet compleet zou zijn, staat vast dat het medisch dossier, behoudens voor zover dat ziet op het dossier van de eerdere huisarts, in handen is van de zoon. Voor zover de vordering van de zoon ziet op afgifte van andere stukken dan het dossier van de eerdere huisarts, zal de vordering worden afgewezen, nu de zoon daarbij geen belang heeft.

De stelling van de zoon dat moeder bij leven toestemming aan de zoon heeft gegeven voor inzage in, dan wel afschrift van haar medisch dossier na overlijden is onvoldoende onderbouwd.

Daartoe wordt overwogen dat, voor zover de zoon zich op de machtigingen uit 2007 en 2015 beroept, deze niet zien op afgifte van het medisch dossier en derhalve zijn stelling dat hij is gemachtigd tot afgifte daarvan niet kunnen onderbouwen.

Als onderbouwing kan dan ook alleen worden aangemerkt de machtiging van 21 september 2013 waarin staat vermeld dat moeder de zoon machtigt om ‘na haar overlijden al haar medische gegevens, dossiers alsmede alle hiervoor niet genoemde medische informatie, gegevens en informatie van welke aard dan ook, op te vragen.

Echter niet duidelijk is hoe deze machtiging zich verhoudt tot de overgelegde machtiging van 17 december 2015 die ziet op de medische behandeling en beslissingen dienaangaande maar waarin de machtiging tot het opvragen van het medische dossier niet wordt herhaald.

De vraag rijst dan ook of sprake is van een aanvullende machtiging of van een intrekking van de oude machtiging onder afgifte van een nieuwe.

Daarbij staat, als niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, vast dat moeder bij leven aan de huisarts blijk heeft gegeven niet door de zoon overruled te willen worden en dat de zoon heeft verhinderd dat zaken met betrekking tot de machtiging met moeder werd besproken. Deze feiten en omstandigheden maken dat onvoldoende is onderbouwd dat moeder toestemming heeft gegeven voor afgifte van haar medische dossier aan de zoon.

Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de stelling van de zoon dat toestemming mag worden verondersteld.

Als onbetwist staat vast dat tussen de zoon en moeder sprake was van een nauwe familieband en dat de zoon intensief betrokken was bij het ziekteproces en de verzorging van moeder. Deze omstandigheden maken echter niet dat toestemming kan worden verondersteld.

Voorts geldt dat indien vast zou staan dat moeder de zoon heeft gemachtigd om al haar medische gegevens op te vragen dan wel indien toestemming hiertoe moet worden verondersteld, daaruit nog niet zonder meer volgt dat het gevorderde kan worden toegewezen.

Het rechtsgevolg van de toestemming is immers de ontheffing van de behandelaar van de geheimhoudingsplicht, niet een plicht tot afgifte van het medisch dossier. De zoon heeft niet gesteld wat zijn belang is bij afgifte van het gehele dossier van de eerdere huisarts en waarom niet kan worden volstaan met een minder verstrekkende wijze van inzage in (de relevante stukken van) het dossier.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de rechtsgeldigheid van een testament, over de wilsonbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, over de nietigheid of de vernietigbaarheid van een testament, over de verdeling en afwikkeling van een erfenis of over het recht op inzage van een medisch dossier, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.