Het Gerechtshof Amsterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of een notaris tekort geschoten was in de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de erflater tot het opmaken van een testament.

De rechter stelt voorop dat als uitgangspunt geldt dat iedereen aan wie op grond van de wet de bekwaamheid daartoe niet is ontzegd, bij testament uiterste wilsbeschikkingen kan maken.

Een notaris dient daaraan in beginsel zijn ministerie te verlenen en moet op verlangen van een testateur doen wat is vereist om diens uiterste wilsbeschikkingen in een testament vast te leggen.

Zoals bij elke akte moet de notaris de wilsbekwaamheid van de betrokkene beoordelen.

Het komt daarbij in eerste instantie aan op de eigen waarneming van de notaris, die daarvoor een redelijke beoordelingsvrijheid toekomt.

Bij gerede twijfel aan de wilsbekwaamheid is in het algemeen verder onderzoek aangewezen. Het Stappenplan biedt hiervoor een handreiking.

Is de notaris tekortgeschoten in de beoordeling van de wilsbekwaamheid van de erflater tot het opmaken van een testament?

De rechter oordeelt als volgt.

Ter beoordeling ligt voor of de notaris op 9 juni 2016 voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van tante.

De notaris was ten tijde van zijn gesprekken met tante en het passeren van de akten op 30 mei 2016 en 9 juni 2016 niet op de hoogte van de diagnose Alzheimer of dementie.

Toen was nog geen sprake van een bewind, curatele of mentorschap.

De notaris wist dat tante destijds ruim 97 jaar oud was en dat klager al geruime tijd naar tevredenheid de financiële belangen van tante behartigde en daartoe beschikte over een volmacht.

De bespreking op 30 mei 2016 was een driegesprek tussen de notaris, tante en klager.

Op de zitting in hoger beroep heeft de notaris verklaard dat het in die bespreking alleen over de herroeping van het legaat van de Bijbel ging en dat tante toen dat aan de orde kwam naar klager keek en vroeg: “Dat is toch goed zo?”, waarop klager bevestigend antwoordde.

De notaris vond dat het daar wel wat aarzelend ging, maar niet zo dat hij niet kon passeren.

De notaris heeft aansluitend aan die bespreking in bijzijn van klager het testament verleden. Wat opvalt is dat de notaris in zijn brief aan klager van 19 januari 2017 vermeldt dat hij tante op 30 mei 2016 in staat achtte een testament te maken, maar ook vond “dat zij aarzelde bij mijn vraag hoe het zat met de opbrengst van de woning”, terwijl hij op de zitting in hoger beroep heeft verklaard dat daarover op 30 mei 2016 niet apart is gesproken.

Op 9 juni 2016 is de notaris op eigen initiatief en onaangekondigd bij tante langsgegaan.

De notaris geeft daarvoor achtereenvolgens twee redenen op.

Ten eerste schrijft hij in zijn brief van 19 januari 2017 aan klager dat hij vanwege de aarzeling die hij bij tante had bespeurd bij zijn vraag hoe het zat met de opbrengst van de woning het beter vond dat nogmaals bij haar te bespreken, maar dan bij haar thuis.

Ten tweede heeft hij op de zitting in hoger beroep verklaard dat klager hem had laten weten dat tante boos was, omdat het afschrift van het testament anders dan afgesproken naar haar persoonlijk was toegestuurd, in handen van anderen was gekomen en voor onrust in de familie had gezorgd. Naar eigen zeggen dacht de notaris toen: “dat gaat niet goed” en vond (kennelijk ook) daarin een reden tante onaangekondigd te bezoeken.

De notaris heeft verklaard dat hij het testament dat zij op 30 mei 2016 had gemaakt punt voor punt met tante heeft doorgenomen, dat zij het prima vond dat klager de Bijbel kreeg en executeur was, maar dat zij het met betrekking tot de (verkoopopbrengst van de) woning anders wilde en toen de notaris opmerkte dat de woning helemaal naar klager zou gaan zei dat alle erfgenamen evenveel moesten krijgen.

De notaris heeft na deze onaangekondigde bespreking nog diezelfde dag in de middag een nieuw testament verleden, dat zeer ingrijpend afweek van het eerdere testament, nu alle legaten aan klager daarin zijn herroepen en niet alleen de Bijbel, de sieraden en de roerende goederen, maar ook de verkoopopbrengst van de woning niet meer uitsluitend toekwamen aan klager, maar aan al haar erfgenamen samen.

Het valt op dat de notaris op de zitting in hoger beroep heeft verklaard dat tante het legaat van de Bijbel aan klager prima vond, terwijl toch ook dit legaat is herroepen.

De rechter is van oordeel dat de notaris onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij het beoordelen van de wilsbekwaamheid van tante bij het bespreken en verlijden van het testament op 9 juni 2016.

Daarvoor is allereerst van belang dat de notaris blijkens zijn verklaringen op de zitting in hoger beroep had opgemerkt dat tante in de bespreking op 30 mei 2016 bij klager bevestiging zocht voor antwoorden op vragen van de notaris aan haar, dat de notaris wist dat de beide eerdere testamenten telkens in overleg met klager tot stand waren gekomen en dat de notaris klager bij het verlijden van het testament op 30 mei 2016 aanwezig liet zijn, juist omdat tante dan op haar gemak was en vertrouwen in klager had.

Bovendien kenmerkt de notaris zelf tante als een nederige, timide en teruggetrokken persoon.

In de tweede plaats behelst het testament van 9 juni 2016 een ingrijpende wijziging van de beide eerdere testamenten, waarvan de laatste pas tien dagen daarvoor op 30 mei 2016 was verleden. Al deze omstandigheden, de zeer hoge leeftijd van tante alsmede de omstandigheid dat de notaris onaangekondigd en zonder een daartoe strekkende opdracht van tante bij haar op bezoek was gegaan, hadden voor de notaris in dit geval aanleiding moeten zijn meer tijd te nemen dan hij heeft gedaan voor het toetsen van de wilsbekwaamheid van tante, zelfs als hij op 9 juni 2016 zelf niet twijfelde of zij wist wat zij wilde.

In dit geval had de zorgvuldigheid gevergd dat de notaris een ontwerp van de akte had opgemaakt, tante de gelegenheid had gegeven van dat ontwerp kennis te nemen en na verloop van een paar dagen nogmaals met haar had besproken wat zij wilde en of het ontwerp haar wil op de juiste wijze verwoordde.

In gevallen als deze kan het ook geraden zijn het testament te verlijden in aanwezigheid van getuigen.

Het hof is, evenals de kamer, van oordeel dat de klacht gegrond is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.