Van onze advocaat nietig testament. De Rechtbank Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de geestvermogens van de erflater tijdens het opmaken van testament waren gestoord. Was het testament nietig?

In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat op dochter de bewijslast rust van haar stelling dat erflater tijdens het verlijden van het testament op 10 juli 2013 en de ondertekening van de schenkingsakte van de sloep op 28 mei 2013 leed aan een geestelijke stoornis.

Het ligt bovendien op haar weg te bewijzen dat deze stoornis erflater een redelijke waardering van zijn bij deze handelingen betrokken belangen belette of dat de verklaringen van erflater onder invloed van die stoornis zijn gedaan.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis ook geoordeeld dat noch de gestelde stoornis, noch het gestelde wilsgebrek uit de op dat moment in het geding gebrachte (medische) gegevens kon worden afgeleid.

Uit de brief van de internist van 21 juni 2013 (op welke brief de legitimaris haar stelling baseert) blijkt dat volgens medisch onderzoek op dat moment mogelijk sprake kon zijn van een beginnende dementie.

Nu bovendien geen sprake is van een complexe making en deze bovendien in de lijn der verwachtingen lag (erflater had immers rond 2010 aan zijn accountant te kennen gegeven dat hij overwoog een aanmerkelijk bedrag te legateren), kan niet onmiddellijk worden aangenomen dat erflater de reikwijdte van zijn testament of de schenking niet heeft overzien, of dat hij deze rechtshandelingen onder invloed van de gestelde stoornis heeft verricht.

Tussen partijen is niet in geschil dat erflater ernstig in de war kon zijn op momenten waarop hij leed aan een infectie. In het tussenvonnis heeft de rechtbank geconstateerd dat op grond van de op dat moment voorhanden zijnde (medische) gegevens niet kon worden vastgesteld dat erflater (al dan niet als gevolg van infecties) ernstig verward is geweest op de dag waarop het testament is verleden, 10 juli 2013 en gedurende het tijdsvlak rond 26 en 27 mei 2013, waarin erflater de inhoud van het testament en de schenkingsakte met de notaris heeft besproken.

Aangezien de dochter te kennen had gegeven dat zij nog niet beschikte over alle medische informatie, heeft de rechtbank haar in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld nadere medische gegevens in het geding te brengen en zich uit te laten over de vraag of zij getuigen naar voren wil brengen die uit eigen wetenschap kunnen verklaren over de geestesgesteldheid van erflater op de genoemde tijdstippen.

De rechter overweegt ten aanzien van de geestvermogens van erflater als volgt.

Blijvende stoornis van de geestvermogens?

Uit geen van de medische gegevens kan worden afgeleid dat erflater ten tijde van de schenkingsakte en/of het verlijden van zijn testament leed aan dementie.

Zoals de rechter al in haar tussenvonnis overwoog, blijkt dat niet uit de brief vanuit het Sint Franciscus Ziekenhuis van 21 juni 2013, nu daarin slechts wordt vastgesteld dat mogelijk sprake is van een beginnende dementie, maar de mogelijkheid van een delier niet wordt uitgesloten.

In de brief van 8 oktober 2013 van de afdeling interne van het Sint Franciscus Ziekenhuis aan de huisarts van erflater wordt gerept van verwardheid waarschijnlijk als gevolg van een dementieel beeld. Het huisartsenjournaal maakt geen melding van dementie. Verdere medische gegevens ontbreken. Uit de stellingen van de dochter blijkt voorts niet dat zich onder de door haar nog niet verkregen medische informatie geriatrische gegevens over erflater zouden kunnen bevinden.

Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat erflater ten tijde van de gewraakte handelingen leed aan dementie.

De door dochter in het geding gebrachte verklaringen van chirurg-traumatoloog maken dit niet anders. De chirurg-traumatoloog komt in zijn verklaring van december 2016 op basis van de gedragingen van erflater tot de constatering dat erflater sinds eind 2011 als gevolg van dementie wisselend in de war was en dat die verwardheid sinds medio 2013 nagenoeg permanent was.

