Beroepsaansprakelijkheid notaris. Was nader onderzoek noodzakelijk naar de wilsbekwaamheid van de erflater? Herroepen van testament. Onterving. Bewijs.
Van onze advocaat nietigheid testament. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 18 december 2018 uitspraak gedaan over een klacht tegen een notaris. In de kern verwijt klager de notaris dat deze haar zorgplicht heeft geschonden bij het passeren van het testament van erflater. De notaris had volgens klager nader onderzoek moeten doen naar de wilsbekwaamheid van erflater.
Het hof acht zich onvoldoende voorgelicht en benoemt de voorzitter van de Ring als deskundige teneinde een schriftelijk verslag op te stellen.
Het verwijt dat klager de notaris maakt bestaat uit de navolgende onderdelen.
De notaris heeft haar zorgplicht geschonden bij het passeren van het testament van erflater op 19 juli 2007. De notaris had moeten twijfelen aan de wils(on)bekwaamheid van erflater en nader onderzoek moeten doen.
De notaris heeft het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid ten behoeve van de notariële dienstverlening 2006 (hierna te noemen: het Stappenplan) ten onrechte niet toegepast.
Indien zij dat wel zou hebben doorlopen, dan had de notaris tot de conclusie kunnen en moeten komen dat erflater op de datum van het verlijden van het testament (waarschijnlijk) dement was, en in ieder geval niet in staat kon worden geacht zijn wil te vormen.
De notaris heeft bovendien haar zorgplicht geschonden bij het verlijden van de hypothecaire akte voor erflater op 20 februari 2008. Zij had ook op deze datum moeten twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflater en nader onderzoek moeten doen, hetgeen zij niet heeft gedaan.
Klager heeft aan zijn klachten het volgende ten grondslag gelegd.
Op 19 september 2015 is klager – na een schrijven van de Belastingdienst, waarbij hij als erfgenaam werd aangeschreven om waterschapsbelasting 2013 ten laste van erflater te betalen – erachter gekomen dat zijn vader, erflater, was overleden.
Klager had vanaf 2007 zeer moeizaam contact met erflater, omdat hij door zijn – bij erflater inwonende – halfbroer werd weggehouden van erflater. Tijdens de sporadische telefoongesprekken met erflater heeft klager geconstateerd dat erflater zeer verward was en derhalve waarschijnlijk volledig dement.
De halfbroer van klager heeft een verzoek tot onderbewindstelling bij de rechtbank ingediend op 14 februari 2008. Klager gaat er van uit dat op de datum van het verlijden van het testament de verschijnselen van dementie daarom eenvoudig vast te stellen moeten zijn geweest voor de notaris en dat zij nooit haar medewerking daaraan had mogen verlenen.
Klager wijst daarnaast op de hoge leeftijd van erflater, het feit dat de halfbroer bij erflater in huis woonde, het beheer van de financiële administratie van erflater door de halfbroer en het plotselinge besluit tot onterving van klager ten gunste van de halfbroer.
Al deze feiten hadden aanleiding moeten zijn voor een nader en grondig onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater en naar de vraag of erflater wel begreep wat een volledige onterving zou inhouden.
Daarmee heeft de notaris gehandeld in strijd met artikel 21 lid 1 jo lid 2 Wna.
Beroepsaansprakelijkheid notaris. Was nader onderzoek noodzakelijk naar de wilsbekwaamheid van de erflater? Herroeping van testament. Onterving. Bewijs.
De rechter oordeelt als volgt.
Ter beoordeling aan het hof ligt de vraag voor of de notaris voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater bij het opstellen en passeren van het testament van 19 juli 2007.
Het hof acht zich thans onvoldoende voorgelicht. Naar het oordeel van het hof dient het hof voor de beoordeling van de klacht te weten wat de wijzigingen zijn in het voorlaatste testament van 19 juli 2007 ten opzichte van het daarin herroepen testament van 27 maart 2006.
Het hof acht deze informatie van belang gezien de mededeling van de notaris dat in het testament van 19 juli 2007 geen ingrijpende wijziging heeft plaatsgevonden en dat sprake is van een bijzondere consistentie tussen beide testamenten.
Voorts acht het hof van belang om te weten of de notaris met erflater de redenen heeft besproken om klager te onterven en de redenen om de hypothecaire lening aan te gaan en of deze laatste redenen naar algemene maatschappelijke maatstaven normaal en verklaarbaar te noemen zijn, mede gezien de leeftijd van erflater destijds, gelet op de mededelingen van de notaris daaromtrent en de betwisting door klager.
De notaris beroept zich weliswaar terecht op haar geheimhoudingsplicht daar waar zij geen uitlatingen heeft gedaan over de inhoud van de testamenten en de beweegredenen van erflater, maar die plicht mag niet tot gevolg hebben dat eventuele fouten van de notaris worden gemaskeerd.
Om te kunnen beoordelen of daarvan sprake is zal een onafhankelijk persoon die eveneens de geheimhoudingsplicht dient na te leven, inzage moeten verkrijgen.
Het hof zal dan ook bepalen dat de voorzitter van de Ring Amsterdam in het arrondissement Amsterdam, mr. A tot deskundige zal worden benoemd, dat de notaris de deskundige inzage zal geven in de testamenten en dossiers van erflater en dat de deskundige de door het hof in het dictum te stellen vragen op grond daarvan zal beantwoorden.
Wilt u de gehele uitspraakbekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de uitleg van een testament, over het herroepen en wijzigen van een testament, over een onterving, over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament of over de beroepsaansprakelijkheid van een notaris, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.