De Rechtbank Rotterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of de erflater wilsonbekwaam was tijdens het beheer van haar gelden.

Tussen partijen staat vast dat gedaagden tijdens het leven van erflater de beschikking hadden over een bedrag in contanten van erflater en dat gedaagde gemachtigd was voor de door erflater in Nederland aangehouden rekening.

Volgens gedaagde ontstond daardoor een zgn. “rekening-courantverhouding” met erflater, met welke rekening-courantverhouding hij, uitsluitend in opdracht van en na overleg met erflater, beschikkingshandelingen kon verrichten.

Eiseres stelt echter dat het al een tijd niet goed ging met erflater in de periode voor zijn overlijden, dat erflater zijn wil minder goed kon bepalen en dat hij zich daarom onvoldoende rekenschap heeft gegeven van bedoelde rekening-courantverhouding.

Erflater wilsonbekwaam? Volmacht. Rekening-courantverhouding met erflater?

De rechter oordeelt als volgt.

De rechter begrijpt dat eiseres hiermee een beroep doet op artikel 3:34 lid 1 BW.

In artikel 3:34 lid 1 BW staat dat indien iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets heeft verklaard, een met de verklaring overeenstemmende wil dan wordt geacht te ontbreken, indien de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.

Een verklaring wordt vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan, indien de rechtshandeling voor de geestelijk gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijze niet was te voorzien.

In lid 2 staat dat een zodanig ontbreken van de wil een rechtshandeling vernietigbaar maakt.

Volgens gedaagde was erflater tot aan zijn sterfdatum bekwaam en bevoegd om naar eigen inzicht over zijn vermogen te beschikken.

Overwogen wordt dat eiseres niet heeft gesteld dat de rechtshandelingen van erflater tijdens zijn leven voor hemzelf nadelig zijn geweest.

Dit betekent dat van het wettelijke vermoeden als bedoeld in artikel 3:34 lid 1, tweede zin, BW geen sprake is.

Derhalve dient getoetst te worden of sprake is van de in lid 1 bedoelde situatie.

Eiseres heeft haar stelling onderbouwd met de mededeling dat zij een e-mail heeft van een zorginstelling die haar visie op dit punt bevestigt.

Echter onduidelijk is gebleven vanaf wanneer de geestvermogens van erflater volgens eiseres blijvend of tijdelijk gestoord waren.

Daar komt nog bij dat eiseres heeft bevestigd dat zij haar stelling niet kan onderbouwen met een verklaring van een arts die erflater op dit punt heeft onderzocht.

Derhalve is niet komen vast te staan dat erflater zijn wil niet meer goed kon bepalen.

Er is geen vernietigbare rekening-courantverhouding tussen erflater en gedaagde.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.