De rechter constateert allereerst dat de verklaringen van de chirurg-traumatoloog niet consistent zijn, nu de chirurg-traumatoloog in zijn verklaring van 28 december 2015 nog het standpunt heeft ingenomen dat erflater in 2012 nog volslagen helder was en pas medio 2013 dement is geworden.

Bovendien geldt dat, ook als ervan uitgegaan moet worden dat de chirurg-traumatoloog zijn laatste verklaring juist is en dat hij ter zake kundig is, de artsen die direct bij de behandeling van erflater betrokken waren, niet zulke vergaande conclusies hebben getrokken als de chirurg-traumatoloog.

De rechter acht daarom de verklaringen van de chirurg-traumatoloog – ook in samenhang met de overige in het geding gebrachte verklaringen – onvoldoende om vast te stellen dat erflater ten tijde van de notariële handelingen structureel niet in staat was zijn wil te bepalen.

Tijdelijke stoornis van de geestvermogens?

De volgende vraag die dan moet worden beantwoord, is of de geestvermogens van erflater ten tijde van de notariële handelingen tijdelijk waren gestoord.

In dit verband geldt dat vaststaat dat al eind mei 2013 een gesprek heeft plaatsgevonden tussen de notaris en erflater, op basis van welk gesprek het testament en de schenkingsakte zijn opgesteld. De ondertekening van die documenten heeft vervolgens plaatsgevonden op 10 juli 2013, respectievelijk 31 mei 2013.

De rechter zal daarom beoordelen of is komen vast te staan dat erflater rond 26 en 27 mei 2013, op 31 mei 2013 en/of op 10 juli 2013 zodanig in de war was, dat hij op die momenten niet in staat was zijn wil te bepalen.

Uit de in het geding gebrachte medische informatie en de aantekeningen van de buurtzorg blijkt dat bij erflater op 19 april 2013 een ingreep heeft plaatsgevonden, waarbij een suprapubische katheter is geplaatst. Uit de verslagen van buurtzorg blijkt niet dat erflater in die periode verward was. Integendeel, aangetekend is dat de medewerksters van buurtzorg erflater aanmoedigden de katheterzak zelf te vervangen en dat dat hem ook lukte.

Wel kreeg erflater al snel last van pijnklachten, waarvoor hij ook is opgenomen. Bij gebrek aan gegevens kan de rechtbank niet vaststellen of er op dat moment sprake is geweest van een ontsteking en of erflater in die periode verward is geweest.

Wel constateert de rechter dat erflater blijkens het huisartsenjournaal op 23 mei 2013 geen koorts had, wat erop duidt dat geen sprake was van een ontsteking. Bovendien maakt buurtzorg in de periode vanaf 24 mei 2013 – anders dan in latere periodes, waarover hierna meer – op geen enkele wijze melding van verwarring.

Zo meldt een medewerkster van buurtzorg op 24 mei 2013 dat zij met erflater een gesprek heeft gehad over zijn aankomende vakantie en dat hij zich daarbij zorgen maakte over praktische zaken. Op 26 mei 2013 is erflater opgenomen geweest in het ziekenhuis.

Het verslag van buurtzorg meldt op 27 mei 2013 dat erflater blij is weer thuis te zijn uit het ziekenhuis, dat hij geen klachten heeft en dat hij uitkijkt naar zijn geplande vakantie. Op 30 mei 2013 voelde erflater zich volgens de verslaglegging goed, had hij zin in de vakantie en had hij die ochtend (klaarblijkelijk zelf) nog contact gehad met iemand uit het ziekenhuis.

Op 31 mei 2013 maakte erflater zich volgens de verslaglegging zorgen, omdat het reisbureau failliet was. Erflater had daarbij kennelijk verteld dat er geen financiële schade was, maar dat hij wel boos was over de gang van zaken. Op 1 juni 2013 was de boosheid kennelijk voorbij en meldde erflater dat hij veel zin had in de vakantie.

Verdere (medische) informatie over de toestand van erflater in deze periode ontbreekt.

In het licht van het vorenstaande is niet gebleken dat erflater in de periode waarin een voorbespreking plaatsvond met de notaris over de schenking en het testament (vermoedelijk op 26 of 27 mei 2013), en waarin de schenkingsakte van de sloep werd ondertekend (op 31 mei 2013), tijdelijk in de war was.

