Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 8 december 2020 uitspraak gedaan over de vraag of het testament van erflater, die zijn geregistreerde partner had onterfd, nietigheid was vanwege de wilsonbekwaamheid van erflater.

Erflater C heeft op 2 december 2013 een testament gemaakt.

Hij heeft daarin zijn geregistreerde partner (appellante) uitdrukkelijk onterfd en zijn neef (geïntimeerde) tot enig erfgenaam benoemd.

Het hof heeft appellante toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat C op 2 december 2013 leed aan een geestelijke stoornis die een redelijke waardering van de bij zijn uiterste wilsbeschikkingen betrokken belangen van zijn geregistreerde partner belette (tussenarrest GHARL:2018:3518).

Zou haar stelling juist zijn dan zijn de uiterste wilsbeschikkingen van C in zijn testament van 2 december 2013 nietig (artikel 3:34 lid 2 tweede zin BW) en zou appellante erfgename van C zijn op grond van zijn testament van 15 december 2003.

Erfrecht. Erflater onterft zijn geregistreerde partner. Is het testament nietig vanwege de wilsonbekwaamheid van de erflater? Geestelijke stoornis? Medisch Bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof leidt uit de getuigenverklaringen af dat C voor en na zijn opname kennelijk momenten heeft gekend dat hij erg verward was.

Niet alleen appellante heeft dat verklaard.

Het volgt ook uit de verklaringen van de getuigen F, H, I, het echtpaar E en K.

Uit de getuigenverklaringen volgt ook dat hij heldere momenten had.

Dat C bij tijd en wijle kennelijk erg verward was hoeft dan ook nog niet te betekenen dat hij op 2 december 2013 verward was of zelfs leed aan een geestelijke stoornis die hem belette zijn wil te bepalen en appellante te onterven.

Uit de verklaringen van de notaris, de kandidaat-notaris en de oud-notaris leidt het hof af dat C bij de besprekingen over zijn testament op 26 en 27 november 2013 en bij het passeren van dat testament op 2 december 2013 helder was en wist wat hij wilde en dat ook kon duidelijk maken.

Het hof oordeelt dat de notarissen zorgvuldig te werk zijn gegaan bij het maken van het testament voor C.

Zij hebben daarvoor – binnen een beperkte tijdsruimte – ruim de tijd uitgetrokken en op drie verschillende momenten met hem gesproken en telkens gecontroleerd of hij echt wilde wat hij in zijn testament heeft bepaald.

Het is vanwege de broze fysieke gezondheid van C heel begrijpelijk en verstandig dat de besprekingen en het passeren van het testament voortvarend en met enige haast ter hand zijn genomen. De oud-notaris antwoordde op een vraag van de advocaat van appellante of er haast was bij het passeren van het testament heel terecht en met een verwijzing naar Mattheus 25:13: Dat is er eigenlijk altijd. Omdat gij dag noch uur kent is het geraden om met het passeren van een testament niet al te lang te wachten. Zeker als iemand in een beroerde conditie is moet je niet te lang wachten met het passeren.”

Appellante, althans haar advocaat, schrijft dat het ‘notariaat’ teveel boter op het hoofd heeft en puur uit eigenbelang handelt en dat daarom in deze zaak de verklaringen van de notaris, de kandidaat-notaris en de oud-notaris buiten beschouwing moeten blijven.

Appellante en haar advocaat betogen daarmee in feite dat alle notarissen altijd alleen uit eigen belang handelen en daardoor altijd onbetrouwbaar zijn, in het bijzonder de notaris, de kandidaat-notaris en de oud-notaris in deze zaak.

Dat is een ongegronde, volstrekt loze en daardoor ook boosaardige bewering.

Het hof hecht veel waarde aan de verklaringen van de notaris, de kandidaat-notaris en de oud-notaris in deze zaak, juist omdat zij C vóór en op 2 december 2013 hebben gezien en langdurig gesproken.

Het hof weegt hun getuigenverklaringen aldus mee in de bewijswaardering.

Voor het bestaan van een geestelijke stoornis was ten tijde van het tussenarrest van 17 april 2018 nog geen betrouwbare medische informatie voorhanden.

Die informatie ontbreekt nog steeds.