Dit betekent dat het beroep van de dochter op nietigheid van de schenkingsakte wordt verworpen. Het gevolg is bovendien dat ervan moet worden uitgegaan dat erflater zijn wil kon bepalen, toen hij met de notaris zijn wensen ten aanzien van zijn testament besprak.

De vraag is vervolgens of is komen vast te staan dat de geestvermogens van erflater ten tijde van het verlijden van het testament op 10 juli 2013 tijdelijk waren gestoord.

Op 4 juni 2013 is erflater met een ontsteking opgenomen in een ziekenhuis in Spanje. Na terugkomst in Nederland is erflater in verband met een longontsteking opgenomen geweest in het Sint Franciscus Ziekenhuis. Vanaf 19 juni 2013 was erflater weer thuis, en sindsdien maken de verslagen van buurtzorg geregeld melding van verwarring van erflater. Niettemin was blijkens het huisartsenjournaal op 24 juni 2013 geen sprake van verwardheid (“georiënteerd in trias”).

Fysiek gaat het in die periode slecht met erflater. Hij blijft erg veel pijn houden op de plaats van het katheter, in verband waarmee hij op 5 en 6 juli 2013 opnieuw opgenomen is geweest. De verpleegkundige rapportage meldt dat erflater gedurende zijn opname niet altijd even adequaat reageert en een apathische indruk maakt. De pijn is nadien niet verdwenen. Met ingang van 8 juli 2013 is de zorg van buurtzorg uitgebreid tot drie maal per dag in verband met het verschonen van incontinentiemateriaal.

De rapportages van buurtzorg maken sinds die datum vooral melding van het feit dat erflater erg veel pijn heeft. Blijkens de rapportage van buurtzorg van 12 juli 2013 maken de medewerksters zich zorgen, omdat erflater erg veel pijn heeft en soms ook verward is. Om die reden heeft buurtzorg op 12 juli 2013 de huisarts van erflater geconsulteerd.

Dat blijkt ook uit het huisartsenjournaal van die datum, dat melding maakt van een verzoek om visite in verband met “wisselende verwardheid”. Op diezelfde dag was erflater overigens volgens de verslaglegging van buurtzorg goed aanspreekbaar. Van 13 tot 15 juli 2013 is erflater opnieuw in het ziekenhuis opgenomen geweest. Het ziekenhuisdossier maakt in die periode geen melding van verwardheid. Na thuiskomst van erflater schrijven de medewerksters van buurtzorg op 17 en 25 juli 2013 dat erflater verward was, maar op de overige dagen wordt daarover niets opgemerkt, dan wel staat vermeld dat erflater goed te spreken was.

Wilsonbekwaamheid? Nietig testament?

In het licht van het vorenstaande stelt de rechter vast dat is komen vast te staan dat erflater in juni en juli 2013 een slechte periode doormaakte, in die zin dat hij veel pijn had en af en toe verward was.

Dat sprake was van een aanhoudende verwardheid, zoals de dochter stelt, is echter niet komen vast te staan.

Evenmin is komen vast te staan dat erflater op 10 juli 2013 – de dag waarop het testament werd verleden – in de war was.

Nu bovendien moet worden aangenomen dat de inhoud van het testament overeenstemt met de door erflater eind mei 2013 – in goede geestelijke gezondheid – aan de notaris gegeven instructies, het testament niet ingewikkeld is en erflater reeds eerder het voornemen had geuit om A met een legaat te bedenken, is de dochter er niet in geslaagd te bewijzen dat het testament onder invloed van een (tijdelijke) stoornis van de geestvermogens van erflater is opgemaakt, dan wel dat die tijdelijke stoornis erflater een redelijke waardering van zijn belangen belette.

Nu niet is gebleken dat er getuigen zijn die uit eigen waarneming iets kunnen verklaren over de geestelijke gesteldheid van erflater op die specifieke datum, wordt aan nadere bewijslevering niet toegekomen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de rechtsgeldigheid van een testament, over de verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme, over de wilsonbekwaamheid van de erflater tijdens het opmaken van een testament of over de nietigheid van een testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.