Mevrouw T, verzekeringsarts en tevens medisch adviseur van appellante, schrijft in haar brief van 2 maart 2020 dat zij beschikt over medische informatiebrieven van neuroloog professor B van het Radboud UMC.

Zij concludeert daaruit dat C naast de ziekte van Parkinson ook cognitieve problemen kende door stemmingsproblematiek en gedragsproblemen en dat sprake was van een omkering van dag-nachtritme.

Dit alles draagt volgens haar ertoe bij dat niet waarschijnlijk is dat “helder, rustig, reëel zijn situatie en beslissing overziend, weloverwogen kon oordelen over de handeling in december 2013. Er was meer dan gerede reden tot twijfel. De notaris had een nadere medische beoordeling moeten vragen!”

Uit deze brief is echter naar het oordeel van het hof niet op te maken dat C op 2 december 2013 leed aan een geestelijke stoornis die hem belette zijn wil te bepalen en appellante te onterven.

De brief van T is ook niet te kwalificeren als betrouwbare medische informatie die het bestaan van zodanige geestelijke stoornis kan onderbouwen.

Zij baseert haar conclusies als gezegd op de medische informatiebrieven van professor B en heeft C zelf nooit gezien of gesproken.

Ten slotte staat haar conclusie haaks op wat de notaris, de kandidaat-notaris en de oud-notaris die C wel hebben gezien en gesproken hebben verklaard over zijn geestelijke gesteldheid.

Van belang is ook dat geen van de getuigen – met uitzondering van appellante, de notaris en de kandidaat-notaris – C heeft gezien en gesproken op 2 december 2013, de dag dat hij zijn testament heeft gemaakt.

Het echtpaar E heeft wel verklaard hem op 2 december 2013 te hebben bezocht rond 11:00 uur in de ochtend en hem in verwarde toestand te hebben aangetroffen.

Dat is niet uitgesloten, maar wel heel onwaarschijnlijk, omdat zeker is dat C op die dag om 12:58 uur in Nijmegen op het kantoor van de notaris zijn testament heeft getekend en vanaf ongeveer 12:00 uur daar aanwezig is geweest.

Stel dat klopt dat hij om 11:00 uur die ochtend een zeer verwarde indruk heeft gemaakt op het echtpaar E, dan staat daar tegenover de verklaring van de notaris en de kandidaat-notaris dat hij bij het passeren van het testament een heldere indruk maakte en wist wat hij wilde.

Ten slotte is nog van belang dat C zijn relatie met appellante kennelijk als duurzaam ontwricht ervoer, zoals de oud-notaris heeft verklaard, en haar onterving tegen die achtergrond niet ongerijmd is.

Het hof komt al met al tot het oordeel dat appellante niet erin is geslaagd te bewijzen dat C op 2 december 2013 leed aan een geestelijke stoornis die een redelijke waardering van de bij zijn uiterste wilsbeschikkingen betrokken belangen van zijn geregistreerde partner belette.

Het hof acht het thans niet meer zinvol een onderzoek door een deskundige daarnaar te bevelen.

Dat zou wellicht wel zinvol kunnen zijn geweest als er naar aanleiding van de getuigenverklaringen en de bewijsmiddelen in het dossier nog steeds gerede twijfel zou zijn over de wilsbekwaamheid van C.

Het zou dan ook nodig zijn geweest dat er betrouwbare en bruikbare medische informatie voorhanden zou zijn die het voor de deskundige mogelijk maakt een reconstructie te maken van de situatie van C op 2 december 2013, ook al zijn een persoonlijk gesprek en onderzoek van C op die datum niet meer mogelijk.

Die gerede twijfel is er niet; betrouwbare medische informatie ontbreekt als gezegd nog steeds.

Het is, anders dan appellante voorstelt, niet mogelijk dat het hof in deze zaak bepaalt dat de deskundige het medisch dossier van de Stichting ZZG of van de huisarts van C kan krijgen of inzien.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat nietig testament over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de rechtsgeldigheid of uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme of over de wilsbekwaamheid van de erflater ten tijde van het opmaken van het testament, belt u dan gerust onze advocaat nietig testament op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de rechtsgeldigheid van een testament of over de nietigheid of vernietigbaarheid van een testament, bezoek dan onze website over het testament. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.